Lopen we in Brabant ook risico op gifwolken van mest­fa­brieken?


3 april 2017

De Partij voor de Dieren ziet in de gifwolk die vrijdag over Zevekote dreef een pijnlijke illustratie van de verkeerde richting waarin het Brabantse mestbeleid dreigt te gaan. Binnenkort neemt de provincie een besluit over het loslaten van de rem op meer mestfabrieken. De Partij voor de Dieren vreest dat burgers hierdoor nog meer gebukt zullen gaan onder de problemen die worden veroorzaakt door een kleine groep ondernemers.

Het incident van de mestfabriek in Zevekote, waardoor een gifwolk over het gebied dreef met de evacuatie van duizend mensen tot gevolg, doet de vraag rijzen hoe het met de veiligheid van mestfabriekprovincie Brabant is gesteld. De Partij voor de Dieren wil weten of in Nederland dezelfde veiligheidsvoorschriften als in België gelden. De lekkende salpeterzuuropslag in Zevekote was acht dagen daarvoor nog goedgekeurd door de Belgische instanties.

De partij wil ook van Gedeputeerde Staten weten welke hoeveelheden salpeterzuur en zwavelzuur bij de Brabantse mestfabrieken zijn opgeslagen. In de lekkende opslag in Zevekote was 15.000 liter opgeslagen, maar bijvoorbeeld de megamestfabriek die in Oss lijkt te komen zal ongeveer veertien miljoen liter zwavelzuur per jaar gaan gebruiken, volgens de vergunningaanvraag zoals die destijds door dezelfde ondernemers is ingediend voor MACE in Landhorst.

De Partij voor de Dieren ziet in mestfabrieken niet de oplossing voor de mestproblematiek. “Om de problemen van de hele vee-industrie aan te pakken moeten we naar de kern: een forse krimp van de veestapel”, aldus fractievoorzitter Marco van der Wel. Volgens Van der Wel zorgen mestfabrieken voor nieuwe problemen in de vorm van overlast en gezondheidsrisico’s, “bovendien kost het ons honderden miljoenen euro subsidie, enkel ten behoeve van de winst van een handjevol industriële ondernemers.”

> U vindt de vragen hier.