Begro­ting­be­han­deling


14 november 2014

Voorzitter. De afgelopen bestuursperiode hebben veel partijen zich bekommerd om de dieren in Brabant.

Van de gescheperde schaapskuddes van de PVV tot de motie samen voor de bijen van D66 en niet te vergeten het voorstel van de Partij voor de Dieren voor de opvang van wilde inheemse dieren. We hebben met zijn allen veel bereikt en kunnen nog veel bereiken. Laten we deze goede weg blijven bewandelen.

Een van onze wensen voor de toekomst is een wereld zonder dierproeven. Gedeputeerde Pauli heeft zich ingezet voor de proefaapjes van Oss die bij stichting Aap een nieuw thuis hebben gevonden. Het heeft ons dan ook verbaasd dat wij aan dierproeven middels subsidies (in Health en Science) toch steun verlenen. Om juist alternatieven een kans te geven zouden we in ieder geval kunnen beginnen om geen provinciale subsidies of leningen te verstrekken aan bedrijven die daarmee dierproeven uitvoeren of doen uitvoeren. Wij dienen hiervoor een motie in.

Ook zouden we graag zien dat de lange termijnplannen voor de bijen veilig worden gesteld en dat we daar voldoende budget voor reserveren. Ons initiatiefvoorstel voor de bij is ingetrokken, maar we hebben als Staten onderkend dat bijen belangrijk zijn voor ecologie en economie. GS heeft een hoopvol voorstel geschreven met kans van slagen, mits we stevig inzetten op de bij. Ik heb er vertrouwen in dat het college komende voorjaar de handschoen ook oppakt en hem niet in de ring werpt.

De wilde zwijnen zijn vaak genoeg besproken. De recente ophef vraagt wat ons betreft om een nieuwe discussie over de jacht. We zouden het onderwerp graag integraal willen behandelen en we zijn van mening dat het beleid voor alle groot wild, zoals zwijnen, reeën en vossen, zo spoedig mogelijk moet worden bekeken en geëvalueerd. Ons voorstel is om daarbij ook andere vraagstukken te betrekken zoals weidelijk jagen, schade, ziektes, nulstand, leefgebieden en aanrijdingen met wild. Dat kan wat ons betreft niet nog 2 jaar wachten, maar dat zouden we graag volgend jaar al doen.

De ganzen vormen een apart hoofdstuk omdat de Ganzen 8 en later de Ganzen 7 aparte afspraken over ganzen zouden maken. Het akkoord is niet van de grond gekomen en daarom kunnen provincies hun eigen beleid bepalen. Dat moeten we ook zeker doen omdat de ganzen bij Brabant horen en we ze graag een plekje willen geven in ons Brabantse landschap. Laten we daarbij dan ook kijken naar diervriendelijke alternatieven voor schadebeperking aan landbouwgewassen. Een groot aantal van die maatregelen zijn nog lang niet uitgeput en we dienen daarvoor graag een motie in.

De landbouwdieren verdienen onze aandacht. Wat ons betreft blijft het Megastallen Nee!

En moeten we inzetten op minder vee! We pleiten voor zekerheid voor de natuur en zekerheid voor de Brabanders op het gebied van fijnstof, stank en ammoniak uitstoot. We vinden dat er in het kader van rechtsgelijkheid gelijkluidende regels moeten gelden voor alle gemeentes en dat het college zich daar voor moet inzetten.

Wij willen geen beleid voor megamestfabrieken, en zeker geen subsidies daarvoor, maar inzet op grondgebonden veehouderij. We willen naar minder vlees van een hogere kwaliteit.

Dat draagt ook bij aan duidelijke en eenvoudige regels!

Volgens het CBS liepen er in 2013 bijna 1,1 miljoen melkkoeien in de Nederlandse wei. Dat waren er ruim 40.000 meer dan een jaar eerder. Dat klinkt natuurlijk positief, maar laten we niet vergeten dat dit aantal een tien jaar geleden twee procent hoger lag. Volgens de onderzoekers van het CBS hangt de keuze voor opstallen van melkkoeien sterk samen met de omvang van het bedrijf. Dus het ligt in de lijn van de verwachting dat wanneer er een einde komt aan de melkquotering, en de melkveehouderij gaat groeien, het percentage weidegang weer terugloopt. Dat moeten we absoluut zien te voorkomen.

Noord-Brabant scoort slecht als het gaat om het aantal koeien in de wei en dat baart ons zorgen. De Tweede Kamer dient echter te zorgen voor weidegang voor alle Nederlandse koeien en heeft daarvoor ook op dinsdag 4 november 2014 een motie aangenomen. We vragen het college zich daar voor ook tot het uiterste in te spannen met aanvullende wet en regelgeving.

Wij zijn in 2011 de campagne ingegaan met de leuze Meer Natuur en dat was niet voor niets. De Brabantse natuur staat nog steeds onder druk. Onze provinciale doelstelling om de afname van biodiversiteit een halt toe te roepen is niet gehaald. Wat is er wel bereikt? Er is een Groenfonds waarmee we de mogelijkheid hebben om flinke stappen in de goede richting te zetten.

Waar moeten we op letten? Zorgvuldig met ons geld omgaan, meer gronden aankopen en minder inrichten en beheren en zeker niet door gaan met het klassieke agrarisch natuurbeheer. Goede tussentijdse evaluaties en waar nodig extra middelen om kansen voor de natuur te verzilveren. Wat ons betreft houden we niet vast aan een vastgelegde grenzen van de EHS maar kijken we naar kansen om bestaande gebieden groter en beter te maken.

Het is duidelijk dat het groter en robuuster maken van natuurgebieden helpt om onze doelstelling te bereiken. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. We zouden van GS graag een plan van aanpak daarvoor zien en vragen daarbij eventuele financiële consequenties voor ons inzichtelijk te maken.

Laten we niet nalaten om onze Nationale Parken voldoende te blijven steunen. Het mag toch niet gebeuren dat zij fondsen van derden moeten laten schieten omdat ze niet voldoende ondersteuning hebben. Als voorbeeld wil het ons grenspark noemen. We vrezen dat zonder provinciale steun ook de Vlaamse overheid haar bijdrage laat schieten. We roepen het college op om met een voorstel te komen om de nationale parken in de basisvoorzieningen te ondersteunen.

Ook beleidsmatig kunnen we flinke stappen zetten om verbeteringen voor de natuur te bewerkstelligen, maar we moeten weten waar we vandaan komen en waar we naartoe willen.

Wat weten we eigenlijk van stikstof? In de Staten levert stikstof vooral veel stof tot discussie op, soms over natuur, maar vaker over procedures en geld. Maar nogmaals, wat weten we eigenlijk van stikstof? Wanneer we werkelijk inzicht willen krijgen in wat er zich buiten afspeelt zouden we stikstof structureel moeten gaan meten. We vragen daar graag uw aandacht voor.

Wat weten we eigenlijk van de verdroging? Verdroging van het Brabantse landschap is een hardnekkig knelpunt dat onze aandacht verdient. Of het nu gaat om De Groote Meer, Smalbroeken of Den Ulver. Door heel Brabant zijn er grote natuurgebieden die ten prooi zijn gevallen aan grondwaterverlaging en grondwateronttrekking. Het gevolg voor flora en fauna en bijvoorbeeld de weidevogels zijn funest.

Dat kan en moet beter wanneer we serieus zijn om onze ecologische doelen te bereiken. We pleiten voor een vervolgonderzoek naar de stand van zaken op het gebied verdroging om zodoende een vergelijk te maken met de toestand van de verdroging in 2009. Zit er schot in ons verdrogingsbeleid?

We pleiten voor een stop op het aantal wegen en willen een pad naar de nieuwe groene economie, meer ‘made in Brabant’ en minder import en export. Niet alleen maar high tech, maar ook meer mogelijkheden voor de maakindustrie en meer mogelijkheden voor lokaal werken en wonen en meer thuiswerken. Het breedbandfonds draagt daaraan bij en we zijn daar dan ook erg blij mee.

Voor de komende periode zouden we meer willen inzetten in kunst en cultuur en met name in de basisvoorzieningen van theaters en schouwburgen. We zijn gelukkig met de aangenomen motie van 50plus voor de voedselbanken en we hopen dat steun kan worden voortgezet. De huidige inzet voor duurzame energie vinden we absoluut te mager, zeker gezien de erfenis van Essent gelden, en wat ons betreft moeten we meer investeren in isolatie en zonnepanelen.

Dat het hard nodig is blijkt wel uit de recente ontwikkelingen waar brabanders in Baarle-Nassua, Woensdrecht en Roosendaal zonder stroom komen omdat de Belgie deze niet kan leveren.

De huidige crises kunnen niet worden opgelost op de nu ingeslagen weg maar vragen radicaal andere keuzes. Onze partij stelt welzijn van mens en dier boven economische groei. We willen ons sterk maken voor een groene economie, een sociale provincie, meer geld voor natuur en een krimp van de veestapel. Dat willen we bewerkstelligen met goede regelgeving, maar ook door structureel minder geld uit te geven en te kiezen voor echt duurzame investeringen voor alle burgers.

De provincie kan goedkoper en de Brabander moet daar van meeprofiteren.

We kunnen Brabant mooier maken met minder geld.