Tech­nische vragen over de afname van reeën door stroperij


Indiendatum: 30 aug. 2021

In het NRC van 26 augustus 2021 doet een jager zijn verhaal. Hij is eerder dit jaar bedreigd door stropers en voelt zich geïntimideerd. Ook merkt hij dat er bij tijd en wijlen ‘’bijna geen ree meer over is’’ in het betreffende jachtgebied in Mill. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende technische vragen.

1. Is er een significante invloed van stroperij op de reeënstand, niet alleen in Mill maar ook in de rest van Noord-Brabant?

2. De reeënstand wordt elke zomer middels tellingen bepaald, deze stand geldt als basis voor het te berekenen afschot. Wordt er rekening gehouden met cumulatie van stroperij en legaal afschot?

3. Op welke wijze wordt er in een jachtveld voor gezorgd, dat er niet teveel reeën uit een gebied worden verwijderd doordat er naast de jacht, ook stroperij plaatsvindt?

4. Zijn er hoogtepunten in het jaar aan te geven wanneer stroperij het meeste voorkomt?

Indiendatum: 30 aug. 2021
Antwoorddatum: 29 sep. 2021

In het NRC van 26 augustus 2021 doet een jager zijn verhaal. Hij is eerder dit jaar bedreigd door stropers en voelt zich geïntimideerd. Ook merkt hij dat er bij tijd en wijlen ‘’bijna geen ree meer over is’’ in het betreffende jachtgebied in Mill. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende technische vragen.

1. Is er een significante invloed van stroperij op de reeënstand, niet alleen in Mill maar ook in de rest van Noord-Brabant?

Antwoord:
De volledige omvang van stroperij is niet bekend. Hierdoor is ook de precieze invloed van stroperij op de reeënstand niet vast te stellen. Wel is bekend dat de reeënstand zowel landelijk als in Noord-Brabant de laatste 20 jaar een lichte stijgende trend vertoont. Zonder te weten wat de precieze omvang van stroperij is, volgt hieruit dat stroperij in elk geval geen afnemende trend in de reeënstand veroorzaakt.


2. De reeënstand wordt elke zomer middels tellingen bepaald, deze stand geldt als basis voor het te berekenen afschot. Wordt er rekening gehouden met cumulatie van stroperij en legaal afschot?

Antwoord:
Het doden van reeën is enkel toegestaan op basis van de door GS verleende ontheffing voor populatiebeheer van reeën dan wel – in geval van een aangereden ree – o.g.v. de door GS verstrekte Opdracht ex. artikel 3.18 Wet natuurbescherming voor valwild. Op grond van de door GS verleende ontheffing (voorschrift 5) wordt het aantal te doden reeën door de Faunabeheereenheid toegekend aan de wildbeheereenheden. Het afschot wordt bepaald op basis van de draagkrachtberekening per wildbeheereenheid en een benaderde werkelijke stand van het aantal reeën. De benaderde werkelijke stand is een inschatting van de jaarrond tellingen. Op basis van een vastgesteld telprotocol vindt in het voorjaar op 3 vastgestelde momenten in de periode eind maart – begin april de reewild trendtelling plaats. Dit is belangrijk omdat, door de resultaten jaarlijks met elkaar te vergelijken, een trend kan worden waargenomen: afname, toename of stabilisatie. Omdat nooit alle reeën geteld (kunnen) worden betreffen de telresultaten geen absolute aantallen maar vertegenwoordigt dit het minimaal aantal aanwezige reeën.
Indien afschot is toegekend aan een wildbeheereenheid, dan is een jager die een ree doodt verplicht om dit binnen 48 uur te registreren in het FaunaRegistratiesysteem. Dit borgt dat het toegekende afschot niet overschreden wordt. Dood gevonden reeën en reeën die na een aanrijding gedood zijn op grond van de verstrekte opdracht voor valwild, worden van het toegekende afschot afgetrokken. Als door stroperij afwijkingen worden waargenomen, dan wordt het toegekende afschot hier ook op aangepast.


3. Op welke wijze wordt er in een jachtveld voor gezorgd, dat er niet teveel reeën uit een gebied worden verwijderd doordat er naast de jacht, ook stroperij plaatsvindt?

Antwoord:
Dit gebeurt aan de hand van een nauwkeurige registratie van enerzijds het toegekende afschot en anderzijds het gerealiseerde afschot (o.b.v. de verleende ontheffing), dood gevonden reeën, reeën die na een aanrijding gedood worden (o.b.v. de verstrekt opdracht voor valwild) en stroperij (voor zover bekend). Zie voor een uitgebreidere toelichting het antwoord op vraag 2.


4. Zijn er hoogtepunten in het jaar aan te geven wanneer stroperij het meeste voorkomt?

Antwoord:
Stroperij, ook op reeën, vindt gedurende het gehele jaar door in Noord-Brabant plaats. Vanuit het verleden is gebleken dat er een lichte stijging aan het einde van het jaar zichtbaar is. Hierbij moet gedacht worden aan een geruime periode voorafgaand aan de decembermaand (feestdagen). Wanneer stroperij het meeste voorkomt is echter niet of nauwelijks met cijfers te onderbouwen omdat dit zich niet in de openbaarheid afspeelt.
Stroperij en het tegengaan daarvan, heeft de voortdurende aandacht van Samen Sterk in Brabant. Meldingen van schoten, aangetroffen slachtafval, signalen uit het veld en - ingeval sprake zou zijn van een afname van de wildstand - informatie vanuit de Faunabeheereenheid en wildbeheereenheden, vormen de basis voor de aanpak van stroperij.