Vragen over verkeers­on­ge­lukken door jacht op wilde dieren


Geacht college,



In de nacht van zondag 1 op maandag 2 juli jongstleden botste een

automobilist op veertien wilde zwijnen, die de A2 bij Leende overstaken.

De bestuurder raakte lichtgewond, de zwijnen overleefden de botsing

niet. Hierover wordt bericht in een artikel van het Brabants Dagblad.

“Dat zo'n grote groep de snelweg op rent, verbaast me enorm. (…) Dan moet er bijna wel iets aan de hand zijn geweest. Misschien zijn ze opgejaagd of ergens van geschrokken. Ik sta hier echt van te kijken”, aldus boswachter Sjaak Smits in het artikel.

In het artikel is ook te lezen dat de drukjacht in Limburg en Brabant op verschillende manieren wordt uitgelegd. Om de zwijnen op te jagen mogen Limburgse jagers naast elkaar lopen, terwijl dat in Brabant niet mag.

De Partij voor de Dieren heeft hierover de volgende vragen:

1. Hoe kan het zijn dat de drukjacht op verschillende manieren wordt uitgelegd in Limburg en Brabant?

2. Bent u met ons van mening dat we deze onveilige situaties moeten voorkomen, ook als dat betekent dat we meer moeten investeren in onder andere afrastering, strengere snelheidsmaatregelen, wild-werende paaltjes, bakens, etc.?

3. Op welke wijze dienen jagers/wildbeheerders te voorkomen dat wilde dieren tijdens jachtpraktijken vluchtend wegen oversteken?

Op 14 mei 2018 heeft de fractie van de Partij voor de Dieren vragen gesteld met betrekking tot het gebruik van zwijnen-werende geurpaaltjes in bermen van provinciale wegen en de gevolgen ervan voor de verkeersveiligheid. U hebt ProRail gevraagd om de resultaten met u te delen.

4. Wat is de stand van zaken in deze?

5. Wat gaat uw College verder doen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen?

Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 24 jul. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Hoe kan het zijn dat de drukjacht op verschillende manieren wordt uitgelegd in Limburg en Brabant?

Antwoord:
Het doden van wilde zwijnen door middel van drijven is op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb, artikel 3.33 lid 1) verboden. Lid 2 van hetzelfde artikel bepaalt dat Provinciale Staten hiervan kunnen afwijken met de zogenaamde één-op-één methode. Net als in Noord-Brabant hebben Provinciale Staten van Limburg dit bij verordening mogelijk gemaakt. In de toelichting van de Limburgse verordening staat wel dat “Bij het gebruik van deze methode is het toegestaan dat meerdere schutters zijn opgesteld, met elk een ander schootsveld, maar dient de verstoring te gebeuren door één persoon per dagrustplaats en deze persoon mag niet zijn vergezeld van één of meerdere honden”. De Faunabeheereenheid Limburg heeft dit vertaald in enkele voorwaarden:
- 1 drijver per geweer
- Minimaal 250 meter uit elkaar
- De drijvers niet op één linie.
De Brabantse verordening bevat deze toelichting niet. Het door u aangehaalde artikel van het Brabants Dagblad is dus niet correct als het gaat om de zin “Limburgse jagers mogen naast elkaar lopen om de zwijnen op te jagen”. Volledigheidshalve wijs ik u op het feit dat wij op 9 juli middels een persbericht hebben laten weten onder een aantal voorwaarden mee te willen werken aan een pilot waarbij drukjacht wordt toegestaan. De Faunabeheereenheid zal binnenkort een advies uitbrengen voor aanpassing van het wilde zwijnenbeheer in Noord-Brabant. De pilot zal daarmee in lijn moeten zijn.


2. Bent u met ons van mening dat we deze onveilige situaties moeten voorkomen, ook als dat betekent dat we meer moeten investeren in onder andere afrastering, strengere snelheidsmaatregelen, wild-werende paaltjes, bakens, etc.?

Antwoord:
Ja. Het betreffende verkeersongeval vond echter plaats op de A2. Rijkswaterstaat is primair verantwoordelijk voor de veiligheid op de snelwegen. Als provincie hebben we de verkeersveiligheid hoog in het vaandel staan en willen we onveilige situaties voorkomen. Dat betekent niet per definitie dat we in de breedte moeten investeren in fauna-werende fysieke maatregelen. Het tegengaan van door (overstekend) wild veroorzaakte verkeersonveiligheid vraagt om maatwerk. Om de verkeersveiligheid te bevorderen waarschuwen we weggebruikers op plaatsen waar sprake is van overstekend wild. Hiertoe hebben we enkele instrumenten tot onze beschikking. Met verkeersborden waarschuwen we de weggebruikers (driehoekig bord, rode rand, symbool hert). Daarnaast kunnen we fysieke maatregelen treffen, zoals het plaatsen van faunarasters en -tunnels. Deze maatregelen dienen primair ter ontsnippering van doelsoorten maar bevorderen tegelijkertijd de verkeersveiligheid. Om tot een keuze voor de meest effectieve maatregelen te komen, hebben we overleg met faunadeskundigen, zoals Wildbeheereenheden.


3. Op welke wijze dienen jagers/wildbeheerders te voorkomen dat wilde dieren tijdens jachtpraktijken vluchtend wegen oversteken?

Antwoord:
Het is van groot belang dat jagers/wildbeheerders bij hun handelingen in het kader van de jacht of het faunabeheer de (verkeers-) veiligheid in acht nemen. Sterke verstoring van het wild (drijfjacht, gebruik van honden) is ook verboden. Het ‘losmaken’ van het wild (waarbij het wild wel in beweging komt, maar niet in paniek raakt) door één drijver is met de één-opéén drukjacht wel toegestaan.


4. Op 14 mei 2018 heeft de fractie van de Partij voor de Dieren vragen gesteld met betrekking tot het gebruik van zwijnen-werende geurpaaltjes in bermen van provinciale wegen en de gevolgen ervan voor de verkeersveiligheid. U hebt ProRail gevraagd om de resultaten met u te delen. Wat is de stand van zaken in deze?

Antwoord:
Van ProRail hebben wij vernomen dat het gebruik van geurpaaltjes de afgelopen twee jaar op vijf locaties uitgebreid is getest. Samen met het hekwerk en de honderden oversteekplaatsen die er over langere periode zijn aangelegd, is het aantal incidenten ten opzichte van een jaar eerder met 20 procent verminderd. Ze zijn nu bezig om het systeem officieel voor het gebruik bij het spoor vrij te geven.
In de geurpaaltjes gebruikt ProRail de stof Tupoleum. In 2016 heeft BIJ12 Faunafonds een voorstudie gedaan naar de effectiviteit van deze stof op het weren van reeën bij de perenteelt. Deze studie heeft echter geen aantoonbare effecten opgeleverd. De resultaten zijn derhalve wisselend.
Overigens zijn we als wegbeheerder geen voorstander van het in de berm plaatsen van nieuwe obstakels die geen directe verkeersfunctie vervullen, omdat dit de verkeersveiligheid niet ten goede komt.


5. Wat gaat uw College verder doen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen?

Antwoord:
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 ligt de primaire verantwoordelijkheid bij snelwegen als de A2 bij Rijkswaterstaat. Als provincie besteden we in 2019 in het kader van de campagne Brabant gaat voor NUL verkeersdoden aandacht aan de (veiligheids-)risico’s verbonden aan overstekend wild. Voorts zal de provincie testlocaties (locaties waar nu al reflectoren staan) beschikbaar stellen voor het onderzoek waarbij de leverancier van een nieuw soort reflector in samenwerking met de WUR op wetenschappelijke basis de effectiviteit van de reflector wil onderzoeken. De geurpaaltjes zijn een onderdeel van deze nieuwe soort reflector, de Multi Wildschutz Warner.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA