Vragen over de voortgang in het proces van vergun­ning­ver­lening / verplaatsing van Lavi B.V.


Indiendatum: dec. 2013

Schriftelijke vervolgvragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende de voortgang in het proces van vergunningverlening /verplaatsing van Lavi B.V.

Geacht college,

Hierbij willen wij u graag, als vervolg op onze schriftelijke vragen betreffende de voortgang in de vergunningverlening voor uitbreiding van vleesvarkenshouderij Lavi B.V. d.d. 28 maart 2013 een aantal aanvullende vragen stellen. Het perceel waar de omgevingsvergunning voor varkenshouderij Lavi B.V. betrekking op heeft, Steenovensebaan 28, is gelegen binnen een verwevingsgebied. Er bestaat een kans dat Lavi B.V. nu wordt verplaatst naar een extensiveringsgebied, waar de hervestiging of nieuwvestiging van intensieve veehouderij in principe onmogelijk is. Dit heeft bij ons opgeroepen tot de volgende vragen.

1. Als er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang, kan van de regels met betrekking tot extensiveringsgebieden worden afgeweken. Wanneer is er volgens u sprake van een zwaarwegend maatschappelijk belang?

2. Is er, volgens u, in dit geval sprake van een zwaarwegend maatschappelijk belang?

De volgende vraag stellen wij u in het licht van de uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 13 november 2013 aangaande de vernietigde natuurbeschermingswetvergunning aan een veehouderij in de provincie Limburg.

In deze zaak werd ontdekt dat er na de referentiedatum (het moment waarop het Natura 2000-gebied werd beschermd door de Vogel/Habitatrichtlijn) door de gemeente een nieuwe vergunning verleend was, waarbij de uitstoot duidelijk was gedaald. Volgens de provincie mocht de uitstoot weer toenemen, omdat het niet meer werd dan de waarde die tijdens de referentie aanwezig was.

Een van de conclusies van dit arrest is, dat indien er na de referentiedatum een nieuwe vergunning is verleend voor minder depositie, dient uitgegaan te worden van die mindere depositie. Er is dan geen recht meer op het depositieniveau van de referentiedatum. De toetsing van de vergunningaanvraag door Lavi B.V. aan de Natuurbeschermingswet 1998 geschiedt door het college van Gedeputeerde Staten. In verband met de ligging van de inrichting in de korte nabijheid van een Natura-2000-gebied, moet het provinciebestuur op basis van de Natuurbeschermingswet een (concept-)verklaring van geen bedenkingen afgeven.

Op 31 december 2011 is, conform het Besluit Huisvesting, het aantal fokzeugen binnen Lavi B.V. teruggebracht van 1.358 fokzeugen en 4.480 biggen tot een aantal van 655 fokzeugen en 2.145 gespeende biggen. Hierdoor daalde in 2011 de mate van stikstofdepositie van 4.896,9 kg NH3 (na GEP) tot 2.238,89 kg NH3 totaal per jaar. In de aangevraagde situatie is de berekende en vergunde ammoniakemissie bepaald op 3.624,40 kg NH3 per jaar.

3. Welk referentiepunt gaat u hanteren bij de toetsing van de vergunningaanvraag aan de Natuurbeschermingswet 1998? Als u het referentiepunt van 4.896,9 kg NH3 totaal per jaar gaat hanteren, waarom? Als u het referentiepunt van 2.238,89 kg NH3 totaal per jaar gaat hanteren, bent u het dan met ons eens dat er een significante verslechtering van de natuurwaarden in het nabij gelegen Natura 2000/gebied optreedt? Zo ja, wat zijn hiervan de consequenties?

Graag vernemen wij uw reactie.


Met vriendelijke groet,

Ir. Marco van der Wel
Partij voor de Dieren

Indiendatum: dec. 2013
Antwoorddatum: 7 jan. 2014

Geachte heer Van der Wel,

Bij brief van 16 december 2013, ingekomen op 16 december 2013, heeft u namens de Partij voor de Dieren fractie op grond van het Reglement van Orde voor Provinciale Staten schriftelijke vragen gesteld.

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Als er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang, kan van de regels met betrekking tot extensiveringsgebieden worden afgeweken. Wanneer is er volgens u sprake van een
zwaarwegend maatschappelijk belang?

Antwoord: Voor zover bij ons bekend is er geen sprake van een bedrijfsverplaatsing naar een extensiveringsgebied en is de vraag of er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang in deze niet aan de orde.
De varkenshouderij LAVI B.V. in Dorst houdt al jaren de gemoederen in het buurtschap Klein Oosterhout /Steenovensebaan bezig. Nu er een uitbreiding van het bedrijf op stapel staat, hebben omwonenden en de gemeenteraad van Oosterhout de provincie gevraagd, met een dialoog, te bemiddelen in dit conflict. Onder leiding van de provincie hebben ondernemer, vertegenwoordigers namens het buurtschap Klein Oosterhout/Steenovensebaan en de gemeente Oosterhout gezocht naar oplossingen voor het conflict.

Eén van de oplossingen waarover gesproken wordt, is vormverandering van het bouwblok. Met deze vormverandering komt het bestaande bouwblok verder van de woningen (130 meter in plaats van 44 meter), maar dichter bij het bos te liggen (199 meter in plaats van 250 meter). Het bosgebied De Vijfeiken betreft geen Natura 2000 gebied. Met de vormverandering van het bouwblok wordt in combinatie met een beter luchtwassysteem de depositie op de Natura 2000 gebieden in de nabije omgeving gelijk of zelfs lager.

Mocht de wijziging van het bouwblok als oplossing in de dialoog tussen boer en burgers worden doorgezet, dan is dit in het kader van de Verordening ruimte 2014 inpasbaar. Gelet op de bijzondere situatie ‘uitkomst dialoog’ is er geen sprake van precedentwerking.


2. Is er, volgens u, in dit geval sprake van een zwaarwegend maatschappelijk belang?

Antwoord: Met de huidige uitbreiding die op stapel staat, gaat de geurbelasting op de dichtstbijzijnde woningen drastisch omlaag. De GGD concludeert dat er hierdoor geen sprake meer is van een ‘hard’ gezondheidsprobleem. Ondanks deze constatering hebben gemeente en provincie aangegeven te willen meewerken aan het oplossen van het conflict ter plaatse, maar niet ten koste van een investering voor een volledige bedrijfsverplaatsing.


3. Welk referentiepunt gaat u hanteren bij de toetsing van de vergunningaanvraag aan de Natuurbeschermingswet 1998? Als u het referentiepunt van 4.896,9 kg NH3 totaal per jaar gaat hanteren, waarom? Als u het referentiepunt van 2.238,89 kg NH3 totaal per jaar gaat hanteren, bent u het dan met ons eens dat er een significante verslechtering van de natuurwaarden in het nabij gelegen Natura 2000/gebied optreedt? Zo ja, wat zijn hiervan de consequenties?

Antwoord: Op 16 oktober 2012 heeft de provincie van de gemeente Oosterhout een verzoek ontvangen voor een Verklaring van geen bedenkingen inzake de Natuurbeschermingswet voor de locatie Steenovensebaan 28 te Dorst. De beoogde situatie heeft een totale emissie van 3.655,75 kg NH3/jr. Op 18 oktober 1994 is een milieuvergunning afgegeven met een emissie van 10.516,5 kg NH3/jr. De gemeente Oosterhout heeft per e-mail aangegeven dat er tussen de vergunning uit 1994 en de beoogde situatie geen milieuvergunningen meer zijn afgegeven. Er is daarmee sprake van een daling van ammoniakdepositie en daarmee kan de Verklaring van geen bedenkingen afgegeven worden. Indien uit de dialoog tussen boer en burger een nieuwe situatie ontstaat, moet hiervoor opnieuw een procedure inzake de Natuurbeschermingswet gevolgd worden.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Voorzitter, Secretaris