Tech­nische vragen over het intrekken van onge­bruikte vergun­ningen


Indiendatum: 18 okt. 2022

In 2017 en 2018 hebben wij schriftelijke vragen gesteld over (o.a.) ongebruikte vergunningen voor veehouderijen.

In de beantwoording op de vragen van 2017 gaf het college aan:
“al gedurende een groot aantal jaren spannen wij ons, samen met de gemeenten, in om lege omgevingsvergunningen in te trekken. In het Akkoord van Cork (juli 2003) is opgenomen dat gemeenten, voor het overgrote deel van de veehouderijen het bevoegde gezag, actief over zullen gaan tot het intrekken van de zogenaamde lege vergunningen. (…) Ter ondersteuning is door provincie, omgevingsdiensten en gemeenten een draaiboek ongebruikte vergunningen veehouderij opgesteld. Dit draaiboek wordt momenteel geactualiseerd en binnenkort aan de gemeenten aangeboden.”

1. Geldt het Akkoord van Cork (juli 2003) nog?

2. Kunnen we er op rekenen dat Brabantse gemeenten actief ongebruikte vergunningen intrekken? Zo ja, waaruit blijkt dat?

3. Hoe gaan Brabantse gemeenten om met het draaiboek ‘Intrekken ongebruikte vergunningen veehouderij’?

In de beantwoording op dezelfde set vragen van 2017 gaf het college aan:
“Voor het onderdeel milieu komt een lege of slapende vergunning in aanmerking voor intrekking:
Als er meer dan drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning”

4. Hoe wordt, t.b.v. het actief intrekkingsbeleid, in praktijk vastgesteld of “meer dan drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning”?

In antwoord op de vragen van 2018 gaf het college aan:
“wij voeren reeds een actief intrekkingsbeleid. Wij attenderen gemeenten in voorkomende gevallen ook op hun intrekkingsmogelijkheid op grond van de Wabo. Recent zijn we gestart met de controles op benutting van de PAS-ontwikkelingsruimte en voeren wij een actief intrekkingsbeleid ten aanzien van de Wet natuurbeschermingsvergunning.”

5. Hanteert de provincie nog een actief intrekkingsbeleid?

6. Voor zover dat is aan te geven: hoeveel vergunningen zijn de afgelopen 5 jaar ingetrokken door de provincie of door een gemeente vanwege het niet in gebruik zijn van de vergunning?

7. Wat gebeurt er met de stikstofruimte van ingetrokken vergunningen; gaat dat voor 100% of 70% in de stikstofbank, of wordt het vernietigd en komt het ten goede aan de natuur?

Indiendatum: 18 okt. 2022
Antwoorddatum: 1 nov. 2022

In 2017 en 2018 hebben wij schriftelijke vragen gesteld over (o.a.) ongebruikte vergunningen voor veehouderijen.

In de beantwoording op de vragen van 2017 gaf het college aan:
“al gedurende een groot aantal jaren spannen wij ons, samen met de gemeenten, in om lege omgevingsvergunningen in te trekken. In het Akkoord van Cork (juli 2003) is opgenomen dat gemeenten, voor het overgrote deel van de veehouderijen het bevoegde gezag, actief over zullen gaan tot het intrekken van de zogenaamde lege vergunningen. (…) Ter ondersteuning is door provincie, omgevingsdiensten en gemeenten een draaiboek ongebruikte vergunningen veehouderij opgesteld. Dit draaiboek wordt momenteel geactualiseerd en binnenkort aan de gemeenten aangeboden.”

1. Geldt het Akkoord van Cork (juli 2003) nog?

Antwoord:
Het akkoord van Cork is destijds afgesloten omdat het proces rond de reconstructieplannen vast zat. Het akkoord is niet ingetrokken en dus nog van kracht.


2. Kunnen we er op rekenen dat Brabantse gemeenten actief ongebruikte vergunningen intrekken? Zo ja, waaruit blijkt dat?

Antwoord:
In de afgelopen jaren hebben we samen met een groot aantal gemeenten het project Intensivering Toezicht Veehouderijen uitgevoerd, in 2021 is dit afgerond. Intrekken van ongebruikte vergunningen was een van de actiepunten. Wij stimuleren nog steeds dat lege vergunningen worden ingetrokken. Intrekken is een bevoegdheid die het bevoegd gezag, doorgaans de gemeente, kan inzetten. Wij kunnen gemeenten daartoe niet verplichten. We monitoren periodiek de wijzigingen in het Wabo-vergunningenbestand, onder andere het intrekken van vergunningen. Het (gedeeltelijk) intrekken van een niet gebruikte vergunning heeft overigens niet tot gevolg dat nieuwe veehouderij activiteiten niet mogelijk zijn. Dit is sterk afhankelijk van de planologisch mogelijkheden op de locatie alsmede de beschikbare milieuruimte.


3. Hoe gaan Brabantse gemeenten om met het draaiboek ‘Intrekken ongebruikte vergunningen veehouderij’?

Antwoord: Het draaiboek is in 2017 geactualiseerd en bekend gemaakt bij de gemeenten. Wij hebben geen inzicht hoe gemeenten hier mee omgaan.
Navraag bij de omgevingsdienst leert dat zij, in het kader van hun werk voor de gemeenten, wanneer geconstateerd wordt dat er sprake is van een ongebruikte vergunning, dit signaal doorgeven aan de gemeente. De constatering kan plaatsvinden naar aanleiding van een toezichtcontrole of de beoordeling van een ingediende vergunning of melding. De gemeente kan als bevoegd gezag al dan niet kan overgaan tot intrekking van de ongebruikte vergunning. Wanneer de omgevingsdienst hier mandaat voor heeft, wordt de intrekking procedure door de omgevingsdienst opgestart (wanneer er voldoende bewijslast is, en of in overleg met de veehouder).
Daarnaast moet opgemerkt worden dat veel veehouderijbedrijven vallen onder de meldingsplicht van het Activiteitenbesluit. Voor deze gevallen, die vallen onder de drempel van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM), is het intrekken van een vergunning niet mogelijk. In dat geval wordt de veehouder verzocht om een nieuwe melding te doen waarin de wijziging wordt vastgelegd.


In de beantwoording op dezelfde set vragen van 2017 gaf het college aan:
“Voor het onderdeel milieu komt een lege of slapende vergunning in aanmerking voor intrekking:
Als er meer dan drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning”

4. Hoe wordt, t.b.v. het actief intrekkingsbeleid, in praktijk vastgesteld of “meer dan drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning”?

Antwoord:
Bedrijven, wanneer eenmaal geconstateerd is dat zij niet langer in bedrijf zijn, en waarvan de omgevingsvergunningen (veelal OBM’s) nog niet zijn ingetrokken worden vervolgens jaarlijks bezocht. Wanneer door de omgevingsdienst geconstateerd is dat gedurende 3 jaar geen dieren meer zijn gehouden, wordt de gemeente gewezen op de mogelijkheid de vergunning in te trekken.


In antwoord op de vragen van 2018 gaf het college aan:
“wij voeren reeds een actief intrekkingsbeleid. Wij attenderen gemeenten in voorkomende gevallen ook op hun intrekkingsmogelijkheid op grond van de Wabo. Recent zijn we gestart met de controles op benutting van de PAS-ontwikkelingsruimte en voeren wij een actief intrekkingsbeleid ten aanzien van de Wet natuurbeschermingsvergunning.”

5. Hanteert de provincie nog een actief intrekkingsbeleid?

Antwoord:
De provincie is in het merendeel van de gevallen geen bevoegd gezag om omgevingsvergunningen voor veehouderijen in te trekken. Voorzover wij bevoegd zijn hebben wij in ons beleid als algemene lijn vastgelegd dat wij ongebruikte vergunningen in beginsel intrekken. Daarnaast worden in het kader van beëindigingsregelingen en subsidieregelingen voor veehouderijen vanuit de provincie en het rijk als voorwaarde voor deelname alle vergunningen worden ingetrokken.


6. Voor zover dat is aan te geven: hoeveel vergunningen zijn de afgelopen 5 jaar ingetrokken door de provincie of door een gemeente vanwege het niet in gebruik zijn van de vergunning?

Antwoord:
Het bevoegd gezag moet kunnen vaststellen of een vergunning niet meer in gebruik is gedurende minimaal drie jaar alvorens de vergunning te kunnen intrekken. Wij monitoren het intrekken van Wabo-vergunningen periodiek via het vergunningenbestand.
Wij hebben geen inzage in de gegevens van de gemeenten en weten niet waarom een vergunning is ingetrokken en of het bijvoorbeeld gaat om een niet meer in gebruik zijnde vergunning.
Er zijn maar weinig veehouderijen waarvoor de provincie het Wabo bevoegd gezag is. De afgelopen 5 jaar zijn er geen provinciale vergunningen ingetrokken voor een veehouderij.
Voor de Wet natuurbescherming is dat één keer gedeeltelijk gebeurd, in de PASperiode. Destijds stond in de beleidsregels van de provincie dat een vergunning voor een uitbreiding (met ontwikkelingsruimte) kon worden ingetrokken als de uitbreiding niet binnen 2 jaar was gerealiseerd. Eén PAS-vergunning voor een uitbreiding is ingetrokken; daarna werd de PAS onverbindend verklaard en zijn de overige intrekkingsprocedures niet doorgezet.
Op dit moment staat weer in de provinciale beleidsregels dat een afgegeven Wnb-vergunning kan worden ingetrokken als deze niet binnen 3 jaar is gerealiseerd. Deze beleidsregels zijn echter nog geen 3 jaar oud, dus er heeft nog geen intrekking op grond hiervan plaatsgevonden.
De Wet natuurbescherming zelf bevat overigens geen grondslag om een vergunning in te trekken als deze niet gebruikt is. Er staan alleen intrekkingsgronden in die verband houden met de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden (artikel 5.4 Wnb).
Op dit moment wordt er onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden tot intrekking van vergunningen. De resultaten hiervan worden eind dit jaar verwacht. Er lopen twee toezeggingen* op dit onderwerp. We verwachten PS het eerste kwartaal 2023 hierover te kunnen informeren.


7. Wat gebeurt er met de stikstofruimte van ingetrokken vergunningen; gaat dat voor 100% of 70% in de stikstofbank, of wordt het vernietigd en komt het ten goede aan de natuur?

Antwoord:
De stikstofruimte kan alleen opgenomen worden in een depositiebank of ten gunste komen aan een derde als er expliciet iets in het intrekkingsbesluit over is opgenomen. Er is geen generiek beleid over het opnemen van stikstofruimte in een depositiebank wanneer het gaat om dit soort intrekkingen.
Daarnaast merken wij op dat er twee doelenbanken ingesteld zijnde: “depositiebank Logistiek Park Moerdijk Noord-Brabant’ en “depositiebank ten behoeve van provinciale infrastructurele projecten”. Vulling en uitgifte vindt plaats conform het betreffende instellingsbesluit. Overeenkomstig de Beleidsregel natuurbescherming geldt voor dit instellingsbesluit ook de regel dat bij externe saldering 30% van de N-emissie wordt afgeroomd (artikel 2.7, twaalfde lid Beleidsregel natuurbescherming).
Ook laten wij de stikstofruimte van een vergunning vervallen indien er bij grondaankoop voor natuurontwikkeling een vergunning van de boerderij worden gekocht. De stikstofruimte van dit bedrijf vervalt als bronmaatregel en komt hiermee rechtstreeks ten goede aan daling van de depositie van stikstof op de natuur.


* Statenvoorstel 55/21 Begroting 2022 Provincie Noord-Brabant: Gedeputeerde zegt toe het resultaat van het onderzoek naar de condities waarbinnen ongebruikte vergunningen ingetrokken kunnen worden te delen met PS. Het resultaat wordt eind 2022 verwacht. De gedeputeerde zegt toe tussentijds informatie aan PS te verstrekken.
Statenvoorstel 55/21 Begroting 2022 Provincie Noord-Brabant: Gedeputeerde zegt toe PS een overzicht te sturen van de provinciale inrichtingen waarvan al 3 jaar geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning en of deze vergunningen kunnen worden ingetrokken.