Vragen over de aanvraag voor een tijde­lijke vergunning voor Cleanergy B.V. te Wanroij


Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende de aanvraag voor een tijdelijke vergunning voor Cleanergy B.V. te Wanroij.


Geacht college,

Cleanergy B.V. (hierna: Cleanergy) in Wanroij heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het uitbreiden van de vergistingscapaciteit van 36.000 ton op jaarbasis naar 75.000 ton. Deze uitbreiding kan normaliter alleen maar worden vergund wanneer de gemeenteraad van Sint Anthonis een Verklaring van Geen Bedenkingen (VVBG) afgeeft omdat het gaat om een ontwikkeling, die in strijd is met het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan. Om de besluitvorming op deze aanvraag te bespoedigen heeft de ZLTO-adviseur namens Cleanergy gevraagd om een deel van deze aanvraag (het gebruik dat in strijd is met het geldende bestemmingsplan) tijdelijk te vergunnen. Voor het verlenen van een tijdelijke vergunning is geen VVGB van de gemeenteraad van Sint Anthonis vereist. Uw college heeft het college van B&W van Sint Anthonis om advies gevraagd ten aanzien van deze gewijzigde aanvraag. Hierover hebben wij de volgende vragen.

1. Waar heeft de aangevraagde tijdelijke vergunning betrekking op?

2. Op welke juridische grond kan er in dit geval een tijdelijke vergunning worden aangevraagd/verleend?

In het raadsvoorstel over de gewijzigde aanvraag van Cleanergy van 14 december 2017 staat: De tijdelijke vergunning dient betrekking te hebben op een redelijke termijn (3-5 jaar). Aan het einde van deze termijn wordt de tijdelijke vergunning, indien de beoogde doelstelling bereikt is, omgezet naar een definitieve vergunning.

3. Wat wordt in het raadsvoorstel bedoeld met de beoogde doelstelling?

4. Wordt de gemeenteraad betrokken bij het eventueel omzetten van de tijdelijke vergunning naar een definitieve vergunning? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? Wordt de gemeenteraad nog op een ander moment in het proces betrokken?

5. Indien nee, vindt u het redelijk en billijk dat de gemeenteraad bij een ontwikkeling die in strijd is met door diezelfde gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplannen, buiten spel wordt gezet?

6. Bent u van mening dat de kruimelgevallenregeling, die de grondslag is voor de tijdelijke vergunningaanvraag van Cleanergy, mag worden gebruikt om een VVGB van een gemeenteraad te omzeilen?

7. Bent u van mening dat Cleanergy zich op de kruimelgevallenregeling mag baseren om de besluitvorming te bespoedigen op (een gedeelte van) een aanvraag die zeer gevoelig ligt in zowel de omgeving als bij de gemeenteraad; is dat een juist gebruik van de kruimelgevallenregeling?

Volgens de GGD zijn veel van de aangeleverde gegevens niet eenduidig of op onduidelijke uitgangswaarden gestoeld waardoor onduidelijk is of de berekende blootstelling in de boogde situatie overeenkomt met de daadwerkelijke blootstelling in de toekomst. Vanuit gezondheid, omgevingsbewust handelen en zorgvuldige veehouderij bezien moet naar mening van de GGD gestreefd worden naar een reductie van emissie van zowel fijnstof als ammoniak. Blootstelling aan fijnstof kan namelijk ook onder de wettelijke norm van 40 pg/m3 leiden tot gezondheidsproblemen als luchtwegklachten en verminderde longfunctie.

8. Vindt u dat u uw besluit zorgvuldig kunt voorbereiden en op de juiste feiten kunt baseren, gelet op het feit dat het volgens de GGD onduidelijk is of de veiligheid voor de omgeving en de gezondheid voor omwonenden voldoende gewaarborgd is?

9. Is voor u wel duidelijk of de berekende blootstelling in de boogde situatie overeenkomt met de daadwerkelijke blootstelling in de toekomst? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, (waarom) bent u van plan om een tijdelijke vergunning te verlenen?

10. Bent u met ons van mening dat u niet het voorzorgsbeginsel zou hanteren als u overgaat tot het verlenen van een tijdelijke vergunning?

De GGD adviseert aanvullende berekeningen of metingen, wil de gemeente inzicht verkrijgen in hoeverre de beoogde situatie leidt tot een verbetering of verslechtering van het huidige, feitelijke leefklimaat.

11. Bent u het eens met dit advies van de GGD? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 20 feb. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Waar heeft de aangevraagde tijdelijke vergunning betrekking op?

Antwoord:
Het betreft een aanvraag voor een tijdelijke vergunning voor vijf jaar voor de activiteiten bouwen, milieu en handelen in strijd met het bestemmingsplan. De aanvraag richt zich op het verhogen van de doorzetcapaciteit van 36.000 m3 per jaar naar 75.000 m3 per jaar voor een mestverwaardingsbedrijf en groeneenergieleverancier met een co-vergistinginstallatie. Daarnaast wordt de installatie uitgebreid met een mestdrooginstallatie.


2. Op welke juridische grond kan er in dit geval een tijdelijke vergunning worden aangevraagd/verleend?

Antwoord:
De aanvraag voor de tijdelijke vergunning is gebaseerd op artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 2 Wabo juncto artikel 4, elfde lid, van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor): “Ander gebruik van gronden of bouwwerken voor een termijn van ten hoogste 10 jaar”.


3. Wat wordt in het raadsvoorstel bedoeld met de beoogde doelstelling?

Antwoord:
Wat het College van Sint Anthonis bedoelt met deze term is ons niet bekend. Wij constateren dat de term ‘beoogde doelstelling’ in het raadvoorstel gebruikt wordt in verband met het eventueel voor onbepaalde tijd aanvragen en vergunnen van activiteiten.


4. Wordt de gemeenteraad betrokken bij het eventueel omzetten van de tijdelijke vergunning naar een definitieve vergunning? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? Wordt de gemeenteraad nog op een ander moment in het proces betrokken?

Antwoord:
Er is geen sprake van het omzetten van een tijdelijk vergunning naar een vergunning voor onbepaalde tijd. Er kan op enig moment een vergunning voor onbepaalde tijd worden aangevraagd. Indien deze strijdig is met het dan geldende bestemmingsplan dient de gemeenteraad om een VVGB te worden gevraagd.


5. Indien nee, vindt u het redelijk en billijk dat de gemeenteraad bij een ontwikkeling die in strijd is met door diezelfde gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplannen, buiten spel wordt gezet?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 4.


6. Bent u van mening dat de kruimelgevallenregeling, die de grondslag is voor de tijdelijke vergunningaanvraag van Cleanergy, mag worden gebruikt om een VVGB van een gemeenteraad te omzeilen?

Antwoord:
De Wabo in combinatie met het Bor geeft de mogelijkheid tot het aanvragen van een tijdelijke vergunning. De aanvraag voor een tijdelijke vergunning wordt door ons behandeld en getoetst conform de daarvoor geldende procedure en wet- en regelgeving.
Zie verder het antwoord op vraag 4.


7. Bent u van mening dat Cleanergy zich op de kruimelgevallenregeling mag baseren om de besluitvorming te bespoedigen op (een gedeelte van) een aanvraag die zeer gevoelig ligt in zowel de omgeving als bij de gemeenteraad; is dat een juist gebruik van de kruimelgevallenregeling?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 6.


8. Vindt u dat u uw besluit zorgvuldig kunt voorbereiden en op de juiste feiten kunt baseren, gelet op het feit dat het volgens de GGD onduidelijk is of de veiligheid voor de omgeving en de gezondheid voor omwonenden voldoende gewaarborgd is?

Antwoord:
De omgevingsdienst heeft het advies van het college van Sint Anthonis met daarbij het GGD-advies ontvangen. Bij de besluitvorming op de aanvraag zal de omgevingsdienst deze adviezen in samenhang, alsmede het provinciaal beleid op dit punt, betrekken.


9. Is voor u wel duidelijk of de berekende blootstelling in de boogde situatie overeenkomt met de daadwerkelijke blootstelling in de toekomst? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, (waarom) bent u van plan om een tijdelijke vergunning te verlenen?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 8.


10. Bent u met ons van mening dat u niet het voorzorgsbeginsel zou hanteren als u overgaat tot het verlenen van een tijdelijke vergunning?

Antwoord:
Nee, ook bij een tijdelijke aanvraag wordt getoetst of de aanvraag voldoet aan de geldende wet- en regelgeving, inclusief het provinciale ruimtelijk beleid. Door het opnemen van voorschriften in de vergunning en toe te zien dat deze worden nageleefd, wordt invulling gegeven aan het voorzorgsbeginsel.


11. Bent u het eens met dit advies van de GGD? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 8.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA