Provincie verkiest export­belang vee-industrie boven leef­baarheid Helmondse wijk Brouwhuis


Schrif­te­lijke vragen over stank en vergunning mest­fa­briek Den Ouden

1 augustus 2019

De Partij voor de Dieren vind het onacceptabel dat de bewoners van Brouwhuis al jaren hebben te maken met stank, die het gevolg is van door de provincie toegestane mestverwerking. De partij constateert dat de normen blijkbaar niet hoog genoeg zijn. Statenlid Marco van der Wel stelt vandaag kritische vragen aan Gedeputeerde Staten (GS) over onder meer de vergunningverlening aan mestfabrieken.

De omgevingsdienst (ODZOB) heeft recent geconstateerd dat de bewoners van Brouwhuis inderdaad te maken hebben met ‘ernstige geurhinder’. Van der Wel stelt vast dat door de provincie vergunde mestverwerkingsactiviteiten tot ernstige stankoverlast leidt, en wil van GS weten of dit wordt meegenomen in het nieuwe mestfabriekenbeleid: “De provincie maakt nu met gemeenten afspraken over plaatsing van grote mestfabrieken in heel Brabant, zoals Den Ouden in Helmond en MACE/OOC in Oss. Na het buitengebied zijn nu ook de steden niet langer meer veilig voor de overlast van de vee-industrie. Als het doel van de provincie is om stadsbewoners weer bekend te maken met de boerensector, slaagt men daar op deze twijfelachtige wijze, met enorme stankoverlast, wel in. Wat de Partij voor de Dieren betreft moeten veroorzakers van stankoverlast stevig worden aangepakt, omdat mensen er letterlijk en figuurlijk ziek van worden.”

De Partij voor de Dieren pleit al jaren voor een forse krimp van het aantal landbouwdieren, om zo het mestoverschot bij de bron op te lossen. Mestfabrieken zijn erg dure en overlast veroorzakende lapmiddelen voor één van de vele negatieve effecten van de industriële veehouderij, stelt de partij. Er staat voor meer dan 500 miljoen euro aan subsidie uit voor mestfabrieken in Brabant en omwonenden komen overal in het verweer tegen de industriële installaties. “70 tot 80 procent van de Brabantse vleesproductie wordt geëxporteerd, maar alle mest blijft hier en we wringen ons in de moeilijkste bochten om dat immense overschot te verwerken”, aldus Van der Wel.