Vragen over verstoring toren­valken en steen­uilen tijdens het broed­seizoen


Indiendatum: 8 jul. 2020

Geacht college,

Op 13 juni 2020 werd er in Diessen, ter hoogte van de Westerwijk, door meerdere jagers van de Wildbeheereenheid Hilvarenbeek/Diessen geschoten op duiven, kauwen en kraaien. In de directe omgeving hangen een torenvalkenkast met daarin een aantal op dat moment bijna vliegvlugge torenvalken, en een steenuilenkast. Na aangifte van de eigenaar van de nestkasten is op 15 juni 2020 een Boa van de Omgevingsdienst Brabant Noord ter plaatse geweest.

Vorig jaar, in april 2019, heeft zich op hetzelfde perceel eenzelfde scenario afgespeeld. De WBE was aldaar op duiven/kauwen/kraaien aan het schieten met ernstige verstoring van de torenvalken in de nestkast tot gevolg. Na deze jachtpartij is de torenvalk enkele dagen niet meer gesignaleerd bij de kast. Ook van dit voorval is aangifte bij de politie gedaan door de eigenaar van de nestkast. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Hoe beoordeelt u deze situatie waar voor het tweede jaar op rij sprake is van het verstoren van beschermde vogels in Diessen? Kunt u in deze de Fauna Beheer Eenheid (FBE) eveneens om opheldering vragen over de gang van zaken? Zo nee, waarom niet?

2. Waarom wordt er in dit gebied geschoten op duiven, kauwen, en kraaien? Is er hierbij voldaan aan alle wettelijke vereisten, zoals de minimale jachtveldeis van 40 aaneengesloten hectaren? Graag een nadere toelichting.

3. Is aangetoond dat er door deze soorten sprake is van (dreigende) schade in het werkgebied van de WBE Hilvarenbeek/Diessen? Zo ja, kunt u deze cijfers of andere informatie aan ons overleggen? Zo nee, waarom niet?

4. Is het toegestaan dat jagers - zelfs al zou er sprake van schadebestrijding zijn - in het broedseizoen vogels doden met een aanzienlijke kans dat 1 of beide ouders worden gedood met als gevolg dat de eventuele kuikens niet overleven? Zo ja, kunt u aan ons uitleggen hoe dit zich laat rijmen met de regels voor weidelijkheid?

5. Zijn er in Brabant meer meldingen / aangiftes geweest tegen jagers die beschermde dieren verstoren tijdens jachtpartijen? Zo ja, hoeveel zijn dat er?

6. Is het toegestaan dat jagers - zelfs al zou er sprake van schadebestrijding zijn - in het broedseizoen voor verstoring van beschermde soorten zoals de torenvalk en de steenuil zorgen? Zo nee, welke maatregelen worden genomen om er voor te zorgen dat dit niet meer gebeurt?

7. Bent u van mening dat er voldoende kennis aanwezig is bij de WBE’s en de Boa’s/Omgevingsdiensten om de regels voor verstoring van soorten tijdens jacht/beheer/schadebestrijding en weidelijkheidsregels goed te interpreteren en toe te passen? Zo ja, waar baseert u dit op?

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: 8 jul. 2020
Antwoorddatum: 18 aug. 2020

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Hoe beoordeelt u deze situatie waar voor het tweede jaar op rij sprake is van het verstoren van beschermde vogels in Diessen? Kunt u in deze de Fauna Beheer Eenheid (FBE) eveneens om opheldering vragen over de gang van zaken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Uit navraag bij de betreffende BOA blijkt dat er geen bewuste verstoring was en er ook geen overtreding van de Wet natuurbescherming heeft plaatsgevonden. Er is een goed gesprek geweest met alle partijen waarbij afspraken zijn gemaakt voor toekomstige schadebestrijding. Er wordt dan door de jagers vooraf contact opgenomen voor afstemming over broedende vogels.


2. Waarom wordt er in dit gebied geschoten op duiven, kauwen, en kraaien? Is er hierbij voldaan aan alle wettelijke vereisten, zoals de minimale jachtveldeis van 40 aaneengesloten hectaren? Graag een nadere toelichting.

Antwoord:
De jagers zijn door de betreffende grondgebruiker benaderd voor schadebestrijding. Schadebestrijding zoals afschot van houtduiven, kauwen en zwarte kraaien vindt plaats op basis van de landelijke vrijstelling (Wet natuurbescherming, artikel 3.15, eerste en tweede lid). Daarin wordt gesteld dat grondgebruikers het recht hebben om schadeveroorzakende vogels en dieren die onder de landelijke vrijstelling vallen te bestrijden. Bij de uitvoering daarvan dienen schadebestrijders zich wel te houden aan de zorgplicht en de Wet natuurbescherming, waarin staat dat vogels verstoord mogen worden, mits dat geen invloed heeft op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Dit is de verantwoordelijkheid van de schadebestrijder.


3. Is aangetoond dat er door deze soorten sprake is van (dreigende) schade in het werkgebied van de WBE Hilvarenbeek/Diessen? Zo ja, kunt u deze cijfers of andere informatie aan ons overleggen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Houtduif, kauw en zwarte kraai zijn door de Minister aangewezen als landelijk vrijgestelde diersoorten, omdat zij in het gehele land schade veroorzaken. In de toelichting bij het Besluit natuurbescherming heeft de minister deze aanwijzing gemotiveerd. Hierin heeft de Minister aangegeven dat de houtduif, kauw en zwarte kraai vraatschade veroorzaken en schade door vervuiling aan mais, graan, verschillende soorten groenten en fruit. De Minister heeft in haar toelichting ook de omvang van de schade per diersoort genoemd. Voor de volledige motivering van de minister voor de landelijke vrijstelling verwijzen wij naar de toelichting bij het Besluit natuurbescherming (Staatsblad 2016, 363, pagina 68).


4. Is het toegestaan dat jagers - zelfs al zou er sprake van schadebestrijding zijn - in het broedseizoen vogels doden met een aanzienlijke kans dat 1 of beide ouders worden gedood met als gevolg dat de eventuele kuikens niet overleven? Zo ja, kunt u aan ons uitleggen hoe dit zich laat rijmen met de regels voor weidelijkheid?

Antwoord:
Er heeft geen opzettelijke verstoring van wezenlijke invloed (Wet natuurbescherming, artikel 3.4 en artikel 3.5) van de torenvalken plaatsgevonden. Schadebestrijding is toegestaan in het broedseizoen. In het algemeen geldt dat jagers in minder gewenste periodes (zoals de broedperiode) een zorgvuldige afweging maken over de uitvoering van schadebestrijding.


5. Zijn er in Brabant meer meldingen / aangiftes geweest tegen jagers die beschermde dieren verstoren tijdens jachtpartijen? Zo ja, hoeveel zijn dat er?

Antwoord:
Er is bij schadebestrijding geen sprake van ‘jachtpartijen’ in wettelijke zin. Jacht mag op grond van de Regeling natuurbescherming (art. 3.5), afhankelijk van de soort, namelijk alleen plaatsvinden tussen 15 augustus en 31 januari. Via toezicht en handhaving in het kader van de Wet natuurbescherming zijn er geen andere meldingen van mogelijke verstoring van beschermde dieren door schadebestrijding bekend. Bij het SSIB worden jaarlijks in het algemeen wel diverse meldingen gedaan over vermeende illegale jacht, vaak blijkt uit het onderzoek dat het gaat om legale schadebestrijding zonder overtredingen.


6. Is het toegestaan dat jagers - zelfs al zou er sprake van schadebestrijding zijn - in het broedseizoen voor verstoring van beschermde soorten zoals de torenvalk en de steenuil zorgen? Zo nee, welke maatregelen worden genomen om er voor te zorgen dat dit niet meer gebeurt?

Antwoord:
Zie antwoorden op vraag 1, 2 en 4.


7. Bent u van mening dat er voldoende kennis aanwezig is bij de WBE’s en de Boa’s/Omgevingsdiensten om de regels voor verstoring van soorten tijdens jacht/beheer/schadebestrijding en weidelijkheidsregels goed te interpreteren en toe te passen? Zo ja, waar baseert u dit op?

Antwoord:
Ja, toezicht en handhaving in het kader van de Wet natuurbescherming, waaronder de beoordeling van verstoren van beschermde diersoorten, wordt in mandaat door de Omgevingsdiensten uitgevoerd. Zij zijn de organisatie met kennis en praktijkervaring. Ook de jagers bij de WBE’s zijn degenen met kennis en praktijkervaring, zij zijn zich goed bewust van gevoeligen kwetsbaarheden en maken zorgvuldige afwegingen over de wijze waarop onder meer schadebestrijding wordt uitgevoerd.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
namens deze,

ing. H.J. van Herk,
programmamanager Natuurontwikkeling