Advies commissie Van Doorn eerste termijn


9 december 2011

Graag willen we beginnen met uit te spreken dat de Partij voor de Dieren blij is dat met Van Doorn en Alders eindelijk wordt onderkend dat de weg van intensieve veehouderij een doodlopende weg is.

Nu ook duidelijk het verdienmodel voor intensieve veehouderij failliet is verklaard hadden we gehoopt dat de provincie dat zou aangrijpen om te komen met concrete maatregelen.
Het zal u niet verbazen dat de Partij voor de Dieren, net als vele maatschappelijke groeperingen en organisaties, de adviezen van Van Doorn en Alders (en de reactie van Bleker en provincie hierop) niet vergaand genoeg en vooral incompleet vindt.

De woorden in de stukken klinken op papier misschien goed.
Maar er is nog een enorme sprong te maken voordat de woorden in daden kunnen worden omgezet.
De concrete maatregelen die zijn voorgesteld zijn nu een slap aftreksel van de papieren intenties en ambities. Als we niet opletten storten we ons alsnog in een ravijn in plaats van er nu met een reuzensprong overheen te springen.
Voor die reuzensprong is een sterke wil nodig om verandering voor de lange termijn te bereiken. Eerst dat diepe ravijn proberen op te vullen met het zoveelste beleidsstuk, onderzoek of convenant,
Initiatieven alleen overlaten aan de sector gaat ons niet helpen.

Integendeel het zorgt ervoor dat er tot op de laatste meters van de doodlopende weg word voortgestrompeld. En aan het eind van die weg gaat boer na boer failliet, wonen de burgers nog steeds in een ongezonde en onprettige omgeving, zijn de producten nog steeds niet duurzaam en lijden de dieren onverminderd voort.

Is dit geen doemdenkerij zult u zich misschien afvragen?

Helaas wijzen alle signalen erop dat er in werkelijkheid helemaal geen sprongbereidheid is. De bereidwilligheid van de sector van grootschalige veehouderij is op zijn zachts gezegd twijfelachtig:

  • Gezien de rechtzaken die agrariers aanspannen
  • Het gelijk afdwingen bij de rechter, als we niet mogen uitbreiden dan vechten we het aan.
  • Roep om schadevergoedingen als je iets minder mag uitbreiden
  • De mazen van de wet opzoekend, ongekende stank is voor veel mensen dagelijkse realiteit.
  • Weinig aandacht voor volksgezondheid, veilige afstanden tot megastallen worden weggehoond, terwijl deze al zijn bepaald door de RIVM.
  • De almaar verslechterende toestand van het milieu in de vorm van verzuring en overbemesting,
  • Het aantal dieren blijft toenemen nog toenemen, er is nog voldoende wettelijke ruimte voor nog meer dieren in de huidige stallen.

Met een kleine meerderheid in de staten kunnen de stallen in de toekomst toch nog groter worden, het stuk sluit het in ieder geval niet uit. En dat terwijl het overgrote deel van varkens op een schamele 0,8 m2 blijft zitten.

Met de huidige sector lijkt het er op dat we met een draak te maken hebben, een draak mede gecreƫerd door de provincie, een draak met vooral oog voor rechten en niet voor de plichten. Een monster waar amper afspraken mee te maken zijn.

En in het beleidsstuk geeft de provincie aan al machteloos te staan.
U laat de beslissingen aan het monster over, het monster bepaalt en u laat het gebeuren.
De roep vanuit de intensieve veehouderij is om het aan hen over te laten op basis van vertrouwen.
En ondertussen is de provincie van plan om nog meer rechten af te geven voor grotere stallen, bouwblokken voor gigastallen van 10 ha, met mestvergisters en wat al niet meer. Van doorn is in ieder geval niet sint joris die de draak verslaat

Mestvergisters zijn overigens alleen rendabel met een grote stroom mest, en dan krijg je uiteindelijk stroom voor een lampje bij u thuis dat brand op de ellende van de dieren.

Uiteindelijk valt er niets meer te sturen of te regelen, laat staan uitkopen.

Provincie, u heeft mede dankzij een aantal partijen hier, met de reconstructie een monster gecreƫerd. En het is nog maar de vraag of dat monster nog te stoppen is.

Van Doorn begon zijn betoog en zijn rapport zo hoopvol, met in zijn eerste zin de uitspraak 'respect voor het dier'. Echter in dit hele document beslaat dierenwelzijn een magere vier regels. Ook uit dit stuk is nog steeds volledig onduidelijk wat 'zorgvuldig intensieve veehouderij betekent, en met name voor de dieren. Ook blijft onbesproken wie de kaders voor wat er onder dierenwelzijn verstaan wordt gaat stellen!

Dat de provincie hier weinig invloed heeft op dierenwelzijn is een ontoereikend argument, provinciaal beleid kan hier zoveel invloed op hebben als u zelf wilt, alleen moet u die voortrekkersrol te durven innemen. Als dierenwelzijn een marktwaarde heeft zoals overal wordt gesteld, dan moet dat ook gebruikt worden als criterium in de bedrijfsvoering. In het stuk blijven echter economische criteria de enige bepalende.
U kunt als provincie bepalen dat koeien in de wei moeten, en als dat betekent dat er minder koeien op een bedrijf worden kunnen gehouden of minder koeien in Brabant, dan is dat het gevolg. Simpeler kan het niet, maar waarom is hier geen meerderheid voor?

Staan we echter toe dat bedrijven toch mogen groeien om te voldoen aan de dierenwelzijnseisen dan gaan we er dus zonder meer van uit dat een bedrijf niet met minder dieren toe kan. En dat is nu net de enige en goede oplossing.

En dan heeft de provincie toch niet begrepen wat er bedoeld is met megastallen-Nee.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer