Speeches van Statenlid Birgit Verstappen in de Provin­ciale Staten verga­dering van 26 en 27 juni j.l.


25 juni 2008

Toekomststrategie en aandeelhouderschap Essent (Statenvoorstel 36/08)

Zoals ook in ons partijprogramma te lezen valt vinden wij dat de energievoorziening in handen van de overheid moet blijven. Essent vormt een belangrijke nutsvoorziening en moet zodoende in overheidshanden blijven. Niet het grote geld, maar de mensen moeten voorop staan.


Voorjaarsnota (Statenvoorstel 35/08)

Ten aanzien van deze voorjaarsnota wil ik ingaan op het kleine maar onthullende paragraafje over het Interim-toetsingskader voor ammoniak en op het totaal ontbreken van aandacht voor dierenwelzijn in deze nota.

Ik wees er in de commissie ruimte en milieu al op. In de voorjaarsnota wordt, in het kader van het interim-toetsingskader voor ammoniak, kort ingegaan op de Europese regelgeving. Er komt door toepassing van deze wet iets in gevaar, zo lezen we. Deze wet die de natuur beschermt, bemoeilijkt - nu ze juridisch afgedwongen en geheel tegen de zin van GS in toegepast wordt - de intensieve veehouderij. Een ongewenste ontwikkeling aldus de voorjaarsnota.
De natuur dient dus blijkbaar niet beschermd te worden, want als we de natuur beschermen dan verslechtert er iets en komt er iets in gevaar. Wat verslechtert? Het belang dat GS en de coalitie partijen, onophoudelijk en onvermoeibaar beschermen: de intensieve veehouderij.
Dit terwijl men de gemeenten afreist om hen het countdown 2010 te laten ondertekenen, dit terwijl we de Europese doelstelling voor behoud en toename van biodiversiteit niet eens gaan halen (zie het rapport van het Planbureau voor de leefomgeving, eind mei 2008).

En de Brabantse burger die kiest voor natuur boven landbouw.
De PvdD is, dat zal duidelijk zijn, van mening dat door de toepassing van de Nbwet er niet iets verslechterd, maar dat er juist iets verbetert!

Het onderwerp dierenwelzijn komt niet voor in deze nota. Men verschuilt zich achter landelijk beleid terwijl men weet dat dit beleid niet deugt. Het recente rapport van de rekenkamer laat er geen spaan van heel!
De PvdD is ervan overtuigd dat het tij zal keren. Mensen laten zich niet langer voor de gek houden. Het wordt niet meer vreemd gevonden dat er in de politieke arena gesproken wordt over dierenwelzijn. Het wordt juist vreemd gevonden als politieke partijen op dit terrein hun mond houden en zich verschuilen achter landelijk beleid dat zo overduidelijk tekort schiet.

Wij vinden dat het afgelopen moet zijn met de one issue politiek van het mensgecentreerd denken van de meeste politieke partijen. In tegenstelling daarmee zijn wij geen one issue, maar een big issue partij. Door te focussen op de bio-industrie trekken we aan een draadje waarmee we het weefsel van een hele grote deken weten te ontrafelen. Een wollige, stinkende deken waarmee veel onrecht bedekt wordt, onrecht dat vele terreinen beslaat zoals het verlies aan biodiversiteit, gezondheidsproblemen, honger in de wereld, de problemen van boeren die geen eerlijke prijs krijgen voor hun werk etc etc
Een stap in de goede richting is het werken aan de duurzame transitie van de productie en consumptie van dierlijke eiwitten naar meer efficiënte equivalenten van plantaardige oorsprong. Zowel de Eerste Kamer als de Tweede Kamer wil hierin stappen zetten. Het provinciale niveau mag ons inziens niet achterblijven. Wij hebben daarom hierover een motie in voorbereiding. Wie wil kan zich aansluiten en een bijdrage leveren.


Interimstructuurvisie Noord-Brabant (Statenvoorstel 09/08)


Zoals u zult begrijpen is de Partij voor de Dieren zeer verheugd over de opvatting van de wetgever over het stellen van algemene regels. De Partij voor de Dieren heeft vanaf het allereerste begin gehamerd op het opstellen van een provinciale ruimtelijke verordening als middel van proactieve borging van aangewezen provinciale belangen. Ondertussen is echter waardevolle tijd verloren gegaan met eindeloze voorlichtingsbijeenkomsten en debat. De Partij voor de Dieren sluit zich daarom aan bij de oproep over te gaan tot een noodverordening.

Het moet immers niet bij mooie woorden en beloftes blijven. De Brabantse natuur en landschap staan onder grote druk (zie Natuurbalans) en glipt ons door de vingers door te weinig inzet op handhaving en onbalans met economische ontwikkelingen.
Er moet duidelijk meer voortgang komen in de aanleg van de EHS, evz's, het openhouden van landschapsecologische zones (en het inrichten ervan), verdrogingsbestrijding van natuur, het terugdringen van de generieke ammoniakbelasting op de Brabantse natuur (deze moet in bijna alle gebieden gehalveerd worden) en groenblauwe dooradering. Alles gaat even traag en zo langzaam, dat successen teniet gaan door alle negatieve ontwikkelingen. Economische belangen gaan al te vaak voor. In plaats van het bevorderen van groei van veehouderijen rondom natuurgebieden, ruimte op te offeren voor onnodig bedrijventerrein, open landschap op te offeren voor kassen, wordt het tijd een andere positie in te nemen. Rust en ruimte zijn belangrijk voor de gezondheid van mensen. Enkel een symposium organiseren over de bescherming van weidevogels voldoet niet. De problematiek vraagt om acute en doelmatige oplossingen.

In plaats van een Oud Prinslandse Polder vol met industrie en glas om te produceren voor export, gaat het erom de daad bij het woord te voegen en daadwerkelijk ruimte te geven voor bedreigde vogelsoorten zoals voorkomen op deze akkergebieden van West-Brabant, overigens ook leefgebied van o.a. de zeldzame Noorse Woelmuis en de Grote Modderkruiper. Hoe verhoudt zich het vernietigen van deze habitat met de promotie van Countdown 2010?
Zowel bij de Moerdijkse hoek als het AFC liggen nut en noodzaak niet vast en wordt goede landbouwgrond verkwanseld. Hoe is het mogelijk dat het CDA niet reageert? Er mag toch geen goede landbouwgrond meer afgegeven mag worden vanwege de honger in de wereld. Of speelt deze mening niet wanneer gronden voor een dure prijs onteigend worden?
De uitvoeringsagenda schiet in onze ogen tekort waar het gaat om het realiseren van groene ambities.
De argumentatie van de provincie Noord-Brabant voor de aanleg van het Logistiek Park Moerdijk, is uitsluitend gebaseerd op hoge en ondeugdelijke ramingen. Dat is de conclusie van onderzoekers Erik Louw en Rob Konings van Onderzoeksinstituut OTB (onderdeel van de Technische Universiteit Delft). Er is nog ruim voldoende plaats op het bestaande bedrijventerrein Moerdijk en de nieuw te ontwikkelen locatie Roode Vaart om de verwachte logistieke bedrijven te huisvesten. Er dreigt leegstand en een verdere aantasting van het West-Brabantse landschap, waaronder cultuurhistorisch waardevolle polders die zeer geschikt zijn voor de landbouw.


De groene Beerze wordt als enige genoemd als het gaat over robuuste ecologische verbindingen. Hoe zit het met de actieplannen voor de andere robuuste ecologische verbindingen en de verbinding tussen natuurgebieden en tussen de RNLE’s? Hoe staat het met de uitvoering van beleid met betrekking tbt de RNLE's? En hoe zit het met de versterking van het landschap in de landschapsecologische zones?
De beoogde termijnen zoals tenminste de helft van de natte natuurparels gerealiseerd in 2010, EHS (inclusief evz's) gerealiseerd in 2016 worden bij lange na niet gehaald omdat boeren hun gronden niet verkopen en onteigening voor natuur in Brabant nog steeds "not done" is. Dit in tegenstelling tot Gelderland, waar GS onteigening voor realisatie EHS onlangs mogelijk heeft gemaakt. In plaats daarvan zegt Onno Hoes openlijk dat 2018 niet wordt gehaald (Agrarisch Dagblad 25 juni).
Hij schendt daarmee de afspraken die zijn gemaakt. Als regisseur van de reconstructie heeft GS zelf de sleutels in handen van het uitvoeringsprogramma van de negen regios. Ze kan, net als GS in Gelderland, onteigening inzetten als ultiem instrument.
Hoes zet in op meer realisatie van EHS door particulier natuurbeheer. Dat kost echter ook heel veel geld extra (nu zijn de vergoedingen voor natuur niet conform de winsten die boeren uit de landbouw halen) en de resultaten ervan moet je nog maar afwachten. Uit het rapport Ecologische evaluatie regelingen voor natuurbeheer van het NMP (2007) blijken de resultaten zeer tegen te vallen, mn. bij de wat hogere natuurdoelen. Die worden zelden bereikt met particulier natuurbeheer. Dan kan het extra geld volgens de PvdD veel beter uitgegeven worden aan onteigeningsproce-dures.


In de interimstructuurvisie ontbreekt concrete sturing op het ontwikkelen van werkelijk duurzame landbouw en veehouderij. Wij zijn als Partij voor de Dieren verheugd dat het kabinet inziet het belangrijk is om beleid te ontwikkelen om de consumptie van vlees en melk te verminderen en bijzondere aandacht te besteden aan een omschakeling naar plantaardige eiwitten. Kunnen we hiermee niet ook onze eigen duurzame biologische akkerbouw een steun in de rug bieden? Op de actiepunten m.b.t. de biologische landbouw is veel af te dingen. We zouden als provincie ons nog veel duidelijker kunnen profileren op dit terrein. Met de 2,0 % liggen we nog altijd onder het landelijk gemiddelde en Europees gezien behoren we slechts tot de middenmoot. Waarmaken dat we de onderste lagen serieus nemen. In plaats van voortdurend in een spagaat terecht te komen tussen bijvoorbeeld voornemens als ‘de bestaande infrastructuur sturend te laten zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen’ en ondertussen megastallen vestigen waarbij aan en afvoer over te kleine landelijke wegen moet geschieden. Intensieve landbouw waarvan we weten dat die juist druk veroorzaakt op de onderste lagen. Waarom niet ruimtelijk maatregelen nemen om de groei van het aantal varkens in Brabant te voorkomen, terwijl we weten dat bv. ammoniakdoelen toch al zo moeilijk gehaald kunnen worden? En moet er - gelet op het voortdurende pleidooi van ZLTO omtrent het mondiale voedselgebrek – geen restricties worden opgelegd aan de alsmaar uitdijende boomteelt? Waar siergewassen staan kunnen immers geen voedingsgewassen geteeld worden. Naast dit bezwaar hebben intensieve teelten ook grote consequenties voor landschappelijke, natuurlijke, hydrologische en aardkundige waarden. Ook hierover hebben wij een motie in voorbereiding.

Wonen

Het uitgangspunt dat elke gemeente binnen de landelijke regio ten hoogste zoveel woningen bouwt als nodig is voor de natuurlijke bevolkingsgroei, is een nobel uitgangspunt. Maar wat zien we? Gemeentes bouwen woningen voor starters en senioren die zo duur zijn dat andere groeperingen van buiten het dorp zich er uiteindelijk in vestigen. Bovendien zijn er al kernen met een negatieve bevolkingsgroei. Wordt hier voldoende op geanticipeerd? Moet - gelet hierop - de woningopgave niet regionaal gekeken worden?

Verkeer

Wij kijken met zorg naar de alsmaar klinkende vraag van het bedrijfsleven om het wegennet uit te breiden. Meer wegen leidt doorgaans tot meer verkeersbewegingen. Dit is slecht voor de luchtkwaliteit (fijn stof, uitstoot broeikasgassen), voor natuurwaarden (meer versnippering), landschap en kernwaarden als rust en duisternis. Wij zijn van mening dat er een concretere uitwerking moet komen van de visie op openbaar vervoer van hoogwaardige kwaliteit in plaats van uitbreiding van de capaciteit voor autoverkeer. Ook de toename van het verkeer in de lucht baart ons zorgen.Het wordt gezien als een geweldige verdienste om zoveel luchtverkeer naar Brabant te halen, maar stilte en gezonde lucht zijn vele Brabanders meer waard.

Duurzame locaties in verwevingsgebied?

In verwevingsgebied moeten uitbreidingen worden getoetst aan de omgevingswaarden.
Klopt het dat men ervan uitgaat uit dat alle locaties in verwevingsgebied in principe duurzaam zijn, en dat er dus sprake kan zijn van forse uitbreidingen (tot 1,5ha), hervestiging en omschakeling mits er bezwaren zijn vanuit ruimtelijke, landschappelijke, maatschappelijke of milieuhygienische optiek? Een lokatie is dus duurzaam, tenzij de omgevingskwaliteiten anders uitwijzen? De vraag is dan natuurlijk: waarom zijn deze gebieden dan niet aangewezen als landbouwontwikkelingsgebied? Er is toch sprake van bepaalde omgevingswaarden, die bij forse uitbreidingen zoals voorzien op duurzame locaties, worden aangetast?

Brabant Stad

Niets tegen samenwerking om goede projecten te realiseren. Prima!
Echter,
- Geen nieuwe bestuurslaag laten ontstaan
- Geen aantasting autonomie gemeenteraden
- Worden de belangen van de kleinere gemeenten niet ondergesneeuwd
- Wil wel een voorbehoud maken als het gaat om plannen/projecten die niet passen binnen de uitgangspunten van de Partij voor de Dieren.


Correctieve herziening Reconstructieplannen (Statenvoorstel 33/08)

Uit reacties van groene partijen blijkt dat de correctieve herziening niet in de geest van de uitspraak van de RvS wordt gedaan. Ook al is het advies van de Raad van State duidelijk niet goed verwerkt, GS vindt aanpassingen niet noodzakelijk. Of GS gaat beter onderbouwen en komt dan met nieuwe punten: men maakt van verwevingsgebied gewoon een log!
De drie zoneringscategorieen (EX, VW, LOG) worden onvoldoende onderscheiden. Overal zijn duurzame locaties lijkt wel. Waar in verwevingsgebied e.e.a. getrapt verliep, wordt tegenwoordig de 1,5 hectare niet eens meer genoemd. Blijkbaar kunnen gemeentes standaard de 2,5 hectare bouwblok toekennen. Dat gaat dan niet meer om familiebedrijven. We hebben het hier over megabedrijven van 5 voetbalvelden groot in verwevingsgebied. De toets of het gaat om een al dan niet duurzame locatie valt al te vaak uit in het voordeel van de ondernemer die wil uitbreiden. Waar eerder het nee, tenzij principe gold, geld nu het ja mits principe. Bij het doorsnijden van bouwblokken wordt meestal voor het lichtste regime gekozen. Het geheel deugt niet. Er zit onvoldoende waarborgen in voor bescherming van natuur, landschap en belangen van omwonende burgers. Terecht wordt dit in de correctieve herziening door BMF en terreinbeheerders opgemerkt. Onder druk gezet namen zij deel aan het reconstructieproces en hun belangen werd steevast ondergesneeuwd. Alleen natuur- en waterbelangen die reeds afgekaart en hard beleid waren (realisering EHS, verdrogingsbestrijding) zijn overeind gebleven en worden nu bestempeld als "winst" uit de reconstructie. Onzin dus! Het is oud en afgekaart beleid waar destijds niet in gesneden kon worden, anders waren hier de ambities ook nog in teruggeschroefd. ZLTO en CDA proberen nu de planologische groeiruimte die de reconstructieplannen biedt binnengehaald is, alsnog de natuur- en waterdoelen ter discussie te stellen..


Partiële herziening Streekplan Noord-Brabant 2002, concrete beleidsbeslissing B284 Hapert (Statenvoorstel 32/08)

De Partij voor de Dieren is tegen de partiële herziening van het streekplan. Nu blijkt dat er geen bedrijventerrein hoeft te komen in Hapert-Zuid, is de ontsluiting via een wegomlegging van de N284 overbodig. Enkel en alleen daarvoor is die wegomlegging immers bedoeld. Tijdens de zitting bij de Raad van State is uitdrukkelijk naar dit verband gevraagd en ook bevestigd: de weg en het bedrijventerrein zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waarom nu toch de weg? Omdat dan straks toch het bedrijventerrein kan volgen? Dat lijkt het enig mogelijke antwoord. Want, waarom anders vasthouden aan een wegomlegging? Op die vraag willen wij graag een duidelijk antwoord. Want,

1. De wegomlegging is immers een onlogische oplossing. Want, wie gaat er kilometers omrijden alleen om de wegomlegging te gebruiken?
Uit een onderzoek in opdracht van de gemeente Eersel bleek dat in geval van de wegomlegging van de N284 in Hapert-Zuid, het meeste verkeer, maar liefst zo’n 75%, toch over het oude traject langs Duizel en Eersel zal blijven rijden. De lucht daar verbetert dus nauwelijks.

Waarom met een wegomlegging een gevaarlijke situatie creëren? Want dat in het deel van de snelweg tussen de afslagen Hapert-Zuid en Eersel-Noord op de korte af- en aanritten gevaarlijke situaties gaan ontstaan door het in- en uitvoegend lokaal verkeer en het toekomstig vrachtverkeer van het bedrijventerrein is wel duidelijk. De A67 op het traject bij Eindhoven staat er om bekend. Men wil vanwege het toekomstige bedrijventerrein een bewaakte vrachtwagenparkeerplaats aanleggen voor 900 vrachtwagens! Ziet u het al voor zich als die ’s morgens weer op weg gaan…

Dat zullen de vele toeristen leuk vinden die in dit gebied terecht kunnen voor rust, ruimte en natuur. De inkomsten uit recreatie zijn nu hoog, waarom dan in het hart ervan een bedrijventerrein…waarvan nut en noodzaak niet is aangetoond!

2. Waarom is al tien jaar lang niks gedaan om de verkeersdoorstroming van de bestaande wegen te verbeteren? Waarom worden knelpunten niet aangepakt? (Is dit soms omdat dan de reden voor de wegomlegging wegvalt, hetgeen op zijn beurt weer nadelig zal zijn voor het bedrijventerrein dat er blijkbaar hoe dan ook moet komen?)
Er zijn nu alleen files in de ochtend en avondspits en die zijn met eenvoudige middelen zoals een rotonde e.d. op te lossen. Je kunt anders overal wel in Nl nieuwe wegen gaan aanleggen. In de mertracé nota worden allerlei mogelijke maatregelen genoemd waardoor doorstroming wordt bevorderd.
Allemaal argumenten om de wegomlegging niet doorgang te laten vinden. Kunt u deze argumenten ontzenuwen? Heeft u tegen argumenten (behalve het onuitgesproken argument dat het handig is voor het bedrijventerrein wat straks weer op de proppen komt?
Daarnaast enkele vragen:
Valt groenafscherming langs het bedrijventerrein tegenwoordig onder natuurcompensatie?

En, hoe zit het met de liggende vleugeltjesbloem? Daarop heb ik nog steeds geen antwoord gekregen? Wordt u als bestuurder die wappert met het countdown 2010 verdrag niet volkomen ongeloofwaardig?

En hoe zit het met de patrijzen in dit gebied? Hoe wordt daarvoor zorggedragen?


Kaderstelling voor archeologie en voor beeldende kunst en vormgeving/ Koepelnota Cultuur (Statenvoorstel 34/08)

Voor ons ligt de naast de kaderstelling Archeologie ook de kaderstelling voor Beeldende Kunst en Vormgeving.

In deze laatste staan twee doelen in verwoord:
1. de basisinfrastrutuur wordt versterkt
2. innovatie door projecten te ondersteunen die zich richten op actuele thema’s in de samenleving.
Om dit laatste te bereiken wordt nog eens 800.000 euro extra uitgetrokken.
Gepropageerd wordt dat projecten gericht op in de samenleving spelende thema’s samen met andere partners worden opgepakt. Een zogenaamde integrale aanpak. Ook op het terrein van grootschalige projecten wil men samenwerken met andere partners. Men spreekt dan over een verbreding van de inhoud van grootschalige projecten. Subsidie wordt gegeven op grond van de innovatieve beleidsregel: ondersteuning van projecten die zich richten op actuele thema’s in de samenleving.
En wat wordt als voorbeeld genoemd… het ZLTO dat graag zo’n project ontwikkeld over de intensieve veehouderij en voeding. Met andere woorden: propaganda voor de bio-industrie gesubsidieerd en goedgekeurd door de Provincie. Of begrijpen we u nu verkeerd. Mogen de kunstenaars in de samenwerking met partners geheel vrij hun werk uitoefenen? Want kunst aan een leiband is geen kunst.
Kunstenaars behoren tot een voorhoede en kunst met een grote K laat ons vaak in een spiegel kijken die ons lang niet altijd welgevallig is. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de Tate galerie waar ik jaren geleden al een confronterende tentoonstelling bezocht over voeding en bio-industrie. In één zaal lagen kadavers van dieren te rotten, zoals in de bio-industrie de kippen, die doodgedrukt worden liggen te rotten totdat de zes weken ellende voorbij zijn en alles geruimd wordt. De stank in deze zaal was ondraaglijk. Met een propeller werd de stank door ronde openingen in het glas de zaal in gestuwd. In een andere zaal stond een stellage van een koe en een varken. Beide in stukken gesneden en als landschappelijk project waren er koeien, varkens en kippen in een soort van plexiglasballen vervat die je langs de snelweg kunt zetten of voor een dierfabriek.
Ik denk dat hier een samenwerkende partner als het ZLTO niet op zit te wachten. Of gaan we ons tevreden stellen met een ambachtelijk stukje werk zoals hier voor het provinciehuis staat? Een zeug met jongen frank en vrij alsof er in de hele wereld geen stalen kooien voor zeugen bestaan? Dat lijkt mij toch niet de bedoeling van deze nota willen we niet heel kunstminnend Brabant tegen ons in het harnas jagen.

Of gaat het eigenlijk helemaal niet over kunst maar bedoelt men hier vormgevers die in opdracht van een partner iets ontwerpen? Dan moeten we ons wel de vraag stellen of we dan partners met commerciële belangen mogen toelaten? Mag Philips dan ook meedoen en geld krijgen? Lopen we dan niet het risico dat het al snel gaat om propaganda voor de doeleinden die een ‘samenwerkende partner’ graag gerealiseerd ziet? Met maatschappelijke partners in zee gaan die duidelijk een achterban met commerciële belangen vertegenwoordigen, dat lijkt ons geen goed idee. Hier is een restrictie op zijn plaats. Het ZLTO kan om die reden wat ons betreft geen beroep doen op deze regeling. De ZLTO heeft immers als missie: het ondersteunen van haar leden bij het realiseren van een duurzame positie in markt en maatschappij. We gaan immers hopelijk ook geen kunst voor Philips financieren.



Kaderstelling externe veiligheid (Statenvoorstel 31/08)

Essentieel vraagstuk van de beleidsvisie is: welke ambitie heeft de provincie op het gebied van externe veiligheid? Wat willen we méér doen dan de wettelijke taken? Over dat ambitieniveau kan PS een uitspraak doen. Het ambitieniveau wat er nu staat is redelijk terughoudend. Voor de PvdD té terughoudend.
Externe veiligheid betreft het voorkomen van dodelijke slachtoffers als gevolg van ongevallen met gevaarlijke stoffen: brand, explosie en gifwolk. Dit is (landelijk) gedefinieerd als menselijke dodelijke slachtoffers, hoewel de Europese Sevesorichtlijn ook een milieucomponent heeft. Ook de normen zijn op dodelijke slachtoffers gebaseerd (de brandweer is weer meer geïnteresseerd in gewonden). En in theorie is het natuurlijk zo dat als je menselijke dodelijke slachtoffers voorkomt, je ook gewonden voorkomt en ook dierlijke slachtoffers.
Alleen, essentie van het hele risicobeleid is dat je risicobronnen (bijvoorbeeld bedrijven waar met gevaarlijke stoffen gewerkt wordt) op voldoende afstand houdt van kwetsbare objecten (bijvoorbeeld scholen en woningen). Kwetsbare objecten zijn in regelgeving gedefinieerd en bijna volledig beperkt tot objecten waar mensen voorkomen (bepaalde infrastructurele werken zijn ook aangemerkt als kwetsbaar object).
Vanuit oogpunt van dierenwelzijn is het echter ook gewenst afstand te houden tussen risicobronnen en bijvoorbeeld intensieve veehouderij, zeker nu er wordt gesproken over plaatsing van intensieve veehouderij op industriegebieden.
Vandaar dat we een motie indienen met een verzoek tot onderzoek naar de mogelijkheid om dieren op te nemen in het veiligheidsbeleid.
Zoals ik hiervoor al aangaf, heeft de Sevesorichtlijn ook een milieucomponent. Die is heel lang niet goed verwerkt geweest in de Nederlandse wet- en regelgeving, maar sinds enige tijd is er ook de Regeling beoordeling afstanden natuurgebieden. Deze regeling is ook aangegeven in de tabel met wettelijke taken. In deze regeling is aangegeven dat er voldoende afstand moet zijn tussen de "meest risicovolle bedrijven" (BRZO-inrichtingen) en bepaalde natuurgebieden. Wat "voldoende afstand" is, maakt de regeling echter niet duidelijk. In de toelichting op de regeling is aangegeven dat het ministerie van LNV het initiatief zou moeten nemen om in overleg met het ministerie van VROM daarvoor een instrument te ontwikkelen. LNV neemt echter helemaal geen initiatief en VROM heeft nu het initiatief op zich genomen (LNV neemt wel deel), en nu gebeurt er eindelijk wat, al schiet het niet erg op. Extra druk op het LNV is gewenst. Dat is natuurlijk iets voor de landelijke vertegenwoordiging van politieke partijen, de PvdD zal daar zeker ook haar stem laten horen, maar ook een provinciaal geluid is op zijn plaats. Wilt u een dergelijk geluid laten horen?