Reactie op bestuurs­ak­koord: kans om het roer om te gooien niet benut


12 mei 2015

De Partij voor de Dieren heeft met gemengde gevoelens kennis genomen van het bestuursakkoord, ‘Beweging in Brabant’, dat VVD, SP, D66 en PvdA vandaag presenteerden. De afwezigheid van pro-intensieve-veehouderij-partij CDA maakt het voor het eerst mogelijk om de Brabantse veehouderij diervriendelijker en duurzamer te maken. De Partij voor de Dieren mist echter de randvoorwaarden voor een echte omslag.

De partij pleit voor een uitbreidingsstop en uiteindelijk een inkrimping van de Brabantse veestapel. “Alleen door minder dieren te houden kunnen we de problemen van het mestoverschot, de negatieve effecten op de volksgezondheid, de structurele belasting op de natuur en natuurlijk dierenleed het hoofd bieden”, aldus fractievoorzitter Marco van der Wel. “De nieuwe coalitie laat wel zien dat zij door gaat met symptoombestrijding, door de regie te nemen voor grootschalige mestfabrieken, maar toont niet aan de wil te hebben om de problematiek bij de kern aan te pakken en te sturen op minder vee.”

In de ambitie om de realisatie van het Natuurnetwerk te versnellen kan de partij zich wel goed vinden, als ook het voornemen om de verdroging van de Brabantse bodem aan te pakken. Dat de coalitiepartijen daarbij de natuur verder willen ‘economiseren’ valt bij de partij echter niet in goede aarde. “Te vaak zien we dat verdienmodellen op de natuur worden losgelaten, waardoor de rust die voor bepaalde flora- en faunasoorten van belang is, onder druk komt te staan”, aldus Partij voor de Dieren-Statenlid Paranka Surminski.

De voorgenomen verbetering van het openbaar vervoer, inclusief het onderzoeken naar (verbeterde) spoorverbindingen tussen Breda-Utrecht en Tilburg-Breda, wordt door de partij positief ontvangen.