Vragen over stank­overlast door mest­ver­werker Den Ouden in Helmond


Geacht college,

Mestverwerker Den Ouden in Helmond zorgt al jaren voor stankoverlast bij omwonenden, met name de bewoners van de wijken Brouwhuis en Rijpelberg. Een zogeheten ‘snuffelploeg’ van de omgevingsdienst (ODZOB) constateerde recent ‘ernstige geurhinder, waarschijnlijk veroorzaakt door het bedrijf Den Ouden’. De stankoverlast is een gevolg van een productievolume dat binnen de norm van de vergunning ligt.

Niet alleen huishoudens ervaren stankoverlast van de mestverwerker. Ten minste één bedrijf, dat op hetzelfde bedrijventerrein is gevestigd als Den Ouden, heeft op het kantoor filters laten plaatsen om de stank buiten te houden. Een werknemer van het bedrijf noemt dat – ons inziens terecht – de omgekeerde wereld.

De Raad van State legde het bedrijf recent op zich te houden aan de door de provincie aangescherpte milieuvoorschriften. Daarnaast moet Den Ouden een extra geuronderzoek doen.

Het bedrijf ziet de oplossing in “een hogere schoorsteen met daarin technische snufjes om de geuruitstoot te beperken”, waar de provincie en de ODZOB enthousiast over zouden zijn. Er is een nieuwe vergunning en een wijziging van het bestemmingsplan voor nodig.

Wij hebben hierover de volgende vragen.

  1. Bent u bekend met de al jaren durende stankoverlast, waar mestverwerker Den Ouden de bewoners van met name de Helmondse wijk Brouwhuis opzadelt? Wat vindt u van deze situatie?
  2. Vindt u het met ons onacceptabel dat de inwoners van Brouwhuis te maken hebben met ernstige geurhinder, zoals door de ODZOB geconstateerd? Zo nee, waarom niet?
  3. Bent u het met ons eens dat het niet zo mag zijn dat bedrijven zich genoodzaakt zien om luchtfilters aan te schaffen om hun werknemers te beschermen tegen de stank van een ander bedrijf? Zo ja, kan een stankoverlast ervarend bedrijf de kosten van zulke maatregelen verhalen, en op wie? Zo nee, op basis waarvan bent u dit niet met ons eens?
  4. Bent u het met ons eens dat de vergunningsnormen blijkbaar niet hoog genoeg zijn, aangezien deze normen ernstige geurhinder tot gevolg hebben? Zo nee, waarom niet?
  5. Nu blijkt dat vergunde mestverwerkingsactiviteiten kunnen resulteren in ernstige geurhinder; bent u het met ons eens dat de angst van huishoudens nabij bedrijventerrein Elzenburg in Oss, voor ernstige geurhinder van de geplande mestverwerker van MACE en OOC, terecht is? Zo nee, waarom niet?
  6. Graag horen wij wat de aangescherpte milieuvoorschriften voor Den Ouden concreet inhouden en op basis waarvan u de milieuvoorschriften heeft kunnen aanscherpen.
  7. Klopt het dat u positief heeft gereageerd op het plan van een hogere schoorsteen met ‘technische snufjes’ om de geuruitstoot te beperken?
  8. Indien ‘ja’ op voorgaande vraag: Kunt u onderbouwen dat deze hogere schoorsteen de geurhinder tot een acceptabel niveau gaat verlagen? Zo ja, zien wij de onderbouwing graag tegemoet. Zo nee, op basis waarvan heeft u dan toch positief gereageerd op het plan?
  9. Is er al een vergunningaanvraag voor de hogere schoorsteen gedaan, of is er anderszins (ambtelijk) overleg over dit plan? Zo ja, horen wij hier graag meer over.
  10. Worden de huidige ervaringen, van ernstige geurhinder als gevolg van een vergund productievolume, meegenomen in het proces om via een planMER te komen tot regionale afspraken voor locaties voor schone en veilige mestbewerking? Zo ja, op welke wijze betrekt u deze ervaringen in het proces en/of de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)? Zo nee, waarom niet?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 27 aug. 2019

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Bent u bekend met de al jaren durende stankoverlast, waar mestverwerker Den Ouden de bewoners van met name de Helmondse wijk Brouwhuis opzadelt? Wat vindt u van deze situatie?

Antwoord:
Ja, wij zijn bekend met de klachten die komen uit de wijk Brouwhuis. Uiteraard vinden wij deze overlastsituatie onwenselijk. De in de klachten genoemde stankoverlast is afkomstig van het nabijgelegen industrieterrein BZOB waar meerdere geurrelevante bedrijven zijn gelegen. Uit waarnemingen/metingen is gebleken dat Den Ouden hierin een belangrijke bijdrage levert. Dit heeft als resultaat dat wij veel inzet plegen om de overlast te verminderen. Dit uit zich onder andere in extra inzet bij klachten, maandelijkse geurmetingen, hinderbelevingsonderzoeken, opleggen maatwerkvoorschriften, aanwijzen casemanager, opleggen en verbeuren dwangsom en frequent overleg met omgeving, bedrijf en gemeente.


2. Vindt u het met ons onacceptabel dat de inwoners van Brouwhuis te maken hebben met ernstige geurhinder, zoals door de ODZOB geconstateerd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, wij vinden het onacceptabel als bewoners worden blootgesteld aan ernstige geurhinder.


3. Bent u het met ons eens dat het niet zo mag zijn dat bedrijven zich genoodzaakt zien om luchtfilters aan te schaffen om hun werknemers te beschermen tegen de stank van een ander bedrijf? Zo ja, kan een stankoverlast ervarend bedrijf de kosten van zulke maatregelen verhalen, en op wie? Zo nee, op basis waarvan bent u dit niet met ons eens?

Antwoord:
Ja, ons geurbeleid is erop gericht om rekening te houden met objecten met verschillende beschermingsniveaus voor geurbelasting. Voor woningen gelden hogere beschermingsniveaus dan voor naastgelegen bedrijven. De normen staan in de Beleidsregel industriële geur Noord-Brabant 2018.
Gebouwen waarin werknemers van andere bedrijven op een industrieterrein aanwezig zijn, vallen volgens de Beleidsregel onder de omgevingscategorie Overig.
Indien belanghebbenden hinder hebben van ernstige geurbelasting als gevolg van een activiteit, kunnen zij zienswijzen indienen tijdens de vergunningsprocedure conform de Algemene Wet Bestuursrecht (AwB). De AwB biedt geen mogelijkheden in het kader van kostenverhaal. Bij hinder kunnen burgers en bedrijven ook een klacht indienen via de milieuklachtencentrale.


4. Bent u het met ons eens dat de vergunningsnormen blijkbaar niet hoog genoeg zijn, aangezien deze normen ernstige geurhinder tot gevolg hebben? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Bij de besluitvorming op de aanvraag hebben wij destijds de door ons vastgestelde Beleidsregel industriële geur Noord-Brabant als uitgangspunt genomen. In Nederland is het gangbaar de geurbelasting te bepalen op basis van gemeten emissie en een modelmatige verspreidingsberekening en de toelaatbaarheid daarvan te toetsen aan het eigen geurbeleid. De toelaatbaarheid van een aangevraagde geuremissie wordt dus getoetst aan de ontvangstkant. De geur wordt vervolgens genormeerd aan de emissiekant. In geval van Den Ouden is dit ook zo gebeurd.
In de praktijk is het moeilijk om objectief vast te stellen of sprake is van (ernstige) hinder bij de woningen laat staan om vast te stellen of de oorzaak daarvan gelegen is in het overschrijden van geurnormen. Om toch een uitspraak te kunnen doen over het al dan niet optreden van hinder voert de ODZOB snuffelmetingen uit. Dit instrument kan echter niet toegepast worden in de handhaving aangezien het geen erkende methode is. Wij hebben bij het ministerie van I&W het verzoek gedaan om de toegepaste methode verder te ontwikkelen en op te nemen in een handreiking.


5. Nu blijkt dat vergunde mestverwerkingsactiviteiten kunnen resulteren in ernstige geurhinder; bent u het met ons eens dat de angst van huishoudens nabij bedrijventerrein Elzenburg in Oss, voor ernstige geurhinder van de geplande mestverwerker van MACE en OOC, terecht is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Wij begrijpen de angst van omwonenden rondom nieuwe initiatieven van mestverwerkers. Wij zullen, binnen de wettelijke mogelijkheden, het uiterste doen om geurhinder bij nieuwe vestigingen van mestverwerking te voorkomen. Tevens zien wij een belangrijke taak in het (verder) tegengaan van de ervaren geuroverlast bij bestaande mestverwerkingsinstallaties.


6. Graag horen wij wat de aangescherpte milieuvoorschriften voor Den Ouden concreet inhouden en op basis waarvan u de milieuvoorschriften heeft kunnen aanscherpen.

Antwoord:
Op basis van de in 2018 vastgestelde provinciale beleidsregel geur hebben wij aan Den Ouden maatwerkwerkvoorschriften gesteld. Concreet houden de maatwerkvoorschriften in dat Den Ouden een geuronderzoek moet uitvoeren. Dit geuronderzoek dient tot doel om voor de korte en lange termijn de technisch haalbare maatregelen en voorzieningen met betrekking tot de reductie van geuremissie en -immissie te identificeren. Daarnaast hebben we de beperking van de productietijd voor mestkorrels van maandag tot en met vrijdag verduidelijkt. Bij de beoordeling van het geuronderzoek en het eventueel opleggen van te nemen maatregelen en voorzieningen, nemen wij de resultaten van de snuffelmetingen en klachtenpatronen mee.


7. Klopt het dat u positief heeft gereageerd op het plan van een hogere schoorsteen met ‘technische snufjes’ om de geuruitstoot te beperken?

Antwoord:
Nee, wij hebben nog niet gereageerd omdat er nog geen aanvraag is ingediend voor het verhogen van de schoorsteen.


8. Indien ‘ja’ op voorgaande vraag: Kunt u onderbouwen dat deze hogere schoorsteen de geurhinder tot een acceptabel niveau gaat verlagen? Zo ja, zien wij de onderbouwing graag tegemoet. Zo nee, op basis waarvan heeft u dan toch positief gereageerd op het plan?

Antwoord:
Niet van toepassing.


9. Is er al een vergunningaanvraag voor de hogere schoorsteen gedaan, of is er anderszins (ambtelijk) overleg over dit plan? Zo ja, horen wij hier graag meer over.

Antwoord:
Nee, er is geen vergunningaanvraag voor de hogere schoorsteen ingediend. Ambtelijk vindt hierover overleg met Den Ouden plaats.


10. Worden de huidige ervaringen, van ernstige geurhinder als gevolg van een vergund productievolume, meegenomen in het proces om via een planMER te komen tot regionale afspraken voor locaties voor schone en veilige mestbewerking? Zo ja, op welke wijze betrekt u deze ervaringen in het proces en/of de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Volgend op de Visie Mestbewerking en het traject richting een locatiebeleid is voorgesteld een Plan-m.e.r.-procedure te doorlopen. Daarbij wordt allereerst een Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld.
In de NRD wordt aangegeven welke alternatieven worden onderzocht en welke milieuaspecten worden meegenomen in het planMER. Er moet ook aandacht worden besteed aan geurhinder. Eenieder is in de gelegenheid een zienswijze in te dienen omtrent Reikwijdte en Detailniveau van het planMER.
Ook zal de Commissie-m.e.r. en Brabant Advies gevraagd worden advies uit te brengen over de concept-NRD.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA