Vragen over een stop op jacht, afschot en verjaging van in het wild levende dieren, wegens de sneeuw en vorst


Indiendatum: 9 feb. 2021

Geachte college,

Momenteel is Brabant bedekt onder een laag sneeuw en we hebben te maken met temperaturen onder het vriespunt, dag en nacht, ook de komende dagen. Dat zijn lastige weersomstandigheden voor de dieren in de Brabantse natuur.

Het college van Gedeputeerde Staten is op grond van artikel 3.22, vierde lid, van de Wet natuurbescherming bevoegd de jacht te sluiten, als bijzondere weersomstandigheden dat vergen.

Wij hebben hierover de volgende vragen, waarvan wij met klem verzoeken deze met spoed te beantwoorden, gezien de huidige weerssituatie.

1. Bent u het met ons eens dat er voor Nederland sprake is van bijzondere weersomstandigheden? Zo nee, waarom niet?

2. Bent u het met ons eens dat dieren in het wild het door de extreme weersomstandigheden zwaar hebben, en dat daardoor extra sterfte optreedt?; en dat het onder die omstandigheden niet noodzakelijk of gewenst is populaties verder te verzwakken door afschot?; dat jacht en afschot in het kader van populatiebeheer en schadebestrijding tevens leidt tot onnodige verstoring en verzwakking van niet-bejaagbare soorten, doordat zij moeten vluchten en extra energie kwijtraken? Zo nee, waarom niet?

3. Is GS bereid om per direct van haar wettelijke bevoegdheid binnen de Wet Natuurbescherming gebruik te maken om de jacht in het kader van populatiebeheer en schadebestrijding te sluiten, en dit te communiceren aan de Faunabeheereenheid c.q. wildbeheereenheden? Zo nee, waarom niet?

4. Bent u van mening dat ook na het invallen van de dooi het wenselijk is om tenminste een overgangsperiode in te lassen waarin nog niet gejaagd mag worden zodat verzwakte dierpopulaties zich kunnen herstellen? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel

Partij voor de Dieren Noord-Brabant