Vragen over de overname van het Varkens Innovatie Centrum (VIC) in Sterksel door biogas­be­drijf Re-N Tech­nology


Indiendatum: dec. 2019

Geacht college,

Het veel overlast veroorzakende Varkens Innovatie Centrum (VIC) in Sterksel wordt door de eigenaar, de Wageningen universiteit (WUR), gesloten. Het ziet er naar uit dat WUR het centrum gaat verkopen aan biogasbedrijf Re-N Technology. Het gaat om stallen met zo’n 3.000 varkens en een mestvergister.

Ruim een jaar geleden stelden wij u schriftelijke vragen over de sluiting van het VIC. In de beantwoording geeft u over het VIC aan dat het een proefboerderij met wisselende huisvestingssystemen betreft, waarvoor de hardheidsclausule in het kader van de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant is toegepast. Bij wijziging hoeven de stallen niet te voldoen aan de eisen uit bijlage 2 van de Verordening natuurbescherming:
“Het toepassen van de hardheidsclausule ziet toe op het project. Wanneer het project wijzigt heeft het besluit geen werking meer, aangezien dit besluit specifiek toe ziet op de proefboerderij.”

In de media geeft de directeur van Re-N Technology aan dat het bedrijf zowel de mestvergister als het onderzoekscentrum gaat voortzetten. Daarmee zou men binnen de grenzen van de geldende vergunning blijven. Ook geeft de directeur aan dat er luchtwassers geplaatst zullen worden.
In hetzelfde artikel geeft de provincie aan zich niet met het proces te bemoeien: “Als het wederom een varkensonderzoekscentrum wordt en dat binnen dezelfde vergunning plaatsvindt, kunnen wij niets doen.”

In de beantwoording van onze eerder gestelde schriftelijke vragen gaf u ook aan:
“Reguliere varkenshouderij op deze locatie is op grond van het bestemmingsplan niet toegestaan.”

Nu de stikstofcrisis van natuurcrisis is uitgegroeid tot maatschappelijke crisis, vindt onze fractie het nog meer voor de hand liggend om elke vergunning onder een vergrootglas te houden. Wij hebben dan ook onderstaande vragen aan uw college.

1. Kunt u bevestigen dat op de betreffende locatie geen reguliere varkenshouderij is toegestaan, en het houden van varkens alleen in het kader van een ‘proefboerderij’ voortgezet kan worden? Zo nee, waarom niet?

2. Bent u ervan op de hoogte dat Re-N Technology luchtwassers gaat plaatsen?

3. Wat is volgens u de reden om luchtwassers te plaatsten, in acht nemende dat er al een vergunning is voor het niet-gebruik van luchtwassers (middels de hardheidsclausule)?

4. Is er een vergunning nodig voor het plaatsen van luchtwassers, en welke rol speelt de provincie daarin, ook qua controle en handhaving?

5. Wat maakt een proefboerderij een proefboerderij, en waarin wijkt dat af van een reguliere varkenshouderij?

6. Hoe gaat u voorkomen dat het bedrijf achter de façade van de term ‘proefboerderij’ praktisch gewoon een reguliere varkenshouderij wordt? Hoe gaat u dat controleren?

7. Hoe gaat u voorkomen dat op deze (wegens nabijgelegen natuur) ongeschikte locatie ooit een reguliere varkenshouderij wordt vergund?

8. Klopt het dat de mestvergister van het VIC heeft een vergunde capaciteit van 8.000 ton heeft? Zo nee, wat is de vergunde capaciteit?

9. Zij er mogelijkheden, nu en in de toekomst, om de mestvergistingscapaciteit op de betreffende locatie uit te breiden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, op basis waarvan is uitbreiding uitgesloten?

WUR geeft als reden voor haar stop met het VIC op:
“De markt voor varkensonderzoek is na het verdwijnen van de productschappen sterk afgenomen. Daarmee is een belangrijke basis voor onderzoek op het Varkens Innovatie Centrum in Sterksel (VIC Sterksel) komen te vervallen.”

10. Verwacht u dat een biogasbedrijf succesvol een Varkens Innovatie Centrum kan bestieren, terwijl daar volgens het vermaarde WUR geen markt meer voor is? Zo ja, welke (stal)innovaties verwacht u dat een biogasbedrijf ontwikkelt?

11. Bent u met ons van mening dat – afgezien van de juridische mogelijkheden – voortzetting van een varkenshouderij met mestvergister op deze locatie ongewenst is, gezien de overlast voor de omwonenden en de stikstofuitstoot richting de natuur? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u om de doorstart te voorkomen, al dan niet in samenspraak met de gemeente? Zo nee, waarom niet?


Met vriendelijke groet,

Anne-Miep Vlasveld,
Partij voor de Dieren

Indiendatum: dec. 2019
Antwoorddatum: 14 jan. 2020

Allereerst melden wij dat er rond de jaarwisseling diverse contacten zijn geweest met de gemeente Heeze-Leende, de bezorgde bewoners en de initiatiefnemer. Deze laatste heeft ons begin januari gemeld af te zien van de aankoop van de locatie.

Wij beantwoorden uw vragen als volgt.


1. Kunt u bevestigen dat op de betreffende locatie geen reguliere varkenshouderij is toegestaan, en het houden van varkens alleen in het kader van een ‘proefboerderij’ voortgezet kan worden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja. Dit is expliciet in het bestemmingsplan van de gemeente Heeze-Leende vastgelegd.


2. Bent u ervan op de hoogte dat Re-N Technology luchtwassers gaat plaatsen?

Antwoord:
Ja.


3. Wat is volgens u de reden om luchtwassers te plaatsten, in acht nemende dat er al een vergunning is voor het niet-gebruik van luchtwassers (middels de hardheidsclausule)?

Antwoord:
De initiatiefnemer heeft aangegeven dat hij de locatie zo ver als mogelijk emissieloos wilde maken.


4. Is er een vergunning nodig voor het plaatsen van luchtwassers, en welke rol speelt de provincie daarin, ook qua controle en handhaving?

Antwoord:
Ja, Voor het plaatsen van luchtwassers is een nieuwe omgevingsvergunning nodig. De gemeente is hiervoor bevoegd gezag, ook voor het daarbij behorende toezicht en de handhaving. Daarnaast is voor het plaatsen een nieuwe toets benodigd in het kader van de Wet natuurbescherming, waarvoor wij bevoegd gezag zijn. Voor de vigerende omgevingsvergunning met daarin opgenomen een natuurtoets is de gemeente eerstverantwoordelijk voor toezicht en handhaving, naast een aanvullende bevoegdheid van ons. Er is bij ons geen nieuwe aanvraag ingediend in het kader van de Wet natuurbescherming.


5. Wat maakt een proefboerderij een proefboerderij, en waarin wijkt dat af van een reguliere varkenshouderij?

Antwoord:
In een proefboerderij wordt onderzoek verricht aan de veehouderijaspecten als welzijn, voeding, stalinrichting, emissiereductie etc. In het kader van die onderzoeken worden dieren anders dan op gangbare wijze gehouden en worden er metingen verricht om de effecten daarvan te bepalen.


6. Hoe gaat u voorkomen dat het bedrijf achter de façade van de term ‘proefboerderij’ praktisch gewoon een reguliere varkenshouderij wordt? Hoe gaat u dat controleren?

Antwoord:
Dit is aan het bevoegd gezag, de gemeente. De huidige vergunning verplicht de houder om vooraf schriftelijke toestemming te vragen bij het bevoegd gezag. Goedkeuring aan de proefneming wordt verleend als de noodzaak is aangetoond, deze ten hoogste 6 maanden duurt en binnen de milieu hygiënische randvoorwaarden van de vergunning plaatsvindt (o.a. het ammoniakemissieplafond).


7. Hoe gaat u voorkomen dat op deze (wegens nabijgelegen natuur) ongeschikte locatie ooit een reguliere varkenshouderij wordt vergund?

Antwoord:
De gemeente is bevoegd gezag. Omschakeling vergt een bestemmingswijziging. Binnen de kaders van de Interim Omgevingsverordening (IOV) is een dergelijke omschakeling niet uitgesloten, maar gezien de daaraan gekoppelde verplichtingen (onder andere staldering, verkleining bouwblok) is dit waarschijnlijk economisch onaantrekkelijk. Daarnaast kan de gemeente de afweging maken dat een veehouderijbedrijf op die locatie niet toekomstbestendig is en besluiten niet mee te werken aan de daarvoor benodigde bestemmingswijziging.


8. Klopt het dat de mestvergister van het VIC heeft een vergunde capaciteit van 8.000 ton heeft? Zo nee, wat is de vergunde capaciteit?

Antwoord:
Nee. Volgens de vigerende omgevingsvergunning mag er maximaal 33.500 ton mest en co-producten bewerkt worden, waarvan ten hoogste 14.999 ton co-producten. Dit betekent dat er meer mest kan worden bewerkt dan op de locatie zelf ontstaat. Het bestemmingsplan staat dit echter niet toe en is leidend. Het vergt nader onderzoek om vast te kunnen stellen of op basis van eerdere vergunningen en/of overgangsrecht bewerking van aangevoerde mest wel toe is gestaan.


9. Zij er mogelijkheden, nu en in de toekomst, om de mestvergistingscapaciteit op de betreffende locatie uit te breiden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, op basis waarvan is uitbreiding uitgesloten?

Antwoord:
Het bestemmingsplan sluit mestbewerking voor derden uit. Daarnaast gelden de rechtstreeks werkende regels van de IOV. De combinatie van beide maakt verdere uitbreiding van mestbewerking nagenoeg uitgesloten.


10. Verwacht u dat een biogasbedrijf succesvol een Varkens Innovatie Centrum kan bestieren, terwijl daar volgens het vermaarde WUR geen markt meer voor is? Zo ja, welke (stal)innovaties verwacht u dat een biogasbedrijf ontwikkelt?

Antwoord:
De initiatiefnemer had plannen om integraal emissiearme varkenshouderijsystemen, inclusief vergisting van dagverse mest, te gaan ontwikkelen en testen.


11. Bent u met ons van mening dat – afgezien van de juridische mogelijkheden – voortzetting van een varkenshouderij met mestvergister op deze locatie ongewenst is, gezien de overlast voor de omwonenden en de stikstofuitstoot richting de natuur? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u om de doorstart te voorkomen, al dan niet in samenspraak met de gemeente? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Gezien de ligging ten opzichte van N2000 en het provinciaal beleid ten aanzien van mestbewerking ligt het VIC uiterst ongelukkig. Onderzoek aan emissiearme stalsystemen is wenselijk, maar deze locatie ligt daarvoor niet voor de hand. Daarom is het wenselijk de activiteiten hier af te bouwen. Wij ondersteunen waar mogelijk en nodig de gemeente bij het bewerkstelligen hiervan.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA