Provincie heeft schijt aan eigen mest­beleid


18 november 2016

De Partij voor de Dieren heeft geen goed woord over voor het besluit van Gedeputeerde Staten (GS) om een mestfabriek in Oss mogelijk te maken. De Partij voor de Dieren wil geen mestfabrieken maar pleit voor een krimp van de veestapel. De partij wil weten waarom de mestfabriek mogelijk wordt gemaakt, terwijl er in Provinciale Staten nog geen besluit is genomen over wat te doen met mestoverschotten. Ook maakt de partij zich zorgen om de gezondheid van de omwonenden. De partij heeft GS daarom om opheldering gevraagd.

In de schriftelijke vragen die Partij voor de Dieren-Statenlid Marco van der Wel aan GS stelt, herinnert hij aan de in 2011 aangenomen motie die voor een inkrimping van de Brabantse veestapel zou moeten zorgen. Van der Wel: “het toestaan van grootschalige mestfabrieken faciliteert de groei van de veestapel juist!”. Daarnaast is het provinciale mestbeleid, waarin de resultaten van de mestdialogen meegenomen moeten worden, nog niet eens vastgesteld. Van der Wel: “daarom wil ik van GS weten op basis waarvan is besloten nu toch een grote mestfabriek op een industrieterrein toe te staan.” De partij wil ook weten of de fabriek een tijdelijk of permanent karakter heeft.

De Partij voor de Dieren staat uiterst kritisch tegenover de ontwikkeling van de mestfabriekengroei in Brabant. De partij vindt dat de mestproblematiek bij de kern moet worden aangepakt, de veestapel moet inkrimpen. Sinds de motie in 2011 is aangenomen, is de veestapel echter alleen maar verder gegroeid. Mestfabrieken zorgen alleen voor mogelijkheden voor veehouders om meer vee te houden met alle gevolgen van dien.

> De vragen staan hier.