Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027


3 december 2021

Eerste termijn

Vanwege de verdeling van bevoegdheden trekt de provincie samen met partners op in het Breed Bestuurlijk overleg Grondwater. In de feitelijke uitvoering van het Regionaal Milieu- en Waterplan is de provincie dus afhankelijk van partners: de TBO’s, de Waterschappen, de ZLTO, enzovoort. Voor deze samenwerking geldt een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting.

De doelen vanuit de Kaderrichtlijn Water zijn echter keiharde EU-rechtelijke resultaatsverplichtingen. Het is daarom van het grootste belang dat er wel iemand, wij dus, de vinger aan de pols houdt, voordat het water ons aan de lippen staat.

Gedeputeerde Staten geven aan dat door middel van monitoring en rapportage inzichtelijk wordt wat we als provincie hebben gedaan om de KRW-doelen in 2027 te behalen. En wij vinden dat wij dat ook van onze partners, en dan met name van de Waterschappen, mogen vragen. Want wij mogen dan als uitgangspunt hebben om de hydrologische randvoorwaarden op orde te hebben in 2027; de Waterschappen richten zich in de concept beheerplannen veelal op het jaar 2050.

Wij dienen hiervoor een motie in zodat de Waterschappen ons na een jaar een evaluatie geven van hoe zij het voorgenomen beleid nu hebben geïmplementeerd.

In het vorige regionale milieu- en waterplan was de consensus dat bij doorboringen de kleilaag niet altijd goed wordt afgedicht. Bij het vaststellen van het ontwerp regionaal water en bodemplan is aangegeven, ik citeer “dat er aanvullend onderzoek gedaan wordt om beter inzicht te krijgen in de risico's van toepassing van de systemen voor het grondwater, en de invloed van het voorgestelde beleid op de energietransitie.” Dus die bodemenergiesystemen.

Gedeputeerde Staten leggen ons nu voor dat, open systemen tóch door de beschermende kleilaag heen mogen worden aangelegd tot een diepte van 80 meter. Een en ander is tot stand gekomen na een zienswijze van de Branchevereniging bodemenergie en Gecertificeerde Grondboor- en Bemalingsbedrijven. Zij vertegenwoordigen een bepaald belang.

Uit de beantwoording van de technische vragen bij het Statenvoorstel komt echter naar voren dat er helemaal geen onafhankelijke onderzoeken zijn waar het gaat om die risico’s met betrekking tot het doorboren van de kleilaag. Wij hebben daarom geen reden om aan te nemen dat het doorboren van de beschermende kleilaag tot een diepte van 80 meter absoluut veilig is voor ons drinkwater. Niet onbelangrijk.

Daarin staan wij niet alleen; drinkwaterbedrijven hebben ook hun twijfels; Vitens, de grootste drinkwaterleverancier in Nederland, heeft haar zorgen geuit over het boren. Een link naar het nieuwsbericht hierover kunt u vinden bij de motie die we hiervoor indienen.

In onze motie dragen we Gedeputeerde Staten op om doorboring van de kleilaag niet mogelijk te maken, totdat er meer duidelijkheid is over de risico’s, of het ontbreken daarvan.


Tweede termijn

Goed om te horen dat de gedeputeerde al haar mogelijke instrumenten inzet om onze doelen met betrekking tot water te gaan halen.

We zijn absoluut niet tegen bodemenergiesystemen en ook niet tegen de energietransitie. Het is goed dat er wordt gezocht naar een manier om drinkwaterwinning en duurzame energie uit bodemenergie naast elkaar te kunnen laten bestaan. Maar waar wij van mening verschillen met Gedeputeerde Staten is dat wij te allen tijd vóór het hanteren van het voorzorgsbeginsel zijn.

In de oorspronkelijke versie van het RWP stond dat de doorboring van kleilagen niet was toegestaan i.v.m. de veiligheid van ons drinkwater. Nu wordt er een politieke afweging gemaakt op basis van gewogen belangen, en wordt er gezegd dat er later wel naar de risico’s wordt gekeken. En dat we besluiten kunnen terugdraaien. Maar wij willen juist dat er vooraf een wetenschappelijke afweging wordt gemaakt.

We hebben nu ook waterdoelen die we moeten halen. En dus ook beleid. Eerst zou de doorboring van de kleilaag niet mogelijk zijn als de kleilaag ondieper ligt dan 80 meter. Recent is dat veranderd en mag doorboren wel wanneer de kleilaag hoger ligt. Waarom is de argumentatie die Gedeputeerde Staten eerst had, dan nu veranderd? Is dat nu sec die zienswijze waar Gedeputeerde Staten naar verwijst?

Tot nu waren er redenen om te kiezen voor veiligheid van drinkwater en dus niet doorboren, nu wordt er onzes inziens een andere keuze gemaakt. En dat is een politieke keuze, want we hebben geen inhoudelijke wetenschappelijke onderbouwing gehad. Weegt in deze het belang energietransitie zo zwaar, dat we meer risico met betrekking tot vervuiling van ons grondwater willen nemen?