Tech­nische vragen over Eindhoven Inter­na­ti­onale Knoop XL: ontwik­kel­visie Fellenoord


Indiendatum: 5 mrt. 2021

1. Wordt er rekening mee gehouden om gebouwen in Fellenoord energiepositief dan wel energieneutraal te maken? Zo ja, op welke wijze?

2. Kunnen dergelijke afspraken vastgelegd worden om de provinciale ambities en belangen aangaande energie en klimaat te borgen? Zo ja, waar en hoe?

3. Als het gaat om klimaat en met name voorkomen van hittestress, is er een flink aantal bomen nodig. Zijn daar voor inrichting waarden of kentallen voor?

4. Is bekend of dergelijk waarden of kentallen eerder zijn opgenomen in (internationale) bouwplannen? En op welke wijze kunnen deze voor Fellenoord worden opgenomen en verankerd in de uitwerking van plannen?

5. Op welke wijze kan het aantal auto’s in en door Fellenoord verder verlaagd worden? Is het verkeerstechnisch mogelijk om voor auto’s een enkele rijstrook met een enkele rijrichting aan te houden, met name bij Oost-West verbinding, en in Fellenoord? Zo ja, hoe?

6. Kan verkeerstechnisch de kiss and ride bij het station in Fellenoord achterwege blijven, bijvoorbeeld door afzetten anders of elders te regelen? Zie ook onderstaande vraag.

7. Wordt of kan er planologisch rekening worden gehouden met een metro of lightrail verbinding? Of kan inrichting zo plaatsvinden dat deze mogelijk blijft? Zo ja, hoe?

8. De verhouding auto / woning is 1 op 3. Kan dat nog aangepast / verlaagd worden? Zo ja, hoe?

9. Is er een alternatieve route voor auto’s mogelijk? Bussen ondergronds kun je niet verplaatsen en trein ook niet, dus hoeveel auto’s moeten er nog over Fellenoord?

10. Hoe wordt het niet verloren gaan van groen geborgd?

11. Kan de provinciale ambitie van maximaal groen worden vastgelegd? Zo ja, waar en hoe? Kan er bijvoorbeeld worden uitgegaan van een minimaal percentage groen?

12. Wordt er rekening gehouden met het bevorderen van biodiversiteit in Fellenoord? Is het mogelijke vast te leggen dat er in de gebouwen nestplekken komen voor vogels en vleermuizen? Zo ja, hoe?

13. Wat wordt er concreet gedaan aan circulariteit binnen de plannen?

14. Hoe zijn de taken en verantwoordelijkheden verdeeld; wie gaat aan welke touwtjes trekken? Is de provincie mede-eigenaar in het project, nemen we bepaalde taken, of zijn we alleen financier?

15. Hoe stemmen we als provincie af met Eindhoven; met B&W of met de Raad?

16. Welke onderdelen van het project worden publiek gefinancierd, en welke gaan naar de markt? Net als bij CSM is de vraag of de lucratieve onderdelen naar de projectontwikkelaars gaan en de overheid de onrendabele zaken moet regelen.

17. Is dit in lijn met wat de provincie wil?

18. Wordt dit de Zuidas of de Bijlmer van Eindhoven?

Indiendatum: 5 mrt. 2021
Antwoorddatum: 8 mrt. 2021

1. Wordt er rekening mee gehouden om gebouwen in Fellenoord energiepositief dan wel energieneutraal te maken? Zo ja, op welke wijze?

Antwoord:
Na vaststellen van de ontwikkelvisie wordt zsm een energieplan opgesteld, waarbij uitgangspunt is om zoveel mogelijk energie in het gebied op te wekken. Met de paspoort benadering dienen initiatiefnemers aan te geven op welke wijze deze ontwikkeling (het gebouw) bijdraagt aan de energieopgave van het gebied en past bij het energieplan


2. Kunnen dergelijke afspraken vastgelegd worden om de provinciale ambities en belangen aangaande energie en klimaat te borgen? Zo ja, waar en hoe?

Antwoord:
De afspraken worden geborgd in het energieplan. De provincie is partner bij het opstellen van het energieplan.


3. Als het gaat om klimaat en met name voorkomen van hittestress, is er een flink aantal bomen nodig. Zijn daar voor inrichting waarden of kentallen voor?

Antwoord:
Daar zijn voor zover ons bekend geen kengetallen voor, maar we streven naar groen waar mogelijk.


4. Is bekend of dergelijk waarden of kentallen eerder zijn opgenomen in (internationale) bouwplannen? En op welke wijze kunnen deze voor Fellenoord worden opgenomen en verankerd in de uitwerking van plannen?

Antwoord:
Dat is ons niet bekend. Zie antwoord 3


5. Op welke wijze kan het aantal auto’s in en door Fellenoord verder verlaagd worden? Is het verkeerstechnisch mogelijk om voor auto’s een enkele rijstrook met een enkele rijrichting aan te houden, met name bij Oost-West verbinding, en in Fellenoord? Zo ja, hoe?

Antwoord:
Om de verkeersdruk binnen het gebied van de Fellenoord te verlagen is de realisatie van het MIRT-traject essentieel. Verkeer dat geen bestemming heeft in de Fellenoord kan dan beter worden geleid om het centrumgebied van Eindhoven heen. We verwachten daarmee te kunnen volstaan met 2 rijstroken: 1 in elke richting.


6. Kan verkeerstechnisch de kiss and ride bij het station in Fellenoord achterwege blijven, bijvoorbeeld door afzetten anders of elders te regelen? Zie ook onderstaande vraag.

Antwoord:
Er wordt met partners als NS, ProRail en Rijk gewerkt aan een programma van eisen voor het ontwerp van de multimodale knoop (station incl. busstation met aanrijroutes) inclusief inpassingsplan. De NS eist een Kiss and Ride zo dicht mogelijk bij het station.


7. Wordt of kan er planologisch rekening worden gehouden met een metro of lightrail verbinding? Of kan inrichting zo plaatsvinden dat deze mogelijk blijft? Zo ja, hoe?

Antwoord:
Een metro systeem is in Eindhoven niet aannemelijk, omdat dergelijke systemen pas rendabel zijn bij 1 mln. inwoners of meer. Er is en wordt sterk ingezet op vrij liggende busbanen en het HOV net. Met de mogelijke komst van de Brainportline is dit het systeem waarop we in Eindhoven inzetten en niet de lightrail. Bij het ontwerp van het multimodale knooppunt zal rekening worden gehouden met de ruimtebehoefte van de Brainportline.


8. De verhouding auto / woning is 1 op 3. Kan dat nog aangepast / verlaagd worden? Zo ja, hoe?

Antwoord:
De verhouding auto/woning is met 1 op 3 al zeer laag en in onze beleving enkel te realiseren in deze dichtheid in combinatie met een uitstekend mobiliteitsnetwerk. Verdere verlaging is in onze beleving op dit moment onrealistisch.


9. Is er een alternatieve route voor auto’s mogelijk? Bussen ondergronds kun je niet verplaatsen en trein ook niet, dus hoeveel auto’s moeten er nog over Fellenoord?

Antwoord:
Er is een alternatief voor doorgaand verkeer, namelijk de Ring in combinatie met de acties vanuit het MIRT-traject. We gaan uit van maximaal 20.000 motor voertuigen per etmaal op de Fellenoord.


10. Hoe wordt het niet verloren gaan van groen geborgd?

Antwoord:
Aan de Fellenoord zelf is op dit moment niet veel groen aanwezig. Er gaat geen groen verloren in en rond de Dommel en daarnaast wordt er bij de inrichting van de nieuwe Fellenoord zo veel mogelijk groen toegevoegd.


11. Kan de provinciale ambitie van maximaal groen worden vastgelegd? Zo ja, waar en hoe? Kan er bijvoorbeeld worden uitgegaan van een minimaal percentage groen?

Antwoord:
Voor de clusters en voor de openbare ruimte worden paspoorten opgesteld. In die paspoorten wordt ten behoeve van het openbaar gebied opgenomen dat de Dommel wordt verstrekt qua groen en zoveel mogelijk groen wordt ingericht in het plangebied. In de paspoorten van de clusters wordt opgenomen dat we groene gevels en of daken willen waarbij de initiatiefnemer op basis van het ontwikkelplan aan dient te geven hoe deze met die ambitie om wil gaan.


12. Wordt er rekening gehouden met het bevorderen van biodiversiteit in Fellenoord? Is het mogelijke vast te leggen dat er in de gebouwen nestplekken komen voor vogels en vleermuizen? Zo ja, hoe?

Antwoord:
Gemeente Eindhoven en waterschap De Dommel werken al 20 jaar aan verbetering van het Dommeldal. De laatste schakel hierin is de spoorpassage. Die maakt onderdeel uit van deze visie. Bij de verdere uitwerking van nieuwe gebouwen zal rekening gehouden worden met vogels en vleermuizen.


13. Wat wordt er concreet gedaan aan circulariteit binnen de plannen?

Antwoord:
Circulariteit vormt integraal onderdeel van de planuitwerking en zal als thema worden opgenomen in de paspoorten.


14. Hoe zijn de taken en verantwoordelijkheden verdeeld; wie gaat aan welke touwtjes trekken? Is de provincie mede-eigenaar in het project, nemen we bepaalde taken, of zijn we alleen financier?

Antwoord:
Dit is één van de vragen die centraal staat bij het inrichten van de samenwerkingsovereenkomst waarover de besluitvorming in q4 van 2021 is voorzien, waar u nadrukkelijk bij betrokken wordt.


15. Hoe stemmen we als provincie af met Eindhoven; met B&W of met de Raad?

Antwoord:
Afstemming verloopt via het College van GS met het college van B&W, het dagelijks bestuur van beide bestuursorganen. Voortgang en besluitvorming zal door het betreffende dagelijks bestuur aan ieders algemeen bestuur worden voorgelegd indien die aanleiding of wens er is. Zo is er, op basis van de wens voor een werkbezoek, een toezegging gedaan door de dagelijkse besturen om een werkbezoek te organiseren t.b.v. Raads- en Statenleden gezamenlijk, zodra dat weer kan.


16. Welke onderdelen van het project worden publiek gefinancierd, en welke gaan naar de markt? Net als bij CSM is de vraag of de lucratieve onderdelen naar de projectontwikkelaars gaan en de overheid de onrendabele zaken moet regelen.

Antwoord:
Voor de bovenwijkse voorzieningen zoals de weg (Fellenoord), het busstation, het NS-station en het spoor wordt voor de financiële dekking gezocht bij overheden. De gemeente (en provincie) heeft naast het privaatrechtelijke spoor (anterieure overeenkomst) ook publiekrechtelijk instrumenten gekregen om het kostenverhaal zeker te stellen. Door naast een planologisch besluit een exploitatieplan vast te stellen zijn ontwikkelende partijen verplicht een exploitatiebijdrage te voldoen. De openbare ruimte wordt door de grondexploitatie gedekt en wordt daarmee dus volledig door de markt bekostigd. De realisatie van de gebouwen wordt ook volledig door de markt gedaan en daarmee bekostigd.


17. Is dit in lijn met wat de provincie wil?

Antwoord:
ja, want de ontwikkelvisie geeft invulling aan ook de provinciale doelstellingen op het gebied van o.a. verstedelijking (wonen/werken/voorzieningen) als op mobiliteit, vestigingsklimaat en duurzaamheid.


18. Wordt dit de Zuidas of de Bijlmer van Eindhoven?

Antwoord:
Geen van beide. Steden in Nederland hebben een uitdaging om binnen het karakter van de stad te zoeken naar de mogelijkheid om wonen en werken i.r.t. voorzieningen en mobiliteit duurzaam ingevuld te krijgen.