Vragen over onveilige situaties door jacht/beheer/scha­de­be­strijding nabij woon­wijken


Indiendatum: sep. 2017

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende onveilige situaties door jacht/beheer/schadebestrijding nabij woonwijken.


Geacht college,

Op 21 augustus 2017 kwam er bij de provincie Noord-Brabant een brief binnen van Werkgroep leefomgeving Natuurplein uit Breda. In de brief doen bezorgde burgers hun beklag over een jager die aan de rand van, en richting een woonwijk op vossen schiet. Hierover hebben wij de volgende vragen.

1. Was er sprake van een dringende reden om op de vossen in kwestie te schieten? Zo ja, welke?

2. Wat vindt u ervan dat er is geschoten op een dergelijke korte afstand van mensen?

3. Is in deze situatie de 40 hectaren-regel gehanteerd? Zo nee, waarom niet?

4. Bent u het met ons eens dat door aan de rand van of richting een woonwijk te schieten, er potentieel gevaarlijke situaties ontstaan? Zo ja, wat is in bovenstaand geval de afweging van de jager geweest om tot schieten over te gaan?

5. Zijn er regels die beperkingen opleggen om gevaarlijke situaties betreffende jacht/beheer/schadebestrijding te voorkomen? Hoe luiden die en wie ziet toe op naleving van die regels?

6. Hoe wordt de afweging gemaakt tussen het belang van de veiligheid van burgers en huisdieren en vermeende dan wel dreigende schade aan fauna of (agrarische) belangen?

7. Wordt er in Noord-Brabant vaker melding gedaan van onveilige situaties door gedrag van jagers?

8. Is er een meldpunt waar burgers met hun klachten over onveilig / onverantwoord gedrag van jagers terecht kunnen? Zo nee, komt er een meldpunt?

9. Is uw college in staat en bereid om regels of beperkingen op te leggen aan jagers die in de omgeving van woningen / burgers / huisdieren willen schieten? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Indiendatum: sep. 2017
Antwoorddatum: 25 sep. 2017

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Was er sprake van een dringende reden om op de vossen in kwestie te schieten? Zo ja, welke?

Antwoord:
Wij zijn niet op de hoogte van de situatie op dat niveau. Het beheren van vossen wordt gedaan vanuit een Landelijke Vrijstelling. Deze vrijstelling legt de verantwoordelijkheid voor het bestendig beheer van deze soorten bij de jachthouder. Deze kent de situatie van zijn jachtveld, de stand van de daar levende dieren en de eventuele schadedruk daar het beste. Het is ons daarom ook niet bekend wat de reden was van het schieten op deze vossen.


2. Wat vindt u ervan dat er is geschoten op een dergelijke korte afstand van mensen?

Antwoord:
Een jachthouder dient zich te houden aan de Wet natuurbescherming en de gedrag- en weidelijkheidsregels. Het is verboden om het geweer te gebruiken in de onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen.


3. Is in deze situatie de 40 hectaren-regel gehanteerd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Bij het gebruik van het geweer moet altijd worden voldaan aan de wettelijke regegels, dus ook aan de 40 hectare regel. Het toezicht daarop berust bij de politie.


4. Bent u het met ons eens dat door aan de rand van of richting een woonwijk te schieten, er potentieel gevaarlijke situaties ontstaan? Zo ja, wat is in bovenstaand geval de afweging van de jager geweest om tot schieten over te gaan?

Antwoord:
Ja. Het potentiele gevaar hangt sterk samen met de lokale situatie. De afweging is ons onbekend. Zie ook antwoorden op vraag 1 en 2.


5. Zijn er regels die beperkingen opleggen om gevaarlijke situaties betreffende jacht/beheer/schadebestrijding te voorkomen? Hoe luiden die en wie ziet toe op naleving van die regels?

Antwoord:
Ja. Artikel 3.21 derde lid van de Wet natuurbescherming luidt: “Het is verboden de jacht uit te oefenen met gebruikmaking van het geweer binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom, of in de onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen.” Verder verlangen Wildbeheereenheden van hun leden dat zij zich aan de gedragscode houden. Zie bijvoorbeeld de gedrag-en-weidelijkheidsregels zoals opgenomen op de site van de Nederlandse Organisatie van Jacht en Grondbeheer. De politie houdt toezicht op genoemde bepaling uit de Wet natuurbescherming. Wildbeheereenheden en Jagersverenigingen kunnen disciplinaire maatregelen nemen tegen leden die zich niet aan de gedrags- en weidelijkheidsregels houden.


6. Hoe wordt de afweging gemaakt tussen het belang van de veiligheid van burgers en huisdieren en vermeende dan wel dreigende schade aan fauna of (agrarische) belangen?

Antwoord:
Zie hiervoor de genoemde gedrags- en weidelijkheidsregels. Het belang van veiligheid staat voorop.


7. Wordt er in Noord-Brabant vaker melding gedaan van onveilige situaties door gedrag van jagers?

Antwoord:
Nee, daar hebben wij geen signalen van ontvangen.


8. Is er een meldpunt waar burgers met hun klachten over onveilig / onverantwoord gedrag van jagers terecht kunnen? Zo nee, komt er een meldpunt?

Antwoord:
Ja. De politie is belast met het toezicht op veilig wapengebruik. De korpschef van de politie is verantwoordelijk voor het verlenen van jachtakten en kan die ook intrekken bij misbruik of onveilig wapengebruik. Bij de plaatselijke politie kan melding worden gemaakt of aangifte worden gedaan van onveilig wapengebruik.


9. Is uw college in staat en bereid om regels of beperkingen op te leggen aan jagers die in de omgeving van woningen / burgers / huisdieren willen schieten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Dit is al vastgelegd in de Wet natuurbescherming en de eerder genoemde gedrag- en weidelijkheidsregels. Incidenten nagelaten functioneert dit goed.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk ir. A.M. Burger