Vragen over lekkende opslag­tanks mest­ver­werker Den Ouden


Indiendatum: okt. 2017

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende lekkende opslagtanks Mestverwerker Den Ouden.


Geacht college,

Mestverwerker Den Ouden in Helmond moet uiterlijk vrijdag 6 oktober 2017 vier lekkende tanks op het bedrijfsterrein repareren of leeg maken, anders dreigt een dwangsom van 50.000 euro per tank. De provincie Noord-Brabant heeft Den Ouden die straf in het vooruitzicht gesteld. Een woordvoerder van het bedrijf stelt dat als een silo volgepompt is, de druk omhoog gaat en er een nieuw lek kan ontstaan. Hierover hebben wij de volgende vragen.

1. Bent u van mening dat de situatie op het mestverwerkingsbedrijf voldoende veilig wordt wanneer de lekkende silo’s zijn gerepareerd of leeg gemaakt, terwijl er blijkbaar vrij gemakkelijk een nieuw lek kan ontstaan? Zo ja, waarom?

2. Heeft de ondernemer gebruik gemaakt van de Best Beschikbare Technieken wat betreft de opslag van ammonium en andere gevaarlijke stoffen? Zo nee, waarom niet?

3. Is het lekken van gevaarlijke stoffen verwerkt in de risicoberekening van het bedrijf? Zo nee, waarom niet?

4. Indien ja bij vraag 3: Hoe groot acht u de kans dat er weer ammonium of een andere gevaarlijke stof uit een opslagtank van het bedrijf in het riool terecht komt?

5. Zijn de werkzaamheden van het bedrijf stilgelegd totdat de silo’s worden gerepareerd of leeg gemaakt? Zo nee, waarom niet? Welke effecten heeft dit op het grondwater en het oppervlaktewater in de regio?

6. Indien nee bij vraag 5: Welke afweging is er gemaakt waaruit bleek dat de veiligheid van de omgeving en het grond- en oppervlaktewater niet belangrijker is dan winstderving voor de ondernemer?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel en Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Indiendatum: okt. 2017
Antwoorddatum: 24 okt. 2017

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.

1. Bent u van mening dat de situatie op het mestverwerkingsbedrijf voldoende veilig wordt wanneer de lekkende silo’s zijn gerepareerd of leeg gemaakt, terwijl er blijkbaar vrij gemakkelijk een nieuw lek kan ontstaan? Zo ja, waarom?

Antwoord:
Ja, de situatie is veilig wanneer de tanks zijn leeggemaakt. De tanks mogen pas weer in gebruik worden genomen als deze voldoen aan de voorschriften die daarvoor zijn opgenomen in de vergunning en door een onafhankelijk deskundige zijn gekeurd. De tanks moeten onder andere vloeistofdicht zijn en bestand zijn tegen de stoffen die er in opgeslagen worden.


2. Heeft de ondernemer gebruik gemaakt van de Best Beschikbare Technieken wat betreft de opslag van ammonium en andere gevaarlijke stoffen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Dit bedrijf heeft geen risicoberekening omdat het daar wettelijk gezien, geen verplichting toe heeft. In de vergunning zijn voorschriften opgenomen ten aanzien van vloeistofdichtheid, sterkte en bestendigheid van de tanks tegen inwerking van het opgeslagen product.


3. Is het lekken van gevaarlijke stoffen verwerkt in de risicoberekening van het bedrijf? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, er is geen risicoberekening van het bedrijf. In de vergunning zijn voorschriften opgenomen ten aanzien van vloeistofdichtheid, sterkte en bestendigheid van de tanks tegen inwerking van het opgeslagen product. Deze voorschriften zijn erop gericht om de risico’s van de betreffende opslagen te minimaliseren.


4. Indien ja bij vraag 3: Hoe groot acht u de kans dat er weer ammonium of een andere gevaarlijke stof uit een opslagtank van het bedrijf in het riool terecht komt?

Antwoord:
Zie beantwoording vraag 3.


5. Zijn de werkzaamheden van het bedrijf stilgelegd totdat de silo’s worden gerepareerd of leeg gemaakt? Zo nee, waarom niet? Welke effecten heeft dit op het grondwater en het oppervlaktewater in de regio?

Antwoord:
Ja, ten aanzien van de lekkende tanks is door toepassing van een last onder dwangsom handhavend opgetreden. Hierbij is aangegeven dat de tanks pas weer in gebruik mogen worden genomen wanneer is aangetoond dat deze vloeistofdicht zijn. Of naar aanleiding van de lekkages sprake is van effecten voor het grondwater zal uit onderzoek moeten blijken. Dit onderzoek wordt in het kader van artikel 17.2 van de Wet Milieubeheer door het bedrijf zelf uitgevoerd. Er zijn door deze lekkages geen vloeistoffen in het oppervlaktewater terecht gekomen.


6. Indien nee bij vraag 5: Welke afweging is er gemaakt waaruit bleek dat de veiligheid van de omgeving en het grond- en oppervlaktewater niet belangrijker is dan winstderving voor de ondernemer?

Antwoord:
Zie beantwoording vraag 5.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk ir. A.M. Burger