Opinie: Brabant laat de ganzen stikken


14 juli 2016

Op vrijdag 24 juni 2016 stemde een meerderheid van Provinciale Staten in Brabant tegen een initiatief van de Partij voor de Dieren voor een diervriendelijk ganzenbeleid. Als gevolg hiervan treedt deze maand een voorstel van de Faunabeheereenheid (FBE) in werking met als belangrijkste doelstelling om tienduizenden ganzen te doden door middel van afschot en vergassing. Onbegrijpelijk dat zoiets in Brabant kan gebeuren, omdat met name coalitiepartijen SP, D66 en PvdA hadden aangegeven dat er juist behoefte is aan een diervriendelijker ganzenbeleid.

Landelijk had het voorstel van de Partij voor de Dieren voor een diervriendelijk ganzenbeleid steun van de Dierenbescherming. Niet voor niets, want Nederland heeft een internationale verplichting om ganzen te beschermen. Het doden van ganzen is wettelijk ook een laatste redmiddel en geen doel op zich. Toch is de praktijk anders. Volgens de FBE zijn er nu 30.000 grauwe ganzen in Brabant en dat aantal moet met behulp van het geweer en CO2-gas worden teruggebracht tot een doelstand van 7.500 ganzen in 2022. Zo wordt het afschieten van ganzen letterlijk een doel op zich, ook voor de provincie. Die doelstand is nergens op gebaseerd, omdat deze geen enkele relatie heeft tot het beperken van overlast of schade. Die doelstand is gewoonweg knallen geblazen voor de jagers.

De landbouwschade in Brabant is met 70.000 tot 140.000 euro per jaar relatief laag in vergelijking met andere provincies. Voor zo’n bedrag kun je nauwelijks spreken van een ganzenprobleem. De meeste schade beperkt zich ook tot gebieden rond de Biesbosch en langs de Maas. Daardoor hebben we in Brabant juist de mogelijkheid om op die plekken preventieve maatregelen in te zetten. Een landbouwer in een ganzengebied heeft niets aan afschot, omdat zijn gewassen nog steeds op de nominatie staan om opgepeuzeld te worden. Want wordt zijn frustratie minder wanneer hij jaarlijks om een schadevergoeding moet vragen? Dat denk ik niet. Of zou hij geholpen zijn door hem als provincie te ondersteunen met preventieve maatregelen om ganzen te weren? Dat denk ik wel.

Er zijn voldoende manieren om schade door ganzen te voorkomen, zoals het aanbieden van geschikte rust- en foerageergebieden, waar ganzen wel rust vinden en niet bejaagd worden. Ook moet je dan kwetsbare landbouwpercelen door middel van heggen en rasters ontoegankelijk voor ganzen maken. En je kunt inzetten op innovatieve verjagings-methodes, zoals mechanische roofvogels of speciale lasers, zodat voor ganzen duidelijk wordt waar ze wel en waar ze niet mogen foerageren. Met het afschieten van het diervriendelijke voorstel, zullen we in Brabant helaas weinig innovatie beleven.

In maart 2016 pleitte de Koninklijke Jagersvereniging er nog voor om de grauwe gans terug op de wildlijst te plaatsen, zodat ze weer vrij bejaagd konden worden. Het lijkt er op dat jachtverenigingen nooit vrede hebben gesloten met het feit dat plezierjacht op “hun” ganzen al sinds 1999 bij wet verboden is. De doelstand die de FBE na streeft is zo laag dat die naar eigen zeggen ook nooit gehaald kan worden. Daarom heeft de FBE alvast maar vermeld dat naast het bejagen de ganzen ook vergast zullen gaan worden. Die rekening valt ongetwijfeld op de mat van de provincie, waardoor we als provincie ook nog eens meebetalen aan ons eigen dieronvriendelijke ganzenbeleid. Dat terwijl er hoegenaamd voor de inzet van preventieve maatregelen in de innovatieve provincie Brabant geen geld zou zijn.

Je zou gezien de politieke kleuren denken dat een meerderheid in Brabant voor een duurzaam ganzenbeleid zou zijn, maar niets is minder waar. Alleen de PVV, GroenLinks en de Partij voor de Dieren stemden afgelopen maand tegen het massaal doden van ganzen en voor een meer diervriendelijk beleid; de coalitiepartijen SP, D66 en PvdA laten de jagers vooralsnog de komende jaren hun gang gaan. Wat mij betreft echt een gemiste kans, want daarmee laten we de ganzen letterlijk stikken en vallen ze nodeloos ten prooi aan de Brabantse jagers.


Marco van der Wel