Vragen over verrom­meling door reclame-uitingen langs de Brabantse snelwegen


Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende verrommeling door reclame-uitingen langs de Brabantse snelwegen.


Geacht college,

Op 7 december 2012 is de Landschapsverordening Noord-Brabant 2002 (LSV) ingetrokken. De LSV had tot doel het Brabantse landschapsschoon in het buitengebied te beschermen tegen aantasting door borden, vlaggen en reclameobjecten. Daarna hebben gemeenten zelf beleid vastgesteld met betrekking tot reclame-uitingen in het buitengebied. Het gevolg hiervan is dat het aantal reclame-uitingen langs de Brabantse wegen de afgelopen jaren exponentieel is gegroeid, zo staan er bijvoorbeeld tientallen borden en aanhangers met reclame-uitingen langs de n65. Hierover hebben wij de volgende vragen.

1. Bent u zich bewust van de toename van reclame-uitingen langs de Brabantse wegen?

2. Bent u met ons eens dat de gemeenten te laks omgaan met beleid rond reclame-uitingen, waardoor het landschap verloedert en de verkeersveiligheid in gevaar komt? Zo nee, waarom niet?

In 2000 heeft het toenmalige projectteam Handhaving Landschapsverordening, honderden illegale borden langs de Brabantse snelwegen verwijderd. De actie bleek nodig toen sommige gemeenten geen prioriteit gaven aan het voorkomen van wildgroei aan reclameborden langs de wegen buiten de bebouwde kom.[1] Nu het beleid rond reclame-uitingen langs de weg weer in handen van de gemeenten ligt, lijkt het wederom mis te gaan met de wildgroei aan reclameborden.

3. Had u dit (verloedering van het landschap en gevaar voor de verkeersveiligheid) voor ogen toen de Landschapsverordening in 2012 werd ingetrokken?

4. Zag de Landschapsverordening er naar uw mening beter op toe dat er (wat betreft reclame-uitingen) geen verrommeling langs de Brabantse wegen optrad? Zo nee, waarom niet?

5. Gaat u, al dan niet in samenwerking met de Brabantse gemeenten, iets doen aan deze overmaat aan reclame-uitingen? Zo ja, wat gaat u doen? Zo nee, waarom niet?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 27 feb. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Bent u zich bewust van de toename van reclame-uitingen langs de Brabantse wegen?

Antwoord:
Nee. De Landschapsverordening Noord-Brabant 2002 (LSV) zag toe op reclame-uitingen in het landschap, niet op reclame-uitingen langs provinciale wegen. Voor onze wegen geldt de Verordening wegen Noord-Brabant 2010. Die verordening beschermt onder meer de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid op provinciale wegen. In dat kader staan we langs onze wegen buiten de bebouwde kom geen reclame-uitingen toe. Wij zien daarop toe tijdens de weginspecties. Omdat we niet bevoegd zijn voor gemeentelijke wegen of rijkswegen in Noord-Brabant, hebben we ook niet in beeld of dat buiten de provinciale wegen het aantal reclame-uitingen is toegenomen.


2. Bent u met ons eens dat de gemeenten te laks omgaan met beleid rond reclame-uitingen, waardoor het landschap verloedert en de verkeersveiligheid in gevaar komt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Door intrekking van de LSV hebben Provinciale Staten de Brabantse gemeenten de ruimte gegeven om eigen beleid te formuleren over reclameuitingen. We vertrouwen er op dat gemeenten de verkeersveiligheid en het voorkomen van landschapsontsiering hoog in het vaandel hebben staan.


3. Had u dit (verloedering van het landschap en gevaar voor de verkeersveiligheid) voor ogen toen de Landschapsverordening in 2012 werd ingetrokken?

Antwoord:
Beide belangen zijn destijds in het voorstel om de LSV in te trekken aan de orde gesteld. In het kader van deregulering is besloten de LSV in te trekken en het aan gemeenten over te laten om hier regels voor te stellen.


4. Zag de Landschapsverordening er naar uw mening beter op toe dat er (wat betreft reclame-uitingen) geen verrommeling langs de Brabantse wegen optrad? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie ons antwoord op vraag 1.


5. Gaat u, al dan niet in samenwerking met de Brabantse gemeenten, iets doen aan deze overmaat aan reclame-uitingen? Zo ja, wat gaat u doen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, zie ons antwoord op vraag 1.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA