Vragen over toezicht en hand­having op veehou­de­rijen


Indiendatum: sep. 2017

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende toezicht en handhaving op veehouderijen.


Geacht college,

Deze week maakte u het Inspectierapport IBT omgevingsrecht ‘Gemeentelijk toezicht op emissies van veehouderijen’ openbaar.

In het rapport wordt o.a. geconcludeerd dat in 12 van de onderzochte 15 gemeenten afwijkingen van de vergunde situatie geconstateerd zijn, die van invloed zijn op de emissies van ammoniak en fijn stof. Zo is in 40 procent van de gemeenten sprake van een toename van ammoniakemissie als gevolg van het houden van meer dieren dan vergund.

Vooral bij pluimveebedrijven bleek sprake te zijn van meer ventilatieopeningen dan vergund, waarmee extra emissiepunten voor de verspreiding van fijnstof aanwezig zijn, wat nadelige gevolgen voor de emissie heeft. Er is in sommige gevallen ook meer emissie bij de opslag van mest, doordat het niet volgens voorschrift plaatsvindt.

In het voorwoord van het rapport is te lezen:

Dit onderzoek was niet mogelijk geweest zonder de belangeloze medewerking van de veesector zelf. Menig Brabantse veehouder was zondermeer bereid mee te werken; anderen hadden wat meer overtuigingskracht nodig.

Wij hebben hierover enkele vragen.

1. Kunnen ondernemers er voor kiezen om niet mee te werken aan controles? Welke consequenties heeft dit voor het beleid aangaande toezicht en handhaving?

2. Is er volgens u, uitgaande van het huidige rapport, sprake van stelselmatige overtredingen en fraude door veehouders? Zo, nee waarom niet?

3. Welke effecten heeft de extra uitstoot op de belasting op de natuur, en op de volksgezondheid?

4. Is de belasting op de natuur en de volksgezondheid nader te duiden tot specifieke locaties of regio’s? Zo ja, kunt u hier een overzicht of indicatie van geven? Zo nee, waarom niet?

5. Bent u bereid de vergunde uitstoot te verlagen om zo een veiligheidsmarge in te brengen voor de overtredingen, die eerder structureel dan incidenteel van aard zijn? Zo nee, waarom niet?

6. Bent u bereid de sector(en) aan te spreken op de overtredingen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

7. Welke mogelijkheden heeft u om onverwachte controles in te zetten en harder op te treden in geval van overtreding? Bent u bereid deze mogelijkheden te benutten? Zo nee, waarom niet?

8. Eerder constateerden wij dat toezicht en handhaving op veehouderijen voor provincie en gemeenten een aanzienlijke kostenpost is. Hoeveel kost het de provincie en de gemeenten per jaar precies?

9. In eerder onderzoek uit 2014 constateerde de provincie al dat overtredingen schering en inslag zijn. Zou het voor de belastingbetaler niet eerlijker zijn dat de sector zelf gaat meebetalen aan controle en handhaving?

10. Op welke wijze zou kunnen worden geregeld dat de sector zelf (mee)betaald aan controle en handhaving?

Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren

Indiendatum: sep. 2017
Antwoorddatum: 3 okt. 2017

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.

Inleidend op de beantwoording op de specifieke vragen, willen wij u het volgende toelichten. GS hebben twee rollen ten aanzien van toezicht en handhaving:

1) Eerstelijns toezicht: GS zijn het bevoegd gezag voor het toezicht op en de handhaving van het Omgevingsrecht bij een beperkt aantal veehouderijen. Tevens zijn GS gedeeltelijk bevoegd gezag voor een aantal veehouderijen vanuit de Wet natuurbescherming. Voor het overgrote deel van de veehouderijen zijn de gemeenten het bevoegd gezag voor het toezicht op en de handhaving van het Omgevingsrecht.

2) Interbestuurlijk Toezicht: GS zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het interbestuurlijk toezicht op gemeenten. De aandachtsgebieden daarbij zijn financiën, Omgevingsrecht, archivering, monumentenzorg, ruimtelijke ordening en huisvesting vergunninghouders. GS hebben de taak gemeenten en waterschappen te controleren op de uitvoering van taken, om zo de kwaliteit van die uitvoering te bewaken. Dat doen wij onder meer door systematisch toezicht op de kwaliteitscriteria en themaonderzoeken. In dat licht is het onderzoek ‘Gemeentelijk toezicht op de emissies van veehouderijen’ uitgevoerd. De gemeenteraad speelt bij de uitvoering van het interbestuurlijk toezicht ook een belangrijke rol.
De raad heeft namelijk een controlerende taak op de taakuitvoering van het college van B&W.

Het onderhavige IBT-onderzoek was gericht op het gemeentelijk toezicht op emissies van veehouderijen en niet op veehouderijen. Zodoende dat vanuit dit onderzoek geen conclusies over de veehouderijsector getrokken kunnen worden.


1. Kunnen ondernemers er voor kiezen om niet mee te werken aan controles? Welke consequenties heeft dit voor het beleid aangaande toezicht en handhaving?

Deze vraag beantwoorden wij vanuit onze rol van eerstelijns toezicht.

Antwoord:
Nee, dit kunnen zij niet. De Algemene wet Bestuursrecht geeft de toezichthouder hiervoor verregaande bevoegdheden. Dit is ingebed in het huidige beleid aangaande toezicht en handhaving.


2. Is er volgens u, uitgaande van het huidige rapport, sprake van stelselmatige overtredingen en fraude door veehouders? Zo, nee waarom niet?

Antwoord:
zie inleiding.


3. Welke effecten heeft de extra uitstoot op de belasting op de natuur, en op de volksgezondheid?

Antwoord:
zie inleiding.


4. Is de belasting op de natuur en de volksgezondheid nader te duiden tot specifieke locaties of regio's? Zo ja, kunt u hier een overzicht of indicatie van geven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
zie inleiding


5. Bent u bereid de vergunde uitstoot te verlagen om zo een veiligheidsmarge in te brengen voor de overtredingen, die eerder structureel dan incidenteel van aard zijn? Zo nee, waarom niet?

Deze vraag beantwoorden wij vanuit onze rol van eerstelijns toezicht.

Antwoord:
Nee. Gemeenten zijn voor het overgrote deel van de veehouderijen bevoegd gezag voor toezicht en handhaving Omgevingsrecht. Vanuit het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht wordt gestuurd op het intrekken van ongebruikte vergunningen.


6. Bent u bereid de sector(en) aan te spreken op de overtredingen? Zo ja, opwelke wijze? Zo nee, waarom niet?

Deze vraag beantwoorden wij vanuit onze rol van eerstelijns toezicht.

Antwoord:
Nee. Gemeenten zijn voor het overgrote deel van de veehouderijen bevoegd gezag voor toezicht en handhaving Omgevingsrecht.


7. Welke mogelijkheden heeft u om onverwachte controles in te zetten en harder op te treden in geval van overtreding? Bent u bereid deze mogelijkheden te benutten? Zo nee, waarom niet?

Deze vraag beantwoorden wij vanuit onze rol van eerstelijns toezicht.

Antwoord:
We hebben net als de gemeenten de mogelijkheid om onverwachte controles uit te voeren. Deze worden ook benut.

Bij geconstateerde overtredingen treden wij op in overeenstemming met de landelijke handhavingsstrategie.


8. Eerder constateerden wij dat toezicht en handhaving op veehouderijen voor provincie en gemeenten een aanzienlijke kostenpost is. Hoeveel kost het de provincie en de gemeenten per jaar precies?

Antwoord:
Wij hebben geen inzicht in de jaarlijkse kostenpost van gemeenten.

De provincie Noord-Brabant heeft jaarlijks budget voor de omgevingsdiensten voor toezicht en handhaving op Wnb-vergunningen van veehouderijen: 1,5 miljoen. Bovendien hebben wij voor drie jaar 1,2 miljoen (0,4 miljoen per jaar) gereserveerd voor het project Intensivering Toezicht Veehouderijen; Daarnaast hebben wij jaarlijks budget voor de omgevingsdiensten voor toezicht en handhaving op provinciale Wabo-vergunningen van veehouderijen.

Deze is verdisconteerd in een grotere opdracht aan omgevingsdiensten voor toezicht en handhaving bedrijven en is niet specifiek aan te duiden.

Het gaat om ca. 45 bedrijven die onder provinciaal bevoegd gezag vallen.


9. In eerder onderzoek uit 2014 constateerde de provincie al dat overtredingen schering en inslag zijn. Zou het voor de belastingbetaler niet eerlijker zijn dat de sector zelf gaat meebetalen aan controle en handhaving?

Deze vraag beantwoorden wij vanuit onze rol van eerstelijns toezicht.

Antwoord:
nee. Toezicht en handhaving dragen er toe bij dat ter zake dienende voorschriften worden nageleefd. Het (doen) naleven van voorschriften is van algemeen belang. Het gaat om een algemene overheidstaak.


10. Op welke wijze zou kunnen worden geregeld dat de sector zelf (mee)betaalt aan controle en handhaving?

Antwoord:
Niet, tenzij de wet wordt aangepast.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk ir. A.M. Burger