Vragen over het van tafel vegen van de vergun­ningen voor varkensme­gastal bij natuur­gebied de Kampina


Geacht college,

De Bossche bestuursrechter heeft drie vergunningen voor de varkensmegastal aan de Logtsebaan in Spoordonk van tafel geveegd. Het gaat om de nieuwe, omstreden, nog niet verleende vergunning voor 16.000 varkens, en om twee al eerder verleende vergunningen.

Eén van de twee al verleende vergunningen betreft de door de provincie verleende natuurvergunning uit 2013. De rechtbank stelt dat de stal te schadelijk is voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied de Kampina. De stal kan leiden tot significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Kampina.

In een krantenartikel uit september 2018 gaf een woordvoerder aan dat de provincie inhoudelijk tegen de bouw van de megastal is. De provinciewoordvoerder gaf aan de nieuwe vergunning echter niet te kunnen weigeren: “‘Het is heel frustrerend, ook wij zijn er niet gelukkig mee, maar we zitten in de tang van de procedures’, aldus een woordvoerder van de provincie Noord-Brabant. ‘We zien geen juridische aanknopingspunten om ervoor te gaan liggen.’

Wij hebben hierover de volgende vragen.

1. Bent u het met ons eens dat deze rechterlijke uitspraak de mogelijkheid biedt om de vergunningaanvraag te heroverwegen? Zo nee, waarom niet?

De rechter stelt dat de provincie opnieuw naar de natuurvergunning uit 2013 moet kijken.

2. Hoe gaat uw college om met deze uitspraak?

3. Onderschrijft u dat bescherming van natuur voorop staat bij de nieuwe beoordeling, met name i.r.t. de PAS-uitspraak?

4. Indien uw college toch voornemens is de vergunning(en) te verlenen, welke consequenties heeft dat voor andere vergunningaanvragen met invloed op de Kampina?

5. Biedt deze rechterlijke uitspraak u de gewenste juridische aanknopingspunten om de vergunning te kunnen weigeren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, gaat u gebruik maken van de aanknopingspunten?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 17 sep. 2019

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Bent u het met ons eens dat deze rechterlijke uitspraak de mogelijkheid biedt om de vergunningaanvraag te heroverwegen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja.


2. Hoe gaat uw college om met deze uitspraak?

Antwoord:
Wij nemen in overweging dat het uitgangspunt van de nationale rechtspraak is dat rechten uit onherroepelijke vergunningen gerespecteerd worden. Wij zijn echter van mening dat hier sprake is van een bijzondere situatie van een langdurig ongebruikte vergunning met een effect op een zwaarbelast Natura 2000-gebied. Daarom zullen wij niet in hoger beroep gaan tegen de uitspraak van de rechtbank.
Indien andere partijen in hoger beroep gaan tegen de uitspraak van de Rechtbank, zullen wij de uitkomst hiervan afwachten voordat wij een nieuw besluit nemen op het afwijzen van het verzoek tot intrekken van de natuurvergunning uit 2013.


3. Onderschrijft u dat bescherming van natuur voorop staat bij de nieuwe beoordeling, met name i.r.t. de PAS-uitspraak?

Antwoord:
Ja.


4. Indien uw college toch voornemens is de vergunning(en) te verlenen, welke consequenties heeft dat voor andere vergunningaanvragen met invloed op de Kampina?

Antwoord:
Vanwege het unieke karakter van dit vergunningstraject verwachten wij geen precedentwerking voor andere ondernemers met een onherroepelijke Natuurbeschermingswet-vergunning.


5. Biedt deze rechterlijke uitspraak u de gewenste juridische aanknopingspunten om de vergunning te kunnen weigeren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, gaat u gebruik maken van de aanknopingspunten?

Antwoord:
Ja, dit zal echter wel mede afhangen van een uitspraak in een eventueel hoger beroep. Zie verder antwoord op vragen 2 en 4.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA