Vervolg­vragen over de procedure omtrent vergun­ning­ver­lening rond BioMoer B.V.


Schriftelijke vervolgvragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende de procedure omtrent vergunningverlening rond BioMoer B.V.


Geacht college,

Eerder deze week stelden wij u schriftelijke vragen over het uitblijven van een besluit over een vergunningaanvraag door BioMoer B.V.. Ondertussen heeft de Raad van State wederom een uitspraak gedaan waarin u bent opgedragen binnen twee weken na de uitspraak (dd. 19 januari 2018) een besluit te nemen op de aanvraag.

Wij hebben hierover de volgende vragen.

1. Waarom heeft u belanghebbenden niet geïnformeerd toen door Biomoer B.V. een gewijzigde aanvraag is ingediend; zou dat niet de koninklijke weg zijn geweest? Zo nee, waarom niet?

2. Kunt u aangeven waarom u van mening bleef dat de stichting geen belanghebbende is, terwijl de Raad van State in de uitspraak van 24 augustus 2016 al heeft aangegeven dat dit wel het geval is, aangezien hun belangen gemeentegrensoverschrijdend zijn? Welke juridische grondslag zag u daarvoor?

3. Hoe kan het dat de Raad van State het over de gang van zaken geheel niet met u eens is? Bent u van mening dat u de juridische basis bij de vergunningverlening hier op orde heeft? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

4. Volgens de Raad van State bent u al zeer lang tijd in gebreke. Gaat u nu en in de toekomst de werkwijze aanpassen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

5. We hebben u eerder gevraagd of de uitkomst voor u belangrijker was dan het proces. Hoe kijkt u daar tegenaan, nu de uitspraak van de Raad van State er ligt?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 26 jan. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Waarom heeft u belanghebbenden niet geïnformeerd toen door Biomoer B.V. een gewijzigde aanvraag is ingediend; zou dat niet de koninklijke weg zijn geweest? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Op verzoek van de vertegenwoordiger van de belanghebbenden is de aangepaste aanvraag op 26 september 2017 aan hem toegezonden. Het formele moment om belanghebbenden te informeren vindt plaats bij bekendmaking van het definitieve besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning.


2. Kunt u aangeven waarom u van mening bleef dat de stichting geen belanghebbende is, terwijl de Raad van State in de uitspraak van 24 augustus 2016 al heeft aangegeven dat dit wel het geval is, aangezien hun belangen gemeentegrensoverschrijdend zijn? Welke juridische grondslag zag u daarvoor?

Antwoord:
Er is beroep ingesteld vanwege het door ons niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van Biomoer. In deze beroepsprocedure is door ons ingebracht dat het uitblijven van een besluit geen nadelige (milieu)gevolgen heeft voor appellanten en daarmee dat zij in het kader van deze procedure geen belanghebbenden zijn. Uiteraard zijn appellanten wel belanghebbenden in het kader van de aangevraagde uitbreiding van de activiteiten.


3. Hoe kan het dat de Raad van State het over de gang van zaken geheel niet met u eens is? Bent u van mening dat u de juridische basis bij de vergunningverlening hier op orde heeft? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja. De Raad van State heeft enkel geconstateerd dat niet tijdig op de aanvraag beslist is. De uitspraak van 19 januari 2018 betreft een procedurele en geen inhoudelijke beoordeling.


4. Volgens de Raad van State bent u al zeer lang tijd in gebreke. Gaat u nu en in de toekomst de werkwijze aanpassen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Onze inzet is te allen tijde gericht op het tijdig nemen van besluiten. Wij betreuren dat dit in dit concrete geval vanwege de complexiteit niet mogelijk was.


5. We hebben u eerder gevraagd of de uitkomst voor u belangrijker was dan het proces. Hoe kijkt u daar tegenaan, nu de uitspraak van de Raad van State er ligt?

Antwoord:
Wij zien thans geen aanleiding hier anders tegen aan te kijken.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA