Provin­ciale Staten 3 oktober 2008


2 oktober 2008

Koepelnota samenleven

Als Partij voor de Dieren hanteren wij twee kernwoorden waartussen wij alles wegen. Dat zijn de woorden duurzaamheid en mededogen. Het sociale domein is een domein dat ons ter harte gaat. En de vele thema’s die aangesneden worden in deze nota zijn zeer relevant en grote inzet waard. Het is echter de vraag of de provincie de aangewezen instantie is om op dit terrein te opereren zoals zij in deze nota aangeeft dat te willen doen.
Terecht staat in de nota dat de provincie bescheiden rollen heeft in het sociale domein. Probleem met deze nota is echter dat het met deze bescheidenheid wel meevalt. De rollen die de provincie zichzelf toebedeelt zouden heel goed ook aan andere instanties toebedeeld kunnen worden.
Neem het voornemen van grootschalig onderzoek naar vraag en aanbod in Noord-Brabant over de hele breedte van de zorg. Wat is dit eigenlijk voor een opdracht? Wie heeft die opdracht verzonnen? Waarom e.e.a. niet per regio in beeld brengen en dan naar aanleiding van een gerichte vraag van een of meerdere gemeentes zelf?
Het is immers maar de vraag of alle gemeentes behoefte hebben aan een dergelijk grootschalig overzicht. Er zijn gemeentes die het al wel voor elkaar hebben en voor wie zo’n onderzoek nu niet per se hoeft. Ongetwijfeld zijn er ook gemeentes die op dit moment heel andere prioriteiten stellen. In die gevallen komt het prachtige en ongetwijfeld dure onderzoek straks mooi in een la te liggen en dat is toch wel eigenlijk heel erg zonde van het geld.

Vraag die wij stellen is: Waarom zouden gemeentes eigenlijk niet zelf kunnen inkopen bij Palet, Pon of PSW? Of bij hogescholen of universiteiten? Want ook die kunnen onderzoek verrichten t.b.v. inzicht en overzicht van maatschappelijke trends en ontwikkelingen en zij hebben daar ook de competenties al voor in huis. Dan is het hun eigen onderzoek, geheel in dienst van de vragen die zijzelf hebben opgesteld a.h.v. de eigen probleemsituaties. Ongetwijfeld zal de motivatie tot implementeren van de onderzoeksgegevens ook veel groter zijn. Een glossy boekje dat aan de gemeente gepresenteerd wordt ziet er indrukwekkend uit, maar wat hebben we daaraan als het in een la beland? De provincie heeft immers geen middelen de gemeentes te dwingen e.e.a. ook op te nemen in beleid en te implementeren. Geeft de gemeente zelf opdracht tot onderzoek, dan is er veel meer drive om de onderzoeksresultaten te vertalen in beleid, het onderzoek wordt in dat geval ook veel gerichter aangestuurd.
Tweede vraag luidt: Waarom kunnen particuliere organisaties niet de rol vervullen van kennismakelaar en katalysator? Zij kunnen toch ook actief de boer op gaan met hun producten en best practices verzamelen om daarmee elders weer klanten te werven? Of ingehuurd worden om impasses te doorbreken? Waarom moet de provincie deze competenties verder ontwikkelen?

Om er als provincie voor te willen gaan zorgen dat mensen met dementie, ouderen en chronische zieken zolang mogelijk thuis wonen, hoe nobel deze taak ook is, is typisch een taak voor de gemeente. Het zou veel beter zijn als de gemeentes zelf over gelden gaan beschikken, waardoor zij niet bij de provincie hoeven aankloppen voor subsidiëring. Loopt de provincie de gemeente niet voor de voeten?


In de nota lees ik verder dat men uitgaat van een probleemgerichte benadering in plaats van specifiek doelgroepen beleid. Vervolgens kom ik allerlei specifieke doelgroepen tegen in het stuk. Zo worden steunfuncties vooral ingezet op onder meer de zorgvrijwilliger en allochtone vrouwen? Hoe zit dat? Zijn dat geen doelgroepen?

Water in Zicht

Het rapport van de Rekenkamer geeft ons weinig reden de conclusie van GS te onderschrijven dat het rapport vooral een complimenteus is m.b.t. de toepassing van de watertoets. Alleen al het ontbreken van eenduidige werkafspraken (pnt 1), hetgeen in de praktijk aanleiding heeft gegeven tot verschillende inzichten, en het ontbreken van controle op toezeggingen (pnt 5) zijn ons inziens al voldoende om vragen te stellen bij de rooskleurige conclusie van GS ‘dat Gs in al haar rollen uniform, evenwichtig en doeltreffend de watertoets heeft toegepast op ruimtelijke plannen’ tegen te spreken. Een dergelijk ontbreken zal toch niet zonder gevolgen zijn geweest?

Aanbeveling 3 is voor ons bijzonder relevant. Het baart ons zorgen dat de provincie tekort is geschoten waar het gaat om het expliciet aangeven waar en op welke wijze compensatie plaatsvindt. Het is ook bijzonder vervelend dat het begrip compensatie slechts in verband is gebracht met natuurcompensatie en niet met het maken van afspraken over de compensatie van nadelige effecten specifiek voor het watersysteem. Wat voor gevolgen heeft dit gehad? Kan GS daar iets over zeggen?

Het verheugt ons dat GS de aanbevelingen gedaan in deze handreiking van de Rekenkamer onverkort overneemt. Het is te hopen dat men deze aanbevelingen ook daadwerkelijk uitvoert.

Uitverkoop van natuur

Door de Provincie Noord Brabant zijn nieuwe kaarten vastgesteld voor de Wet ammoniak en veehouderij (hierna de Wav). De huidige Ontwerpkaart voorziet in de aanwijzing van 89% van de huidige Wav- gebieden en nagenoeg een halvering van het aantal veehouderijen in de Wav-zone (48% reductie). Daarmee wordt tegemoet gekomen aan de bestuurlijke afspraken om het aantal bedrijven in de Wav-zones te halveren en het areaal zeer kwetsbare gebieden met maximaal 15% te beperken.

In het kader van de aanpassing van de Waf kaarten vind er naar het oordeel van de PvdD een grote uitverkoop van natuur plaats. Opnieuw worden ondernemers in Brabant en in dit geval in heel Nederland beschermd tegen natuur, in plaats van dat we, dat wat steeds kostbaarder wordt, namelijk natuur en biodiversiteit, beschermen tegen de desastreuze uitbreidingslust van schadelijke ondernemingen.

Het valt ons op dat allerlei kleine gebieden – die aangemerkt kunnen worden als ecologisch zeer waardevolle 'stapstenen' - worden geschrapt, zelfs waar deze het leefgebied zijn van meerdere rode lijstsoorten!
De grote natuureigenaren komen op voor 'hun' eigen gebieden en dat kan men hen moeilijk kwalijk nemen. Kwalijker is het dat de provincie niet in staat is zelf een goede afweging te maken tussen het schrappen van een ecologisch minder waardevol reepje natuur dat behoort tot een van de grote natuurgebieden óf het schrappen van een klein natuurgebiedje met rode lijstsoorten dat bovendien gekwalificeerd kan worden als ecologische stapsteen.
Het gevolg: ecologisch waardevolle gebiedjes worden geschrapt van de kaart - met zeer waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de rode lijst soorten in deze gebiedjes.
Vraag aan de gedeputeerde van ecologie: Hoe verhoudt zich deze misser tot countdown 2010?

De vraag die de PvdD en menig burger die hiervan hoort zich stelt is: Mag dit eigenlijk zomaar? Kwetsbare natuur schrappen van de Wafkaart?
Afhankelijk van de concrete situatie kan er wel degelijk strijdigheid zijn met Europees recht. De individuele stapsteen moet dan worden getoetst aan de Natuurbeschermingswet (en eventueel VR en HR). Voor de Wav- kaarten zelf is de zienswijzen periode verstreken waardoor er wat dat betreft geen rechtsmiddelen meer openstaan. Wel kunnen bij individuele aanwijzingen en schrappingen de rechtsmiddelen worden benut. Ook bij het eventueel afgeven van vergunningen kan een integrale toets plaatsvinden waarbij de genoemde argumenten zoals gebieds- en soortenbescherming kunnen worden ingebracht. Bij een vergunningsprocedure of een projectbesluit kan dus nog altijd de soorten en gebiedsbescherming ingebracht worden. Het vraagt enige alertheid, maar wij zullen de diverse milieuverenigingen die tot hun spijt te laat waren met het inbrengen van een zienswijze zeker op deze mogelijkheid wijzen.
De uitverkoop van natuur zoals die nu plaats vindt bij de nieuwe Wav kaarten is diep treurig maar exemplarisch voor de kortzichtige provinciale Brabantse én landelijke politiek. Het doet sterk denken aan het sprookje van koning Midas die wenst dat alles wat hij aanraakt in goud verandert. Al snel komt Midas tot de ontdekking dat hem op die wijze geen lang leven beschoren is. Helaas is de coalitie in Brabant niet zo snel van begrip. Zij blijven kiezen voor het geld en zijn nog altijd blind voor de intrinsieke schoonheid, samenhang én kwetsbaarheid van de natuur waaraan wij ons bestaan te danken hebben. Zij gaan volledig voorbij aan wat écht van waarde is.
De vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn zijn geïmplementeerd in de Natuurbeschermingswet. De Mer richtlijn en de IPPC- richtlijn zijn geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De Wav wijkt op belangrijke onderdelen af van de Wet milieubeheer. Door deze afwijking kan er strijdigheid ontstaan met onderliggende richtlijnen. Ook bij de toetsing op grond van de Natuurbeschermingswet in relatie tot de Wav moet rekening worden gehouden met de onderliggende VR en HR. Het is dus zeer wel mogelijk dat, indien de Wav kaarten ondanks de specifieke bepalingen over de Natuurbeschermingswet, onvoldoende rekening hebben gehouden met soorten en gebiedsbescherming zodat deze illegaal zijn. De in de kaarten meegenomen stapstenen dienen niet alleen individueel te worden getoetst maar ook in samenhang. Een mogelijk vangnet kan ook nog de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn zijn. Deze zal (in geïmplementeerde vorm) binnenkort inwerking treden als titel 7.2 van de Wet milieubeheer.

Algemene beschouwingen Partij voor de Dieren 3 oktober 2008.

Voorzitter,

Op de terreinen die voor de Partij voor de Dieren van wezenlijk belang zijn is sprake van een gestage achteruitgang. Oorzaken: Enerzijds het ontbreken van beleid of inadequaat beleid op voor ons belangrijke terreinen en anderzijds inadequaat handelen en het doorkruisen van goed provinciaal beleid door GS. Ik illustreer deze achteruitgang met een reeks voorbeelden. Het zijn tevens ónze actiepunten.

Vb1 de q-koorts
Deze zomer waren we nr 1 van Europa met een gigantische q-koorts explosie. Het RIVM waarschuwde ervoor, de Partij voor de Dieren vroeg GS om maatregelen, maar men stond erbij en keek ernaar.

Vb2 milieuorganisaties buiten spel
Als milieuorganisaties door een onafhankelijke macht willen laten beoordelen of de uitbreidingsplannen van bepaalde ondernemers stroken met de wet, dan wordt dat snel door GS belemmerd.

Vb3 milieuorganisaties buiten spel
Iedere zichzelf respecterende overheid zou een kritische milieufederatie op waarde moeten schatten, maar wat doet GS? Zij weigeren geld te geven voor projectaanvragen van de BMF. Het is slechts wachten op de volgende stap: het geheel stopzetten van gelden aan de BMF.

Vb4 de nieuwe landgoedregeling
Fortis houdt zich met haar voorstellen voor villabouw en nieuwe natuur niet aan de regels zoals verwoord in de nieuwe landgoedregeling, en wordt daar terecht op afgerekend door de gemeenteraad. GS echter … precies, zij steunt de plannen.

Vb5 vossenjacht
Voor vossen gold het afgelopen jaar de ene vrijstelling na de andere zodat er duchtig zinloos gejaagd kon worden. Waarom? Omdat het juridisch mogelijk is, aldus GS. Dat inhoudelijk alle wetenschappelijke onderzoeken tegen een dergelijke beslissing spreken, is bekend, maar wordt genegeerd.

Vb 6 de edelherten
Edelherten zijn niet welkom. Het ZLTO loopt weg in een overleg en het hele plan waar miljoenen in is geïnvesteerd door overheid en natuurorganisaties is van de baan.

Tot zover de gevolgen van het inadequaat handelen en/of doorkruisen van goed beleid. Dan nu verkeerde beleidskeuzes met schadelijke gevolgen en totaal ontbreken van beleid.


Vb 7 wildschade
Er zijn talloze alternatieven om wildschade tegen te gaan, maar deze innovatieve ontwikkelingen om dieren gericht te sturen of te weren worden niet gestimuleerd of ondersteund.

Vb 8 de ganzen
Ganzen worden afhankelijk gemaakt van productievelden, waar zij tot 1 april gedoogd en na 1 april van afgeknald worden. Een diervriendelijk ruimtelijk beleid ontbreekt.

Vb 9 wilde zwijnen
Deze dieren hebben hier niets te zoeken (FBE)

Vb 10 achteruitgang biodiversiteit
Gebieden met meerdere rode lijstsoorten worden van de Wav kaart geschrapt, ondanks het feit dat de biodiversiteit nog steeds afneemt en 2010 met rasse schreden nadert.

Vb11 achteruitgang weidevogels
Er wordt subsidie gegeven aan weidevogel projecten, terwijl in hetzelfde gebied dat tienduizenden euro subsidie ontving de jonge weidevogels genadeloos omgeploegd worden.

Vb12 gebrek aan handhaving
Subsidies worden gegeven voor herplant van struweel en bomen, terwijl ze bij de herinrichtingen in rap tempo verdwijnen.

Vb 13 geen beleid m.b.t. dierenwelzijn
Er is geen structurele aandacht voor dierenwelzijn, er zijn geen ambtenaren die dierenwelzijn in hun pakket hebben, noch is er een gedeputeerde die op dierenwelzijn aanspreekbaar is. Een hiaat in het provinciale beleid.

Vb 14 Glastuinbouw op de verkeerde plekken ten koste van natuurwaarden.

Vb15 de megastallen
Megastallen worden met veel overheidsgeld midden in landelijk gebied geplant dat daar qua infrastructuur niet op berekend is, hetgeen tot heimelijke toestanden leidt zoals in Boekel; mede omdat er geen draagkracht vanuit de bevolking is die deze industrie met gezondheidsrisico’s door de strot geduwd krijgt.

Vb16 klimaatverandering en honger in de wereld
De dierindustrie vormt een grote bedreiging voor het klimaat en draagt bij aan de honger in de wereld. Als provincie zouden we scherp moeten inzetten op een reductie van de veestapel en aanpassing van eetgewoontes richting een meer plantaardig dieet.

Vb17 verkeerde bio-massa initiatieven
Biomassa-initiatieven zoals vergisting van mest die leiden tot instandhouding en verdere schaalvergroting van de dier- , klimaat en mensvijandige bio-industrie worden helaas financieel ondersteund.

Vb 18 zorg voor landbouwhuisdieren ontbreekt
Behalve erbarmelijke leefomstandigheden kan men hier denken aan hoe bij brand de dieren aan hun lot worden overgelaten. Zij gaan weerloos ten onder in de vlammen.

Vb19 verkwisting van geld
Er wordt op allerhande manieren miljoenen euro van de burgers in deze nimby stallen gepompt waardoor een verwerpelijk systeem almaar kan blijven bestaan.

Vb 20 kiezen voor biologisch
Een duidelijke keuze voor dier- en mensvriendelijke biologische akkerbouw en veeteelt is noodzakelijk, maar wordt beleidsmatig niet gemaakt.

Slotconclusie: Er is sprake van een gestage achteruitgang. Integraal beleid ontbreekt op verschillende terreinen en goed beleid wordt via andere maatregelen of inadequaat handelen weer teniet gedaan. Het is tijd dat we daarmee stoppen. In die zin ondersteunt de PvdD de oproep in het BD om “de kwalijke tandem die een spoor van vernieling door Brabant trekt z.s.m. te stoppen”.

Tot zover deze algemene beschouwing.