“Omwo­nenden van geplande mest­fa­brieken staat wat te wachten”


Beant­woording van vragen over mest­fa­briek Den Ouden in Helmond stelt aller­minst gerust over de toekom­stige leef­baarheid in Brabant

3 september 2019

Uit de beantwoording van schriftelijke vragen die de Partij voor de Dieren stelde over de jarenlange stankoverlast door mestfabriek Den Ouden in Helmond, blijkt dat Gedeputeerde Staten (GS) deze situatie ook onacceptabel vindt. Ondertussen staan de provinciale regels deze mate van geuruitstoot gewoon toe. De Partij voor de Dieren vreest voor de grootschalige mestbewerkingsinstallaties waarvoor de provincie nu plannen maakt. “Op papier klopt het, maar in praktijk zitten straks hele woonwijken in de stank”, aldus Statenlid Marco van der Wel.

De kwestie Den Ouden is niet alleen voor de mensen in Helmond van belang, stelt Van der Wel: “Ik heb aan GS gevraagd of de huidige ervaringen met Den Ouden worden meegenomen in de plannen voor meer grote mestbewerkers in Brabant, maar de beantwoording stelt ons alles behalve gerust. GS lijken weer uit te gaan van theoretische berekeningen die vervolgens in de praktijk desastreus kunnen uitpakken voor de leefbaarheid. Brabanders zijn dus gewaarschuwd over wat er kan gebeuren als er een mestfabriek bij hen in de buurt komt.”

De Partij voor de Dieren pleit voor een stop op nieuwe mestfabrieken en op afbouw van bestaande installaties. Van der Wel: “Mestfabrieken bieden geen oplossing voor het immense mestoverschot. Voor Brabantse mestfabrieken is wel 560 miljoen euro Rijkssubsidie uitgetrokken en wat krijgen de Brabanders hiervoor terug? Stank voor dank. We moeten het aantal landbouwdieren behoorlijk verkleinen, want minder dieren is minder mest is minder problemen. Ook in het belang van het klimaat is het zaak hier nu snel werk van te maken.”