Vragen over het toestaan van beperkte drukjacht op Wilde zwijnen


Geacht college,

Op verzoek van een aantal Nederlandse provincies heeft minister Schouten op grond van onder andere artikel 17 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de beperkte drukjacht op Wilde zwijnen mogelijk gemaakt. Hierover hebben wij de volgende vragen.

1. Wat vindt u er van dat minister Schouten in haar kamerbrief van 12 oktober 2018 het hierboven genoemde artikel aanhaalt, dat is gericht op het voorkomen van besmettelijke dierziekten door het ‘’voorbehoedend behandelen, merken, opsluiten en aanlijnen’’ van gehouden dieren, en dit artikel vervolgens gebruikt voor het wettelijk mogelijk maken van beperkte drukjacht op gezonde, in het wild levende, Wilde zwijnen?

2. Bent u van mening dat deze regeling juridisch houdbaar is? Zo ja, waarom?

3. Bent u met ons eens dat het niet nodig is om lukraak gezonde dieren te gaan doden als preventieve maatregel? Zo nee, waarom niet?

Volgens de minister vindt bij beperkte bewegingsjacht niet dezelfde schade aan flora en fauna plaats zoals dat bij drijfjacht gebeurt.

4. Kunt u aan ons uitleggen hoe er bij beperkte drukjacht minder ecologische schade optreedt dan bij drijfjacht?

5. Kunt u aan ons uitleggen hoe er bij beperkte drukjacht minder verstoring bij Wilde zwijnen en andere diersoorten optreedt dan bij drijfjacht?

6. De beperkte drukjacht zal worden uitgevoerd door de mensen die op dit moment een ontheffing of een aanwijzing hebben vanuit uw college, voor het beheren van de Wilde zwijnen-populatie. Zij hebben geen ervaring hebben met deze vorm van jacht. Hoe verwacht u dat zij de beperkte drukjacht naar behoren gaan uitvoeren terwijl zij dit nooit eerder hebben gedaan?

7. Wie is het bevoegd gezag wat betreft de uitvoering van de regeling?

8. Op welke wijze en hoe frequent zal controle op de uitvoering van deze in Noord-Brabant nieuwe vorm van jacht plaats gaan vinden?

9. Kan worden geregistreerd en bekend gemaakt wanneer, (datum en tijd), de beperkte drukjacht plaatsvindt en in welke richting de dieren worden verdreven? Zo nee, waarom niet?

10. Kan worden geregistreerd en bekend gemaakt hoeveel (extra) wildaanrijding plaatsvinden tijdens de periode dat de drukjacht wordt uitgevoerd? Zo nee, waarom niet?

11. Hoe bepaalt u dat het risico op een uitbraak van Afrikaanse Varkenspest voldoende zal zijn afgewend? Is dat wanneer alle Wilde zwijnen dood zijn?

12. Voor welke tijdspanne is deze beperkte drukjacht toegestaan?

Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel en Paranka Surminski,
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 5 nov. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Wat vindt u er van dat minister Schouten in haar kamerbrief van 12 oktober 2018 het hierboven genoemde artikel aanhaalt, dat is gericht op het voorkomen van besmettelijke dierziekten door het ‘’voorbehoedend behandelen, merken, opsluiten en aanlijnen’’ van gehouden dieren, en dit artikel vervolgens gebruikt voor het wettelijk mogelijk maken van beperkte drukjacht op gezonde, in het wild levende, Wilde zwijnen?

Antwoord:
De minister heeft in deze een autonome bevoegdheid, ongeacht onze mening. Wel hebben wij geconstateerd dat het huidige beheer van wilde zwijnen, ondanks het feit dat wij het gebruik van alle wettelijk toegestane middelen en methoden mogelijk hebben gemaakt, ontoereikend is om op een goede wijze invulling te geven aan ons nulstandbeleid. Het toestaan van een ‘beperkte bewegingsjacht’ zoals inmiddels door de minister is besloten via Regeling preventieve maatregelen Afrikaanse varkenspest 2018, kan de effectiviteit van het beheer vergroten. Het is bovendien in lijn met onze afspraak met de zwijnentafel Heeze-Leende om onder voorwaarden mee te werken aan een pilot bewegingsjacht.


2. Bent u van mening dat deze regeling juridisch houdbaar is? Zo ja, waarom?

Antwoord:
Ja, wij vertrouwen erop dat de minister de regeling heeft getoetst op juridische houdbaarheid.


3. Bent u met ons eens dat het niet nodig is om lukraak gezonde dieren te gaan doden als preventieve maatregel? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, uit het advies van de Deskundigengroep Dierziekten blijkt dat een verlaging van het aantal wilde zwijnen voor een verminderende kans op introductie van AVP zorgt.


Volgens de minister vindt bij beperkte bewegingsjacht niet dezelfde schade aan flora en fauna plaats zoals dat bij drijfjacht gebeurt.

4. Kunt u aan ons uitleggen hoe er bij beperkte drukjacht minder ecologische schade optreedt dan bij drijfjacht?

Antwoord:
Het verschil tussen de beperkte bewegingsjacht zoals nu door de minister tijdelijk mogelijk is gemaakt en drijfjacht zit ‘m enerzijds in het aantal deelnemers aan de jacht en anderzijds aan de intensiteit ervan. Bij de beperkte bewegingsjacht is het aan maximaal 6 personen met 3 aangelijnde honden toegestaan om voor wilde zwijnen hoorbaar in het gebied aanwezig te zijn. Hierbij is het de bedoeling dat wilde zwijnen zich op een rustige manier bewegen in de richting van maximaal 6 geweerdragers. Bij de drijfjacht is sprake van het systematisch op een linie met veel drijvers, loslopende honden en lawaai, doorkruisen van leefgebieden. Aanwezige wilde zwijnen worden hierdoor verjaagd en vluchten in de richting van andere terreindelen waar ze vanaf vaste posten worden geschoten. Zowel de kleinere omvang als de lagere intensiteit beperkt de eventuele schade aan/verstoring van flora en fauna.


5. Kunt u aan ons uitleggen hoe er bij beperkte drukjacht minder verstoring bij Wilde zwijnen en andere diersoorten optreedt dan bij drijfjacht?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 4.


6. De beperkte drukjacht zal worden uitgevoerd door de mensen die op dit moment een ontheffing of een aanwijzing hebben vanuit uw college, voor het beheren van de Wilde zwijnen-populatie. Zij hebben geen ervaring hebben met deze vorm van jacht. Hoe verwacht u dat zij de beperkte drukjacht naar behoren gaan uitvoeren terwijl zij dit nooit eerder hebben gedaan?

Antwoord:
In de jachtopleiding wordt aandacht besteed aan alle vormen van jacht, dus ook bewegings- en drijfjacht. Voorts verwachten wij dat jagers zich hierover goed laten informeren/instrueren. Zowel de KNJV als de FBE vervullen hierbij een belangrijke rol en hebben daarover contacten met omringende landen waar veel ervaring is. De FBE geeft aan op korte termijn informatie voor jachthouders beschikbaar te hebben.


7. Wie is het bevoegd gezag wat betreft de uitvoering van de regeling?

Antwoord:
De minister is bevoegd om de regeling op grond van de Gezondheid- en Welzijnswet Dieren (GWWD) vast te stellen. Met de regeling wordt het verbod op het houden van drijfjachten uit de Wet Natuurbescherming, en waarvoor de provincie bevoegd gezag is, tijdelijk buiten werking gesteld. Dit geldt alleen voor de genoemde gebieden en onder de genoemde voorwaarden.

Wie zich niet houdt aan de voorwaarden waaronder de bewegingsmethode mag worden toegepast, overtreedt het verbod op toepassing van de drijfmethode. Immers, de uitzondering op het verbod voor toepassing van de bewegingsmethode is dan niet van toepassing. Vervolging vindt dus plaats vanwege overtreding van de Wet natuurbescherming. De provincies zijn hiervoor bevoegd gezag.


8. Op welke wijze en hoe frequent zal controle op de uitvoering van deze in Noord-Brabant nieuwe vorm van jacht plaats gaan vinden?

Antwoord:
Wij hebben in onze opdracht aan de Omgevingsdienst Brabant-Noord vastgelegd op welke wijze het toezicht op het faunabeheer in Noord-Brabant moet plaatsvinden. Net als bij de tot nu gehanteerde methoden (aanzitjacht, bersjacht, één-op-één bewegingsjacht) is er ook hierbij geen sprake van een meldingsplicht. Dit betekent dat toezicht plaatsvindt via het zgn. ‘vrije veld toezicht’ en op basis van signalen.


9. Kan worden geregistreerd en bekend gemaakt wanneer, (datum en tijd), de beperkte drukjacht plaatsvindt en in welke richting de dieren worden verdreven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, er is aan de regeling geen registratie- of meldingsplicht gekoppeld.


10. Kan worden geregistreerd en bekend gemaakt hoeveel (extra) wildaanrijding plaatsvinden tijdens de periode dat de drukjacht wordt uitgevoerd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, omdat niet bekend is waar en wanneer deze methode wordt toegepast, is deze koppeling niet te maken. Mogelijk is in voorkomende gevallen wel achteraf een koppeling te leggen.


11. Hoe bepaalt u dat het risico op een uitbraak van Afrikaanse Varkenspest voldoende zal zijn afgewend? Is dat wanneer alle Wilde zwijnen dood zijn?

Antwoord:
Het is van belang te allen tijde alert te blijven op de risico’s met betrekking tot dierziekten als de Afrikaanse varkenspest. Ten aanzien van de ‘tijdelijkheid’ van de Regeling preventieve maatregelen Afrikaanse varkenspest 2018 ligt de risicobeoordeling bij de minister van LNV. Het is niet te verwachten dat daarvoor alle wilde zwijnen dood moeten zijn wat overigens ook niet haalbaar wordt geacht.


12. Voor welke tijdspanne is deze beperkte drukjacht toegestaan?

Antwoord:
In de toelichting van de regeling staat dat de regeling van kracht blijft zolang de methode nodig is ter preventie van verspreiding van Afrikaanse varkenspest.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA