Vragen over een dood­ge­schoten das


Indiendatum: apr. 2020

Geacht college,

Recent heeft Dassenwerkgroep Brabant een melding gekregen van een dode das in een weiland, bij Ruimel, in gemeente Sint-Michielsgestel. Leden van de werkgroep zijn poolshoogte gaan nemen en troffen een das aan die al een paar dagen dood bleek te zijn. De das is gedood met een zuiver, goed gericht schot – recht in het hart. Het schot wijst op een geoefend schutter.

Het doden van een das is een milieuovertreding en strafbaar. Als Partij voor de Dieren maken wij ons grote zorgen dat er iemand met een geweer rondloopt die de wet aan zijn laars lapt. De kans op herhaling is groot, en herhaling moet worden voorkomen. Wat de Partij voor de Dieren betreft moet de provincie zich maximaal inzetten om te zorgen dat er tot vervolging wordt overgegaan.

Wij hebben hierover de volgende vragen.

1. Want vindt u er van dat iemand een das heeft doodgeschoten?

2. Welke mogelijkheden heeft u om de schutter op te sporen, en bent u bereid om deze mogelijkheden maximaal in te zetten? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

We hebben begrepen dat sporen zijn veiliggesteld, sporen die mogelijk kunnen leiden naar een dader.

3. Gaat u als bevoegd gezag (betreffende natuurbescherming en bescherming beschermde diersoorten) aangifte doen tegen deze misdaad? Zo ja, kunt u ons informeren daarover? Zo nee, waarom niet?

4. Gezien het feit dat zowel de moederdas als de jongen dood zijn, gaat u zich daarbij inzetten voor een maximale strafeis, te weten één maand gevangenisstraf en een geldboete van 4.100 euro? Zo nee, waarom niet?

5. Bent u bereid een buurtonderzoek te initiëren, via Samen Sterk in Brabant (SSiB), om meer informatie te vergaren? Zo nee, waarom niet?

6. Heeft SSiB voldoende capaciteit om op hotspots voor stroperij toezicht te houden? Welke inzet doet ze daarbij?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: apr. 2020
Antwoorddatum: 26 mei 2020

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Wat vindt u ervan dat iemand een das heeft doodgeschoten?

Antwoord:
Dit vinden wij ongehoord.


2. Welke mogelijkheden heeft u om de schutter op te sporen, en bent u bereid om deze mogelijkheden maximaal in te zetten? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
De Dassenwerkgroep heeft hiervan melding gedaan bij SSiB. SSiB heeft de melding verwerkt en geeft aan ten behoeve van opsporing hun kennis en bevindingen actief te hebben gedeeld met de politie en andere partners. Daarnaast heeft SSiB ter plekke extra gesurveilleerd. De bevindingen zijn door SSiB teruggekoppeld aan de Dassenwerkgroep.


3. Gaat u als bevoegd gezag (betreffende natuurbescherming en bescherming beschermde diersoorten) aangifte doen tegen deze misdaad? Zo ja, kunt u ons informeren daarover? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. SSiB heeft de casus zelf opgepakt en ze hebben de kennis en bevindingen gedeeld met de politie. De bevindingen zijn verwerkt in het Boaregistratiesysteem (BRS). Daarmee zijn de bevoegde instanties ingelicht.


4. Gezien het feit dat zowel de moederdas als de jongen dood zijn, gaat u zich daarbij inzetten voor een maximale strafeis, te weten één maand gevangenisstraf en een geldboete van 4.100 euro? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Het is aan het Openbaar Ministerie om de strafeis te bepalen.


5. Bent u bereid een buurtonderzoek te initiëren, via Samen Sterk in Brabant (SSiB), om meer informatie te vergaren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Vanuit SSiB is de kwestie overgedragen aan de politie. Daarnaast heeft SSiB de betreffende avond nog extra gesurveilleerd en kennis gedeeld met overige partners.


6. Heeft SSiB voldoende capaciteit om op hotspots voor stroperij toezicht te houden? Welke inzet doet ze daarbij?

Antwoord:
De exacte omvang van stroperij is niet bekend, omdat dit in de illegaliteit plaatsvindt. Door de extra inzet met SSiB, zien we wel meer in het buitengebied. We krijgen daardoor een veel beter beeld van onder meer stroperij. SSiB is in het algemeen geschikt, goed opgeleid en goed toegerust voor zijn taken, waaronder het optreden tegen eenvoudige stroperij. Dat wil niet zeggen dat ze alle vormen van stroperij zelf kunnen en zullen aanpakken. Zeker bij zware vormen van stroperij (o.a. met honden, voertuigen en gebruik van wapens) kan dit voor BOA’s onveilige situaties opleveren en zullen zij niet optreden. Dit is namelijk een taak van de politie. In dergelijke gevallen is de politie in de lead en ondersteunt SSiB een eventuele politie-inzet hierop. Om een goed beeld te hebben van de mate waarin SSiB is toegerust en de onderlinge samenwerking voldoende is, laat SSiB, op ons verzoek, momenteel een Taak-Risico-Analyse uitvoeren naar de arbeidsveiligheid en adequate uitrusting van de SSiB-BOA’s. Dit past bij de verdere professionalisering van SSiB. De resultaten daarvan worden voor de zomer verwacht. Op basis van de aanbevelingen, zullen we met de andere opdrachtgevers bekijken of dit aanleiding geeft om de taken, samenwerkingswijze met de politie en/of uitrusting te wijzigen.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
namens deze,

M.J. van den Dries,
programmamanager Vergunningen, Toezicht en Handhaving