Vragen over het bericht 'Volop alter­na­tieven voor bijengif en fipronil in landbouw'


Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende het bericht 'Volop alternatieven voor bijengif en fipronil in landbouw'.


Geacht college,

De landbouw kan winstgevend produceren zonder bestrijdingsmiddelen die aantoonbaar meer insecten doden dan waarvoor ze zijn bedoeld en er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven voor zogenoemde neonicotinoïden. Dat stellen negen wetenschappers in een overzichtsstudie.

1. Bent u bekend met de genoemde studie?

2. Is deze studie aanleiding voor u om milieuvriendelijke alternatieven voor bijengif en fipronil te promoten en/of te stimuleren? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Binnenkort beslist de Europese Unie over een totaalverbod op neonicotinoïden in buitenteelten. De Bijenstichting is een petitie begonnen om minister Schouten over te halen om in Brussel voor een verbod te stemmen. De provincie Noord-Brabant heeft een project ter ondersteuning van de bij. Een belangrijke pijler van het project is het terugbrengen van het gebruik van landbouwgif.

3. Bent u bereid om de Bijenstichting te ondersteunen in hun petitie? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

4. Neemt u zelf initiatief richting de minister om te pleiten voor een totaalverbod op landbouwgif? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel en Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 20 mrt. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Bent u bekend met de genoemde studie?

Antwoord:
Ja.


2. Is deze studie aanleiding voor u om milieuvriendelijke alternatieven voor bijengif en fipronil te promoten en/of te stimuleren? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja. Het artikel laat zien dat er alternatieven zijn voor preventief gebruik van systemische insecticiden. Wij vinden het belangrijk dat de Brabantse land- en tuinbouw hiervan kennis neemt. Diverse lopende projecten zoals Schoon Water (gericht op vermindering van gewasbeschermingsmiddelen), de bestuursopdracht Vitale Bodem, het Uitvoeringsprogramma Plantaardig en het meerjarenprogramma Bijenimpuls voor Brabant bieden hiertoe gelegenheid.

Daarnaast zijn er belangrijke autonome ontwikkelingen die hieraan kunnen bijdragen, zoals het certificaat Planet Proof dat wordt ingevoerd op verzoek van een aantal supermarkten en de LTO-ambitie Plantgezondheid 2030, Gezonde Teelt, Gezonde Toekomst.


3. Bent u bereid om de Bijenstichting te ondersteunen in hun petitie? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. De petitie roept op tot een totaalverbod van neonicotinoïden voor buitenteelten. Dit gaat veel verder dan de uitkomst van de studie. Die laat zien dat er goede alternatieven zijn voor zaadbehandeling tegen ritnaalden en voor preventief gebruik van neonicotinoïden in de fruitteelt.

Op 5 maart jl. heeft de minister een reactie naar de Tweede Kamer gestuurd (DGAN/18034368). Daaruit blijkt dat zij zich samen met de sector in zal zetten om door middel van onderzoek bruikbare alternatieven te ontwikkelen.


4. Neemt u zelf initiatief richting de minister om te pleiten voor een totaalverbod op landbouwgif? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Gewasbeschermingsmiddelen zijn, mits zorgvuldig gebruikt, belangrijk voor de voedselvoorziening en het inkomen van de Brabantse landen tuinbouw. Ons beleid is gericht op het verminderen van de afhankelijkheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen en op het stimuleren van zorgvuldig gebruik. Dat doen we middels het project Schoon Water, de bestuursopdracht Vitale Bodem, het Uitvoeringsprogramma Plantaardig, het meerjarenprogramma Bijenimpuls voor Brabant en het plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3).

Daarnaast houden we de vinger aan de pols middels onze monitoringsprogramma’s. Mocht daaruit blijken dat toepassing binnen de wettelijke kaders negatieve gevolgen heeft voor provinciale doelen zoals biodiversiteit of waterkwaliteit, dan zullen wij dat bij zowel de agrarische sector als bij de minister agenderen.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA