Bouwstop op alle mest­fa­brieken


21 december 2015

De Raad van State (RvS) heeft bepaald dat er geen milieueffectrapportage (MER) uitgevoerd hoeft te worden voor mestverwerkingsinstallatie MACE in Landhorst. De Partij voor de Dieren vreest dat deze uitspraak van de rechter zorgt voor een wildgroei van mestfabrieken en heeft kritische vragen aan het provinciebestuur gesteld.

De partij wil weten of de provincie de Verordening ruimte (Vr) gaat aanpassen om het vestigen van mestfabrieken tegen te houden. Partij voor de Dieren-Statenlid Marco van der Wel: “Eerder heeft de provincie aangegeven dat gemeenten met een verklaring van geen bedenking hun eigen bestemmingsplannen kunnen omzeilen, zolang een mestfabriek maar in de kaders van de Vr past. Als door het ontbreken van een MER ook al voorbij gegaan kan worden gegaan aan effecten op de omgeving, vrees ik voor een wildgroei aan mestfabrieken.”

MACE (Mest Afzet Coöperatie Elsendorp) wil een fabriek gaan bouwen op korte afstand van de dorpskernen Landhorst en Venhorst. De mestfabriek zou 500.000 ton varkensmest per jaar moeten gaan verwerken en zou daarmee één van de grootste mestfabrieken in Europa worden. Hiermee zijn per jaar minimaal 33.000 vrachtwagenbewegingen gemoeid; inwoners van de dorpen vrezen voor stankoverlast, gezondheidsklachten en waardevermindering van hun huizen.

Op een andere locatie waar de initiatiefnemers van MACE eerder een vergunningaanvraag deden in Gemert-Bakel, hebben de huisartsen daar de gemeente gewaarschuwd omdat zij een groot aantal risico’s voor de volksgezondheid zeer reëel achtten.