Vragen over het toestaan van niet-vergunde evene­menten in de Biesbosch


Geacht college,

De theatervoorstellingen van ‘Biesbosch onder Vuur’ staan al lang op de agenda van Brabant Remembers. Als Partij voor de Dieren steunen wij kunst en cultuur van harte, als ook herdenkingen van onze bevrijding. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat hier over het toestaan van niet-vergunde evenementen in de Biesbosch. Morgen vinden de eerste voorstellingen al plaats.

Op 14 mei meldt de Omgevingsdienst aan de initiatiefnemer: a) u moet een vergunning aanvragen; b) we raden sterk aan een adviesbureau in te huren; c) u moet leges betalen, en; d) u moet overtredingen voorkomen.

In reactie op een e-mail van de initiatiefnemer van 27 augustus wijst de omgevingsdienst op 3 september nogmaals op bovenstaande vereisten, plus op de stikstofgevoeligheid van het gebied. Tot zover een consistent beleid.

Op 5 september stellen GS in een brief aan de initiatiefnemer vast dat de initiatiefnemer “willens en wetens de regels [heeft] overtreden”. GS geven aan dat het voor de hand ligt dat de voorstellingen niet door kunnen gaan. Ergo: de voorstellingen kunnen niet doorgaan.

Maar dan gebeurt er iets raars: GS geven toch toestemming voor de voorstellingen. Ondanks afwezigheid van een vergunning en ondanks afwezigheid van een onderzoek naar de gevolgen voor de natuur. Inmiddels is een verzoek tot handhaving ingediend.

Wij horen graag wat er binnen GS is gebeurd waardoor u uiteindelijk unaniem zegt: ‘ondanks het overtreden van de regels mag u toch doorgaan.’

1. Hoe gaan GS met het handhavingsverzoek om, gezien de normale reactietijd van vier weken, mede gelet op het feit dat GS onlangs toestemming hebben verleend? Ergo: wordt er gehandhaafd?

2. Wat is juridisch de waarde van de brief van GS aan de initiatiefnemer en welke juridische zekerheden heeft de initiatiefnemer daarmee? Is sprake van een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit? Zo ja, welk besluit? Is dit een gedoogbesluit of een vergunning?

Het eerste argument dat u aandraagt betreft de grote waarde van het vieren van de bevrijding. Maar het evenement stond al geruime tijd op de agenda, dus die waarde was al een poos bekend. Op dit punt is tussen mei en begin september niets veranderd.

3. Waarom is er meerdere keren gewezen op de vergunningplicht, het (laten) doen van onderzoek, en het voldoen van de leges, als in uw ogen de waarde van het vieren van de bevrijding dit overtreft?

4. Wat maakt de huidige locatie van de voorstellingen zo essentieel voor de waarde van het vieren van de bevrijding? Zou een andere locatie niet meer voor de hand gelegen hebben, gezien de kosten voor onderzoek en leges voor de initiatiefnemer, de niet-aanvrager?

Voor het tweede argument dat u aandraagt voor de toestemming beroept u zich op de beoordeling door Staatsbosbeheer. De voorstellingen zouden geen ingrijpende gevolgen hebben voor de flora en fauna in de Biesbosch. In antwoord op onze technische vragen geeft u aan “Ondanks de beperkte informatie achten wij deze conclusie aannemelijk”.

Staatsbosbeheer heeft al op 31 juli toestemming gegeven voor het gebruik van de gronden voor het evenement, onder voorwaarde dat de benodigde vergunningen zijn verleend. Verder blijkt uit niets dat zij onderzoek hebben gedaan, dan wel dat zij de gevolgen voor flora en fauna hebben ingeschat.

5. Waaruit blijkt nu formeel dat Staatsbosbeheer beoordeelt dat er geen ingrijpende gevolgen zijn te verwachten?

In antwoord op onze schriftelijke vragen gaf u op 21 mei aan dat er “geen rechtstreekse subsidie [is] verleend vanuit de provincie Noord-Brabant voor dit specifieke evenement”, maar uit uw beslisdocument blijkt dat er een subsidierelatie is via het programma Brabant Remember: er is een bijdrage van € 10.000 verleend.

6. Het evenement is op de kalender gezet, gepromoot en gesubsidieerd, terwijl op geen enkel moment een vergunning is verleend. Uw college staat een integrale benadering voor (zie het bestuursakkoord). Is er op geen enkel moment gekeken of het evenement wel vergund is?

Wij hebben informatie opgevraagd over uw correspondentie met o.m. Staatsbosbeheer en hebben daarop één brief van Staatsbosbeheer ontvangen, van 31 juli.

7. Hoe kan het zijn dat we vanmorgen, tijdens het rondvraagmoment, pas vernamen dat u de locatie hebt bezocht?

Op navraag n.a.v. van deze extra informatie ontvingen wij een screenshot van een whatsappbericht van een ODBN-medewerker aangaande het bezoek.

8. Wanneer heeft het bezoek plaatsgevonden?

Vanochtend, tijdens het rondvraagmoment, gaf u aan geen contact te hebben gehad met de initiatiefnemer.

9. Waarom heeft u geen contact gehad met de initiatiefnemer, de niet-aanvrager?

U had zelf al beslist dat u aangifte moet doen bij het OM (beslisdocument, dd. 3 september), maar daarover staat niets in de toestemmingsbrief aan de initiatiefnemer (dd. 5 september).

10. Waarom heeft u in de toestemmingsbrief aan de initiatiefnemer niet geschreven dat u ook aangifte gaat doen?

11. Hoe moeten wij de situatie zien waarin u enerzijds toestemming geeft voor de voorstellingen, maar tegelijkertijd aangifte doet wegens een strafbaar feit? Vind u niet dat u zelf de wet heeft overtreden?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 1 okt. 2019

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Hoe gaan GS met het handhavingsverzoek om, gezien de normale reactietijd van vier weken, mede gelet op het feit dat GS onlangs toestemming hebben verleend? Ergo: wordt er gehandhaafd?

Antwoord:
Wij zijn niet voornemens te gaan handhaven. GS heeft besloten om toestemming te verlenen voor de voorstellingen vanwege de grote waarde die nabestaanden en anderen hechten aan een passende viering van de bevrijding 75 jaar geleden en het feit dat Staatsbosbeheer geoordeeld heeft dat de activiteiten ten behoeve van de voorstellingen geen ingrijpende gevolgen hebben voor de flora en fauna in de Biesbosch.


2. Wat is juridisch de waarde van de brief van GS aan de initiatiefnemer en welke juridische zekerheden heeft de initiatiefnemer daarmee? Is sprake van een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit? Zo ja, welk besluit? Is dit een gedoogbesluit of een vergunning?

Antwoord:
Met het besluit van GS geven wij toestemming om het evenement toch door te laten gaan. Het gaat hier om een openbaar besluit van GS. Tegen dit besluit van GS is geen beroep mogelijk. Dat geldt overigens ook voor een gedoogbesluit, dat géén besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen is geen bezwaar en beroep mogelijk. Belanghebbenden kunnen vervolgens een handhavingsverzoek indienen. Tegen dit handhavingsverzoek is wel bezwaar en beroep mogelijk.


3. Waarom is er meerdere keren gewezen op de vergunningplicht, het (laten) doen van onderzoek, en het voldoen van de leges, als in uw ogen de waarde van het vieren van de bevrijding dit overtreft?

Antwoord:
Deze zaken zijn niet te vergelijken. GS stond wel voor de keus: hetzij handhavend optreden en het evenement stil te leggen, hetzij toestemming te geven voor het evenement. Wij hebben voor het tweede gekozen, zie de argumenten onder 1. Wij zijn hierbij ons bewust van het feit dat onjuist gedrag alsnog beloond wordt. Duidelijk is dat de initiatiefnemer willens en wetens de regels heeft overtreden. Uiteindelijk heeft de initiatiefnemer nagelaten op tijd een vergunningsaanvraag in te dienen. Wij hebben duidelijk gecommuniceerd dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie: dit is eens maar nooit weer.


4. Wat maakt de huidige locatie van de voorstellingen zo essentieel voor de waarde van het vieren van de bevrijding? Zou een andere locatie niet meer voor de hand gelegen hebben, gezien de kosten voor onderzoek en leges voor de initiatiefnemer, de niet-aanvrager?

Antwoord:
Het korte tijdsbestek tussen de contacten met de initiatiefnemer begin september en de voorstellingen maakte het niet meer mogelijk om samen met de initiatiefnemer over een alternatieve locatie te overleggen. Dit is wel gebruikelijk bij het toetsen van een Wnb-aanvraag.


5. Waaruit blijkt nu formeel dat Staatsbosbeheer beoordeelt dat er geen ingrijpende gevolgen zijn te verwachten?

Antwoord:
Er is ambtelijk en bestuurlijk telefonisch contact geweest met Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer heeft hierin uitgelegd dat zij met een eigen ecoloog het gebied heeft bezocht. Staatsbosbeheer heeft hierbij geoordeeld dat de activiteiten ten behoeve van de voorstellingen geen ingrijpende gevolgen hebben voor de flora en fauna in de Biesbosch. Zie ook antwoord 1.


6. Het evenement is op de kalender gezet, gepromoot en gesubsidieerd, terwijl op geen enkel moment een vergunning is verleend. Uw college staat een integrale benadering voor (zie het bestuursakkoord). Is er op geen enkel moment gekeken of het evenement wel vergund is?

Antwoord:
Hoewel wij een integrale benadering voorstaan kunnen wij niet alle verantwoordelijkheden van de initiatiefnemers over nemen. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen en op orde hebben van de beoogde vergunningen. Daarnaast hebben wij in een vroegtijdig stadium aangegeven dat zij een aanvraag moeten indienen.


7. Hoe kan het zijn dat we vanmorgen, tijdens het rondvraagmoment, pas vernamen dat u de locatie hebt bezocht?

Antwoord:
Wij hebben op 11 september samen met Staatsbosbeheer een bezoek gebracht aan het terrein. Op dat moment waren de schriftelijke en technische vragen reeds beantwoord. Tijdens het rondvraagmoment heeft u de meest recente informatie gekregen.


8. Wanneer heeft het bezoek plaatsgevonden?

Antwoord:
Dit bezoek heeft op 11 september 2019 plaats gevonden.


9. Waarom heeft u geen contact gehad met de initiatiefnemer, de nietaanvrager?

Antwoord:
Bestuurlijk hebben wij geen contact gehad met de initiatiefnemer. Ambtelijk hebben wij, in dit geval door medewerkers van de ODBN, wel contact gehad met de initiatiefnemer. We hebben contact gehad met de organisatie in mei en in de afgelopen weken voordat de initiatiefnemer aangaf geen vergunning aan te willen vragen.


10. Waarom heeft u in de toestemmingsbrief aan de initiatiefnemer niet geschreven dat u ook aangifte gaat doen?

Antwoord:
Wij hebben in dit schrijven opgenomen dat wij laten onderzoeken of de initiatiefnemer formeel in gebreke is gebleven door het niet aanvragen van de benodigde Wnb-vergunning. Inmiddels hebben wij geconcludeerd dat er sprake is van een strafbaar feit en hebben wij hiervan melding gemaakt bij het Openbaar Ministerie. Het is vervolgens aan het Openbaar Ministerie of zij al dan niet overgaat tot strafrechtelijke vervolging.


11. Hoe moeten wij de situatie zien waarin u enerzijds toestemming geeft voor de voorstellingen, maar tegelijkertijd aangifte doet wegens een strafbaar feit? Vind u niet dat u zelf de wet heeft overtreden?

Antwoord:
Nee, na afweging van belangen kunnen wij in een concreet geval tot de conclusie komen dat bestuurlijk handhavend optreden onevenredig is en dus achterwege moet worden gelaten. Inzake het al dan niet strafrechtelijk handhaven heeft het Openbaar Ministerie een geheel eigen bevoegdheid.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA