Aanpas­singen in het EVZ-beleid


31 januari 2020

Voorzitter,
In het bestuursakkoord heeft de provincie aangegeven de realisatie van de ecologische verbindingszones (EVZ’s) te versnellen naar 200 hectare per jaar. Dat vinden wij een heel goed idee. Door een hoger subsidiepercentage, maar ook door een kostenstijging per EVZ-hectare, kan het GOB met het budget van €91 miljoen geen 1.775 ha aanleggen. Dat wordt maar 1.325 ha. GS willen een budgetoverschrijding van de €91 miljoen voorkomen. Om zonder verhoging van het beschikbare EVZ-budget de subsidieverhoging te bekostigen is een aanpassing in de uitgaven nodig. Dit is haalbaar zonder de ecologische waarden van het natuurnetwerk in Brabant aan te tasten. Maar is dit wel zo?

Er is een actualisatie geweest van de EVZ-opgave uit 1992. Uit de beantwoording van technische vragen van de Partij voor de Dieren van eind november 2019 blijkt dat er geen overzicht is van de EVZ’s die gedeeltelijk functioneren, en dat de actualisatie nog gaande is. Waterschappen en gemeenten zijn nog bezig met het beoordelen van de EVZ’s, maar in het Statenvoorstel staat al wel dat er bepaalde EVZ’s kunnen verdwijnen. We stemmen dus in met een verwachte of door GS gehoopte uitkomst van een actualisatie die helemaal niet vaststaat.

Die gehoopte uitkomst van de actualisatie, te weten dat we met minder geld dezelfde ambitie kunnen waarmaken, heeft een directe relatie met een inspanning om een budgetoverschrijding te voorkomen. Dat vinden wij geen goed idee. Om deze reden willen we vasthouden aan de oorspronkelijke plannen, omdat die wel gerealiseerd kunnen worden door de bijdrage te verhogen. In ieder geval kunnen we niet instemmen met dit voorstel als daar geen no regret optie aan is gekoppeld.

Een budgetoverschrijding kun je oplossen door flink minder natuur te realiseren. Maar je kunt het ook oplossen door méér in natuur te investeren. De Partij voor de Dieren kiest voor dat laatste. Immers, natuur is een kerntaak van de provincie, niet van gemeentes.

We hebben er begrip voor dat gemeentes geen miljoenen op de plank hebben liggen; misschien hadden we dat ook nooit mogen verwachten. Bij de provincie ligt dat anders: geld is niet het probleem. De vraag is niet of je het kúnt realiseren, maar of je het wílt realiseren. En voor dat antwoord kijk ik niet alleen naar één gedeputeerde, maar naar het hele college en ook naar Provinciale Staten.

We vragen GS [met een amendement] om bij de begrotingsbehandeling met een begrotingsvoorstel te komen om de door het voorstel ontstane tekorten aan te vullen tot dat wat nodig is, en dat zal ongeveer €136.500.000 zijn.