Opinie: Brabant wordt jagers­wal­halla door nepnieuws


11 juli 2018

Het Wild Zwijn is een oer-Brabantse soort die in onze natuur thuishoort. Zijn aanwezigheid blijft niet onopgemerkt, niet in de laatste plaats bij jagers. Om hun hobby te beschermen presenteren ze zich als redder van de maatschappij en beschermer van de natuur, maar in dat verhaal worden de nadelen van jacht buiten beeld gehouden, feiten verdraaid en worden zaken uit proportie getrokken. Helaas wordt dit klakkeloos overgenomen door media en provincie met het desastreuze gevolg dat de deur nu open gaat voor de controversiële drukjacht op wilde zwijnen. Ondertussen raken diervriendelijke alternatieven steeds meer op de achtergrond.

Opnieuw krijgen de hobbyjagers met deze drijfjacht hun zin waardoor Brabant ondertussen een jachtwalhalla is geworden. Om landbouwschade en verkeersongelukken te voorkomen werden al omstreden experimenten gedaan met vangkooien, waarbij gevangen zwijnen met een nekschot werden gedood. Daarna kwam herhaaldelijk de roep om zwijnen ’s nachts met behulp van nachtkijkers te schieten. Recent vroeg de provinciale VVD om meer mogelijkheden voor afschot. Nu wordt weer de drukjacht opgevoerd om deze dieren uit te roeien. Nu de hobbyjacht op ’t Loo wordt beëindigd doordat het kroondomein voor het publiek is opengesteld, hebben we in Brabant een nieuwe stek voor hobbyjagers.

Drukjacht is een vorm van drijfjacht, een bij wet verboden jachtmethode waarbij dieren richting jagers worden opgedreven. Volgens zwijnendeskundige en voormalig jager Geert Groot Bruinderink is het enige verschil met de drijfjacht dat de dieren minder hard worden opgedreven; een “schimmig onderscheid”. Ook voor jagers is het moeilijk om een zwijn in volle ren over een bospad te raken, laat staan te doden. “Jagers nemen willens en wetens het risico een zwijn alleen maar aan te schieten en te verwonden”, aldus Groot Bruinderink.

Buiten het bereik van jagers gaan aangeschoten zwijnen een lange lijdensweg tegemoet. De provincie geeft weliswaar aan dat voor die drukjacht een aantal voorwaarden gaat gelden, maar in de praktijk is er niemand die op de voorwaarden toeziet, behalve de uitvoerders van de drukjacht zelf. Kunnen we er dan op vertrouwen dat alles naar behoren verloopt en dat er geen fouten worden gemaakt? Ik heb daar geen vertrouwen in.

Steeds weer horen we dezelfde fabels als jagers meer bevoegdheden willen. Zo zouden wilde zwijnen een ramp zijn voor de akkers van agrariërs, zijn ze een gevaar voor de verkeersveiligheid en zouden ze ziekten verspreiden. Jagers zijn bedreven in het verspreiden van nepnieuws om wild in een verkeerd daglicht te zetten. Op basis van de feiten zou de provincie nooit instemmen met versoepeling van de regels, en zeker niet met een drukjacht op wilde zwijnen.

“Boeren lijden flinke schade”, neemt Omroep Brabant blindelings aan van de jagerslobby. Echter, de bij de provincie bekende landbouwschade bedraagt in heel Brabant jaarlijks nog geen 40.000 euro. Daarnaast zijn er nog kleine schades, wat als ondernemersrisico kan worden gezien. De bekende schade wordt gewoon vergoed en is een kleine prijs voor de verrijking van onze natuur met deze prachtige dieren. Bovendien zorgen wilde zwijnen voor extra biodiversiteit doordat ze bosgrond omwroeten. Dit erkent de provincie ook in antwoord op schriftelijke vragen.

Verkeersveiligheid is een veel aangevoerd onderwerp dat we in perspectief moeten plaatsen. Er is heel weinig menselijk letsel door aanrijdingen met zwijnen, zeker in vergelijk met andere verkeersongelukken. Desalniettemin heeft de provincie hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. Wij pleiten er al jaren voor om in en rond bossen de snelheidslimiet te verlagen en om diervriendelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat wild de weg oversteekt. Effectief zijn bijvoorbeeld de geurpaaltjes die ProRail gebruikt om wild van spoorlijnen te weren. Ook de aloude wildrasters en wildgreppels werken uitstekend. Veel mogelijkheden zijn nog niet of niet voldoende verkend, en dat zouden we omwille van de verkeersveiligheid absoluut moeten doen.

Ook het risico van overdracht van dierziekten op gehouden varkens wordt vaak aangevoerd als reden om wilde zwijnen uit te roeien. Dit risico is feitelijk te verwaarlozen. Nog nooit is er in Brabant een overdraagbare dierziekte bij een wild zwijn ontdekt. Daarentegen is bekend dat het steeds mensen zijn geweest die verantwoordelijk waren voor besmetting van gehouden varkens. Laten we dan niet de schuld bij de verkeerde in de schoenen schuiven.

Wilde zwijnen worden officieel beschermd door de Wet natuurbescherming, maar deze wet wordt steeds verder opgerekt zodat jagers toch aan hun gerief komen. De wet staat afschot alleen toe, als is bewezen dat afschot de enige ‘bevredigende oplossing’ voor overlast is, maar rechterlijke uitspraken hebben al aangetoond dat dat bewijs niet is te leveren. Andere bevredigende oplossingen om wild op afstand te houden zijn er weldegelijk.

In de geest van de Wet natuurbescherming is het dus allerminst logisch om drukjacht op wilde zwijnen toe te passen, of om überhaupt te jagen. Helaas krijgen jagers in Brabant steeds opnieuw gehoor op basis van valse aantijgingen. Het is een soort drukjacht op de publieke opinie, ten koste van het welzijn van de in het wild levende dieren.

Gesteund door de volksvertegenwoordigers van de VVD verandert Brabant langzaamaan in een jagersparadijs. Dat de burgemeester van Heeze-Leende spreekt als voorzitter van de zwijnentafel, een samenwerking van boeren, jagers en natuurorganisaties, helpt de geloofwaardigheid van die zwijnentafel niet. Wat de Partij voor de Dieren betreft wordt deze zwijnentafel daarom zo snel mogelijk opgedoekt. Ook zwijnen horen bij de Brabantse natuur. De provincie moet daarom zelf haar verantwoording nemen en inzetten op leefgebieden voor wilde zwijnen, meer voorlichting geven over wilde zwijnen en meer inzetten op diervriendelijke maatregelen om overlast te voorkomen.