Vragen over het sterven van reekal­veren en andere soorten door maai­werk­zaam­heden


Indiendatum: 13 mei 2020

Geacht college,

Onlangs werden we geattendeerd op een toename van het aantal incidenten in het buitengebied waar dieren als reekalfjes het slachtoffer van zijn. Zie het artikel ‘Feestjes in de wei waar reekalfjes liggen’. Helaas zijn reekalfjes niet alleen slachtoffer van illegale crossers en feestende jongeren, maar ook van maaiactiviteiten door boeren of loonwerkers. De meeste reekalveren worden geboren tussen half mei en half juni met een piek rond 1 juni. Gedurende de eerste weken na de geboorte zal een reekalf bij onraad niet vluchten, maar zich drukken. Daardoor is de kans groot dat het dier door een maaimachine wordt gedood of ernstig wordt verminkt (pootjes afgemaaid) wanneer er geen preventieve maatregelen worden genomen. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Bent u bekend met het probleem dat jonge reekalfjes sneuvelen als gevolg van maaien in de periode kort na hun geboorte?

Los van de vraag of de Ree als soort in gunstige staat van instandhouding verkeert, is het ethisch onacceptabel dat dieren op een dergelijke manier worden gedood of verminkt terwijl preventieve maatregelen mogelijk zijn. Sommige grondeigenaren en terreinbeherende organisaties stellen eisen aan de pachters met betrekking tot de maaiactiviteiten, bijvoorbeeld niet maaien voor een bepaalde datum of niet maaien zonder dat eerst een gedegen onderzoek van het perceel heeft plaatsgevonden en de eventueel aangetroffen dieren in veiligheid zijn gebracht. Voor grondeigenaren die zelf beslissen wanneer ze maaien, zijn deze eisen er niet.

2. Welke regels zijn er die grondgebruikers (uitvoerders van beheer zoals maaien) verplichten om maatregelen te nemen om het doden of verminken van reekalfjes te voorkomen?

3. Door welke instantie wordt toezicht gehouden op naleving van deze regels?

4. Indien SSiB de organisatie is die hierop toezicht moet houden: Is SSiB hiertoe voldoende geëquipeerd met mensen, middelen en kennis? Zo nee, bent u bereid in deze lacune te voorzien?

5. Zijn deze regels ook van toepassing op andere diersoorten zoals weidevogels? Zo ja, wie houdt toezicht op het naleven van deze bepalingen?

Provincies, gemeenten en andere (groen)beheerders werken veelal via protocollen om maaislachtoffers te voorkomen. Preventieve maatregelen zoals het ophangen van schriklinten en technische maatregelen zoals van binnen naar buiten maaien, behoren tot de maatregelen.

6. Is er een (Brabants) protocol met betrekking tot het voorkomen van maaislachtoffers? Zo ja, tot welke diersoorten strekt dit protocol zich?

7. Bent u van mening dat dit protocol voldoende helder is om elke grondeigenaar te overtuigen van de noodzaak van preventie van maaislachtoffers?

8. Indien een dergelijk protocol niet voorhanden is: Bent u bereid om met deskundigen in overleg te gaan om een werkbaar protocol of lijst van eisen op te stellen om maaislachtoffers te voorkomen, en daar ook specifieke eisen ten behoeve van reekalveren in op te nemen? Zo nee, waarom niet?

9. Heeft de provincie een protocol of een lijst van eisen waaraan grondgebruikers moeten voldoen wanneer zij subsidie ontvangen voor agrarisch natuurbeheer zoals StiKa, SNL of GOB? Wordt daarin ook het voorkomen van maaislachtoffers betrokken?

10. Het is vaak genoegzaam bekend welke percelen gevoelig zijn voor maaislachtoffers, zowel op het gebied van reekalveren als weidevogels. Worden gebruikers en beheerders van deze percelen extra geattendeerd op mogelijke maaislachtoffers? Zo ja door wie? Zo nee, ziet u hier een kans voor de provincie om extra voorlichting te geven? Zo nee, waarom niet?

11. Bent u bereid andere grondeigenaren zoals waterschappen en gemeenten te wijzen op de noodzaak van het zorgvuldig (laten) uitvoeren van maaiwerkzaamheden teneinde maaislachtoffers te voorkomen?

12. Wanneer zich een situatie voordoet dat diersoorten zijn gedood vanwege onachtzaam maaien, wat zijn dan de consequenties (stilleggen van werk, boete) en is dit verbonden aan een escalatieladder?

13. Wie ondervindt deze consequenties (eigenaar, uitvoerder)?

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: 13 mei 2020
Antwoorddatum: 2 jun. 2020

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Bent u bekend met het probleem dat jonge reekalfjes sneuvelen als gevolg van maaien in de periode kort na hun geboorte
?

Antwoord:
Wij hebben geen directe signalen, anders dan berichtgeving in de media, ontvangen dat in Brabant reekalfjes kort na hun geboorte sneuvelen als gevolg van maaien.


2. Welke regels zijn er die grondgebruikers (uitvoerders van beheer zoals maaien) verplichten om maatregelen te nemen om het doden of verminken van reekalfjes te voorkomen?

Antwoord:
Reeën zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat in elk geval de zorgplicht van toepassing is (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) en dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor in het wild levende dieren. Onder deze zorgplicht valt de verplichting om te voorkomen dat reekalfjes als gevolg van maaiwerkzaamheden gedood worden.


3. Door welke instantie wordt toezicht gehouden op naleving van deze regels?

Antwoord:
De Omgevingsdienst Brabant Noord houdt namens ons toezicht op naleving van de regels in de Wet natuurbescherming, waaronder de zorgplicht.


4. Indien SSiB de organisatie is die hierop toezicht moet houden: Is SSiB hiertoe voldoende geëquipeerd met mensen, middelen en kennis? Zo nee, bent u bereid in deze lacune te voorzien?

Antwoord:
SSiB is niet de organisatie die hier toezicht op houdt. Bij de inzet van SSiB ligt de focus op de aanpak van stroperij, wildcrossen en (drugs)afvaldumpingen. Door de inzet van SSiB zien we wel meer in het buitengebied en kunnen signalen worden gedeeld, bijvoorbeeld met de toezichthouders van de Omgevingsdienst Brabant Noord die namens ons het toezicht houdt op naleving van de regels van de Wet natuurbescherming. Bij een directe constatering van overtreding in het buitengebied, zal SSiB ook zelf acteren. SSiB is in het algemeen goed opgeleid en toegerust op het gebied van haar groene handhavingstaak.


5. Zijn deze regels ook van toepassing op andere diersoorten zoals weidevogels? Zo ja, wie houdt toezicht op het naleven van deze bepalingen?

Antwoord:
Ja. De zorgplicht is van toepassing op alle in het wild levende dieren, waaronder weidevogels. Ook hiervoor geldt dat de Omgevingsdienst Brabant Noord namens ons toezicht houdt. Zie ons antwoord op de vragen 3 en 4.


6. Is er een (Brabants) protocol met betrekking tot het voorkomen van maaislachtoffers? Zo ja, tot welke diersoorten strekt dit protocol zich?

Antwoord:
In Brabant is er geen specifiek protocol met betrekking tot het voorkomen van maaislachtoffers. Het protocol waar u naar verwijst betreft een landelijke gedragscode voor werkzaamheden in het kader van bestendig beheer en onderhoud, waaronder het uitvoeren van maaiwerkzaamheden. Met het werken conform een door de minister goedgekeurde gedragscode, wordt voorkomen dat de Wet natuurbescherming wordt overtreden.


7. Bent u van mening dat dit protocol voldoende helder is om elke grondeigenaar te overtuigen van de noodzaak van preventie van maaislachtoffers?

Antwoord:
De gedragscode waar u naar verwijst is voldoende helder, maar deze is niet zonder meer door elke grondeigenaar te gebruiken. De gedragscodes worden met name gebruikt door gemeenten en terreinbeherende organisaties.


8. Indien een dergelijk protocol niet voorhanden is: Bent u bereid om met deskundigen in overleg te gaan om een werkbaar protocol of lijst van eisen op te stellen om maaislachtoffers te voorkomen, en daar ook specifieke eisen ten behoeve van reekalveren in op te nemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Zoals in ons antwoord op vraag 2 aangegeven, is iedereen die maaiwerkzaamheden uitvoert verplicht om maaislachtoffers te voorkomen. Het initiatief tot het opstellen van een gedragscode is aan de sector. Een gedragscode behoeft op grond van de Wet natuurbescherming goedkeuring van de minister van LNV.


9. Heeft de provincie een protocol of een lijst van eisen waaraan grondgebruikers moeten voldoen wanneer zij subsidie ontvangen voor agrarisch natuurbeheer zoals StiKa, SNL of GOB? Wordt daarin ook het voorkomen van maaislachtoffers betrokken?

Antwoord:
Een van de belangrijke aspecten van het agrarisch natuurbeheer is juist gericht op het voorkomen van maaislachtoffers. Gedurende het seizoen wordt door de vrijwillige weidevogelbescherming zo veel als mogelijk voorafgaand aan het maaien gecontroleerd op de aanwezigheid van weidevogels en andere dieren. Daarnaast is sprake van ‘vluchtheuvels’. Dit zijn grasstroken die op het gemaaide perceel achterblijven en er is sprake van uitgesteld maaien, beide maatregelen binnen het STIKA en ANLB.


10. Het is vaak genoegzaam bekend welke percelen gevoelig zijn voor maaislachtoffers, zowel op het gebied van reekalveren als weidevogels. Worden gebruikers en beheerders van deze percelen extra geattendeerd op mogelijke maaislachtoffers? Zo ja door wie? Zo nee, ziet u hier een kans voor de provincie om extra voorlichting te geven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Op grasland van de natuurbeheerders wordt voor het maaien veelal ‘voorgelopen’ met als doel maaislachtoffers te voorkomen. Het punt van de maaislachtoffers is de natuurbeheerders genoegzaam bekend. Extra voorlichting naar de terreinbeheerders wordt hier niet als noodzakelijk gezien. Verder zijn voorbeelden bekend van wildbeheereenheden die in samenwerking met boeren maaislachtoffers voorkomen. De Jagersvereniging heeft ook een werkwijze opgesteld hoe jagers in samenwerking met boeren maaislachtoffers kunnen voorkomen.


11. Bent u bereid andere grondeigenaren zoals waterschappen en gemeenten te wijzen op de noodzaak van het zorgvuldig (laten) uitvoeren van maaiwerkzaamheden teneinde maaislachtoffers te voorkomen?

Antwoord:
Nee, daar is geen noodzaak toe.


12. Wanneer zich een situatie voordoet dat diersoorten zijn gedood vanwege onachtzaam maaien, wat zijn dan de consequenties (stilleggen van werk, boete) en is dit verbonden aan een escalatieladder?

Antwoord:
Indien beschermde dieren als gevolg van maaiwerkzaamheden zijn gedood, is dit een overtreding van de Wet natuurbescherming. Als wij concrete aanwijzingen hebben dat bij maaiwerkzaamheden beschermde dieren zijn gedood, gaan wij kijken of er handhavend opgetreden moet worden. Als blijkt dat inderdaad sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming treden wij handhavend op. De vraag wat de consequenties zijn, kunnen wij niet in zijn algemeenheid beantwoorden omdat dit afhankelijk is van de aard van de overtreding en de specifieke omstandigheden.


13. Wie ondervindt deze consequenties (eigenaar, uitvoerder)?

Antwoord:
In het algemeen ondervindt de eigenaar, als verantwoordelijke voor het uitvoeren van de werkzaamheden, de consequenties van handhavend optreden. Onder omstandigheden kunnen de consequenties echter ook door de feitelijk uitvoerder van de werkzaamheden ondervonden worden.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
namens deze,

ing. H.J. van Herk,
programmamanager Natuurontwikkeling