Opinie: Een op de toekomst gerichte provincie inves­teert niet in dier­proeven


10 december 2011

Terwijl we wachten op een beslissing over het lot van de resterende proefaapjes bij MSD in Oss, die hopelijk kunnen worden uitgeplaatst naar een gespecialiseerd opvangcentrum, maakt het nieuwe bedrijf Innoser plannen om op het terrein van MSD in Schaijk een fokcentrum voor transgene knaagdieren te vestigen. Al sinds duidelijk werd dat de proefdierfaciliteiten bij MSD zouden worden gesloten, dringt de Partij voor de Dieren Statenfractie Noord-Brabant er bij de Gedeputeerde Staten op aan om de vestiging van nieuwe proefdierfaciliteiten uit te sluiten. Gedeputeerde Pauli van Economische zaken en bestuur staat duidelijk sympathiek tegenover dit idee, maar heeft geen harde toezeggingen willen doen. Als de provincie nu geen statement maakt, lopen we het risico dat Noord-Brabant straks wordt geassocieerd met dierenleed, in plaats van duurzaamheid.

Als we de website van Innoser mogen geloven, is de vestiging van het grootschalige fokcentrum niet in het nadeel van de proefdieren. Doordat het fokken van transgene dieren wordt geconcentreerd op één locatie, zal men efficiënter kunnen werken wat zou leiden tot minder overschotten. Ook de mogelijkheid dat verschillende instituten gebruik maken van dezelfde dieren zou het aantal te fokken dieren omlaag brengen. Op papier lijkt dit heel mooi, maar in de praktijk moet het nog blijken. Innoser is en blijft een commerciële organisatie, die zoveel mogelijk winst zal willen maken en aan alternatieven voor dierproeven verdient het bedrijf niets. Per genetische foklijn zullen door efficiëntere werkwijzen wellicht minder dieren nodig zijn, maar dat wil niet zeggen dat het aantal proefdieren niet zal toenemen. Het werken met genetisch gemanipuleerde dieren wordt dankzij Innoser voor onderzoekers en instituten goedkoper, wat er misschien juist toe zal lijden dat zij meer onderzoeken met genetisch gemanipuleerde dieren gaan uitvoeren.

Innoser creëert op haar website de schijn dat zij belang hecht aan de gezondheid en het welzijn van de dieren die zij fokt. De diensten die zij aanbiedt zijn daar echter volledig mee in strijd. Het bedrijf levert bijvoorbeeld op aanvraag dieren waarbij specifieke organen verwijderd zijn, dieren waarbij catheters of meetinstrumenten zijn ingebracht en dieren met de meest uiteenlopende ziektebeelden. We moeten ons geen illusies maken: de dieren zullen bij Innoser een verre van fijn leven hebben. Dat de toekomst bij alternatieven voor dierproeven ligt realiseert Innoser zich blijkbaar ook. Het bedrijf geeft aan om een deel van de winst te zullen investeren in onderzoek naar alternatieven voor dierproeven. Ga er maar vanuit dat Innoser dit niet doet uit liefde voor de dieren.

In Nederland en ook daarbuiten wordt veel discussie gevoerd over het nut en de noodzaak van dierproeven. Steeds meer wetenschappers erkennen dat het werken met diermodellen in onderzoek dat oplossingen moet bieden voor mensen niet optimaal is. Diermodellen zijn zelden betrouwbare voorspellers voor effecten bij mensen. Wetenschappers gaan dan ook steeds vaker op zoek naar onderzoeksmethoden waarbij de mens als uitgangspunt wordt genomen. Op dit gebied wordt langzaam vooruitgang geboekt, maar om echt sprongen te kunnen maken zal er een verschuiving moeten komen van onderzoek naar (nooit helemaal betrouwbare) diermodellen naar mensmodellen. Bedrijven, onderzoeksinstellingen en overheden hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze verschuiving te realiseren. Investeren in de vervanging van dierproeven is niet alleen in het belang van de dieren, maar ook in het belang van de mens en de wetenschap.

De provincie Noord-Brabant wil koploper worden op het gebied van innovatief ondernemerschap. Daarnaast draagt de provincie uit dat ze duurzaamheid hoog in het vaandel heeft. Het wordt tijd dat de provincie wat meer lef toont en haar mooie voornemens tot uitdrukking brengt in beleid. Wat de Partij voor de Dieren betreft sluit dit beleid de vestiging van een fokcentrum voor knaagdieren uit. En dat geldt ook voor de bedrijven die dierproeven zullen uitvoeren op het nieuwe Life Sciences Park, dat is een economische keuze maar zeker niet in het belang van mens en dier. Binnen de sector Life Sciences zou de provincie alleen nog plaats moeten bieden aan bedrijven die inzetten op de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven. Dat zijn de werkelijk innovatieve bedrijven waarvan we duurzame oplossingen kunnen verwachten.

ir. Marco van de Wel, statenlid Partij voor de Dieren Noord-Brabant