Vragen over zorgen over de wijze waarop de Subsi­die­re­geling Urgen­tie­ge­bieden Noord-Brabant wordt toegepast


Geacht college,

Varkensbedrijf Cornelissen BV heeft een subsidieaanvraag ingediend op basis van de Subsidieregeling Urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN), voor het opkopen van de woning op Hoekstraat 12 in Rijkevoort ten behoeve van de bedrijfslocatie op Hoekstraat 14. In antwoord op eerdere vragen van onze fractie gaf u aan dat u deze subsidieaanvraag nog in behandeling heeft.

In de genoemde vragen die wij u eerder stelden, verwezen wij reeds naar een controlerapport van de Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN) van 19 december 2017. Daaruit kwam naar voren dat het bedrijf aan Hoekstraat 14 aan veel regels niet voldoet. Het ging onder meer om ontbrekende luchtwassers, ontbrekende elektrische monitoring en een te hoog aantal gehouden varkens.

Bij de hercontrole op 20 maart 2018 bleek een aanzienlijk deel van de overtredingen nog niet te zijn beëindigd. Nog steeds is de ammoniak-uitstoot hierdoor vele malen groter dan is vergund. De overtredingen raken hiermee een provinciaal belang en hebben ongetwijfeld ook invloed op de overlast die het bedrijf veroorzaakt richting de omgeving, waaronder de op te kopen woning op Hoekstraat 12.

In onze ogen dreigen provinciale middelen via de SUN nu te worden aangewend om overlast te bestrijden die het gevolg is van het langdurig en structureel niet naleven van vergunningsvoorwaarden. Wij maken ons zorgen over de wijze waarop de SUN wordt toegepast.

Wij hebben daarom de volgende vragen aan u.

1. Bent u bekend met de controles door de ODBN en de gedane constateringen?

2. Bent u met ons van mening dat overtredingen van vergunningsvoorwaarden die meer overlast voor de omgeving tot gevolg hebben, voor u van belang zijn zodra de veroorzaker van de overlast subsidie aanvraagt op basis van de SUN, aangezien het hier het niet voldoen aan subsidievoorwaarden betreft? Zo ja, neemt u bij de beoordeling van een SUN-subsidieaanvraag altijd de bevindingen van andere instanties mee in de overweging? Zo nee, waarom niet?

3. Bent u met ons van mening dat het onwenselijk is om subsidie te verlenen voor het opheffen van overlast door een veehouderijbedrijf, indien de aanvrager van de subsidie zich (langdurig) niet houdt aan de voorschriften aangaande uitstoot, met overlast tot gevolg? Zo nee, waarom niet?

4. Bent u met ons van mening dat “de goeden onder de kwaden lijden” indien een veehouderijbedrijf, dat als gevolg van langdurige overtredingen de vergunde ammoniak-uitstoot vele malen overschrijdt, wordt ‘beloond’ met provinciale subsidie om overlast op te heffen? Zo nee, waarom niet?

5. Is het langdurig overtreden van vergunningsvoorwaarden met meer uitstoot tot gevolg reden om de subsidie te weigeren? Zo nee, waarom niet?

6. Indien ‘nee’ op voorgaande vraag: Welke conclusie kunnen andere veehouderijbedrijven die de regels overtreden en die overwegen een SUN-subsidie aan te vragen, hieruit trekken?

Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 24 jul. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Bent u bekend met de controles door de ODBN en de gedane constateringen?

Antwoord:
Dit bedrijf valt onder gemeentelijk bevoegd gezag. Ons is bekend dat er controles door de ODBN in opdracht van en voor de gemeente zijn gedaan.


2. Bent u met ons van mening dat overtredingen van vergunningsvoorwaarden die meer overlast voor de omgeving tot gevolg hebben, voor u van belang zijn zodra de veroorzaker van de overlast subsidie aanvraagt op basis van de SUN, aangezien het hier het niet voldoen aan subsidievoorwaarden betreft? Zo ja, neemt u bij de beoordeling van een SUN-subsidieaanvraag altijd de bevindingen van andere instanties mee in de overweging? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Bij de beoordeling van de subsidieaanvragen betrekken wij alle bij ons bekende relevante informatie en derhalve ook de informatie die ons vanuit de ODBN bekend is geworden.
Naast de voorwaarden aangegeven in de SUN regeling is ook de Algemene Subsidieverordening Noord–Brabant en de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.


3. Bent u met ons van mening dat het onwenselijk is om subsidie te verlenen voor het opheffen van overlast door een veehouderijbedrijf, indien de aanvrager van de subsidie zich (langdurig) niet houdt aan de voorschriften aangaande uitstoot, met overlast tot gevolg? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja. De SUN regeling ondersteunt alleen bovenwettelijke maatregelen (ter verdere beperking van overlast) en dus geen maatregelen om aan de geldende vergunning te voldoen. De SUN-regeling voorziet daarmee in de mogelijkheid verder te gaan dan waartoe betrokken aanvrager op grond van de vergunning is gehouden.


4. Bent u met ons van mening dat “de goeden onder de kwaden lijden” indien een veehouderijbedrijf, dat als gevolg van langdurige overtredingen de vergunde ammoniak-uitstoot vele malen overschrijdt, wordt ‘beloond’ met provinciale subsidie om overlast op te heffen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
zie antwoord op vraag 3.


5. Is het langdurig overtreden van vergunningsvoorwaarden met meer uitstoot tot gevolg reden om de subsidie te weigeren? Zo nee, waarom niet

Antwoord:
Zie antwoorden op vraag 2 en 3.


6. Indien ‘nee’ op voorgaande vraag: Welke conclusie kunnen andere veehouderijbedrijven die de regels overtreden en die overwegen een SUNsubsidie aan te vragen, hieruit trekken?

Antwoord:
Niet van toepassing.
Vanaf 1 januari 2018 kunnen er geen aanvragen in kader van SUN regeling meer worden ingediend.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA