Tech­nische vragen over Nieuwe Verbinding Grens­cor­ridor N69


Indiendatum: mei 2020

Op vrijdag 8 mei staat op de agenda van Provinciale Staten het Statenvoorstel ‘25/20 Afgeven verklaring van geen bedenkingen op de Wabo-aanvraag onderdeel strijdig gebruik in het kader van het Provinciaal Inpassingsplan ‘Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69’’. Ter voorbereiding aan de behandeling heeft onze fractie een aantal technische vragen. Gezien de korte tijd tot het debat hopen wij dat u onze vragen met spoed kunt behandelen.

1. Zijn er negatieve effecten te verwachten vanwege de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegwerkzaamheden van de nieuwe weg? Zo nee, waarom niet?

2. Zijn er negatieve effecten te verwachten voor de beschermde Natura2000-soort Beekprik vanwege de aanlegfase? zo nee, waarom niet?

3. Zijn er negatieve effecten te verwachten vanwege de wijzigingen betreffende de beekdalbrug en fietsbrug? Zo nee, waarom niet?

4. Zijn er negatieve effecten te verwachten voor de Natura2000-beekloop de Keersop (met name voor de zeldzame Beekprik) vanwege de verlegging? Zo nee, waarom niet?

Indiendatum: mei 2020
Antwoorddatum: 7 mei 2020

Op vrijdag 8 mei staat op de agenda van Provinciale Staten het Statenvoorstel ‘25/20 Afgeven verklaring van geen bedenkingen op de Wabo-aanvraag onderdeel strijdig gebruik in het kader van het Provinciaal Inpassingsplan ‘Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69’’. Ter voorbereiding aan de behandeling heeft onze fractie een aantal technische vragen. Gezien de korte tijd tot het debat hopen wij dat u onze vragen met spoed kunt behandelen.


1. Zijn er negatieve effecten te verwachten vanwege de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegwerkzaamheden van de nieuwe weg? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
De aanleg van de kleine beekdalbrug (kw14) en de fietsbrug (kw15) over de Keersop veroorzaakt minder stikstofemissie dan de aanleg van het referentieontwerp, zoals opgenomen in het provinciaal inpassingsplan en de op basis daarvan op 3 oktober 2019 door het bevoegd gezag verleende vergunning Wet natuurbescherming onderdeel gebiedsbescherming (kenmerk: Z/090635-STE) voor de aanleg en het gebruik van de N69. Om inzichtelijk te maken of bij de handelingen en/of werkzaamheden in het kader van de realisatie van kw14 en kw15 sprake is van extra uitstoot van stikstof, is deze situatie vergeleken met de vergunde situatie. Ter vergelijking is voor beide situaties de inzet in manuren van materieel en materiaal inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat de inzet in uren van materieel en de hoeveelheid materiaal ten behoeve van kw14 en kw15 fors minder is dan noodzakelijk voor de realisatie van het referentieontwerp. Het aantal uren machine inzet betreft voor kw14 en kw15 tezamen 2.915 uur ten opzichte van 20.718 en 2.753 voor respectievelijk de fietsonderdoorgang en duikerbrug uit het referentieontwerp.


2. Zijn er negatieve effecten te verwachten voor de beschermde Natura2000-soort Beekprik vanwege de aanlegfase? zo nee, waarom niet?

Antwoord:
In samenwerking met de marktpartij en Waterschap De Dommel is het effect van de bouwwerkzaamheden rondom de beekloop Keersop op de aanwezigheid van beekprik, door soortdeskundigen, beoordeeld.
Hierbij is vastgesteld dat het optreden van de voor de beekprik potentiele storingsfactoren trilling en geluid kunnen worden voorkomen door bij aanwezigheid van de soort, de werkzaamheden buiten de gevoelige periode uit te voeren. De planning is om de heiwerkzaamheden aan het einde van de zomer uit te voeren. De paaiperiode van de beekprik is in het voorjaar. In de omgevingsvergunning wordt een voorwaarde opgenomen dat heiwerkzaamheden tijdens de paaiperiode niet zijn toegestaan. Deze voorwaarde is aanvullend op de uitgangspunten van de ontheffing Wet natuurbescherming (kenmerk: Z/095340), die door de marktpartij ten behoeve van het zorgvuldig omgaan met de beekprik als onderdeel van het aanbestedingscontract is aangevraagd en door bevoegd gezag is verleend. Voorafgaand aan de werkzaamheden mogen de eventueel aanwezige individuen van de beekprik door soortdeskundigen worden weggevangen en verplaatst naar geschikt leefgebied buiten de invloedsfeer van de ingreep. Bovenstaande uitgangspunten zijn onderdeel van het aanbestedingscontract en door de marktpartij geborgd als uitvoeringseis.
De Keersop omvat een grote populatie beekprikken en de aanwezigheid van voldoende alternatieve uitwijkmogelijkheden maakt dat de soort zich eenvoudig kan vestigen. Bovendien zal er door de hermeandering van de Keersop habitat bijkomen. Significant negatieve effecten door zowel de bouwwerkzaamheden als gebruiksfase op de instandhoudingdoelstellingen voor de beekprik kunnen met voldoende zekerheid worden uitgesloten. Behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied en de populatie van de beekprik binnen het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux raakt door de kleine beekdalbrug niet in het geding. Het vooruitzicht voor de populatie wordt bepaald door andere factoren (vooral beekherstel), die er gunstig uitzien voor de beekprik.

Bron:
- Mos, J. 2019. Memo: Effect heiwerkzaamheden op de beekprik. MEC_001_2020. MOS-Ecologisch Advies en Onderzoek. Duiven.
- Van der Laan, I. 2019. Memo: Ecologisch beoordeling effect vertroebeling op de beekprik Lampetra planeri. Waterschap De Dommel.
- Spikmans, F., M. Schiphouwer, J. Kranenbarg & H. Breeuwer (2013) Naar duurzame populaties beekprik in Noord-Brabant. Voorbereidingsstudie herintroductie. Stichting RAVON, Nijmegen & IBED – Universiteit van Amsterdam


3. Zijn er negatieve effecten te verwachten vanwege de wijzigingen betreffende de beekdalbrug en fietsbrug? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Vanwege de aanleg van de kleine beekdalbrug (kw14) en de fietsbrug (kw15) over de Keersop zijn geen negatieve effecten te verwachten. In de ‘Ruimtelijke onderbouwing kw14 en kw15’ wordt ingegaan op de diverse omgevingsaspecten. Ten aanzien van de aspecten verkeer, ecologie, water en landschap is er sprake van een verbetering ten opzichte van het referentieontwerp. Vanwege de overige aspecten is er geen sprake van negatieve effecten. Voor een beschouwing van deze aspecten wordt verwezen naar de ‘Ruimtelijke onderbouwing kw14 en kw15’.


4. Zijn er negatieve effecten te verwachten voor de Natura2000-beekloop de Keersop (met name voor de zeldzame Beekprik) vanwege de verlegging? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Bij de beantwoording van voorgaande vragen is reeds aangegeven waarom er vanwege de aanleg van de kleine beekdalburg geen negatieve effecten zijn te verwachten. Voor de verlegging van de Keersop heeft de marktpartij gekozen voor een bouwfasering. Eerst wordt de kleine beekdalbrug in den droge gebouwd. Hierbij blijft de bestaande duikerbrug en de Keersop intact. Zodra de kleine beekdalbrug gereed is wordt de Keersop verlegd onder deze nieuwe brug. De hermeandering van de Keersop ter hoogte van de kruisingen met de Nieuwe Verbinding N69 en de N397 maakt onderdeel uit van het project Beekherstel Keersopperbeemden van waterschap De Dommel. Het waterschap is in vergevorderd stadium met de voorbereiding van het projectplan Beekherstel Keersopperbeemden. De hermeandering van de Keersop wordt uitgevoerd om het leefgebied van de beekprik te verbeteren.