Vragen over het afschot van wasberen


Geacht college,

Uw college heeft jachtaktehouders toestemming verleend voor het vangen en doden van wasberen en wasbeerhonden. Deze soorten moeten op grond van Europese en nationale regelgeving worden bestreden omdat zij een bedreiging vormen voor beschermde inheemse diersoorten. U heeft ook toestemming verleend om een aantal andere ontsnapte en verwilderde diersoorten te vangen en te doden.

Tijdens de behandeling van het bestuursakkoord, tijdens de Provinciale Staten-vergadering van 14 juni, is een motie ingediend. Hiermee werden Gedeputeerde Staten verzocht niet over te gaan tot afschot, maar in te zetten op diervriendelijke methoden om de verspreiding van wasberen te bedwingen. Dit naar voorbeeld van de provincie Limburg, die het besluit tot afschot heeft terug gedraaid. Uw college heeft geen advies gegeven over de motie.

Wij hebben hierover de volgende vragen.

  1. Welke diersoorten omvat uw besluit van toestemming voor het vangen en doden, naast de Wasbeer en Wasbeerhond?
  2. Graag ontvangen wij van uw college een notitie waarin u Provinciale Staten informeert over uw overwegingen aangaande het besluit toestemming te verlenen voor afschot van wasberen en de andere diersoorten.
  3. Is er voorafgaand aan het besluit overleg geweest met onafhankelijke roofdierspecialisten, zoals Bureau Mulder? Zo ja, met welke specialisten? Zo nee, waarom niet?
  4. Heeft u overwogen om, net als de provincie Limburg, niet tot afschot over te gaan? Zo nee, waarom niet?
  5. Bent u bereid de toestemming voor afschot van wasberen en wasbeerhonden voorlopig te herroepen, in ieder geval tot er voor Provinciale Staten meer duidelijkheid is?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren

Martijn de Kort,
PvdA

Maikel Boon,
PVV

Antwoorddatum: 9 jul. 2019

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Welke diersoorten omvat uw besluit van toestemming voor het vangen en doden, naast de Wasbeer en Wasbeerhond?

Antwoord:
Voor een deel omvat ons besluit van toestemming voor het vangen en doden, de voortzetting en samenvoeging van reeds bestaande opdrachten aan jachtaktehouders. Dit betreft de voortzetting van de bestrijding van: muskusrat, rosse stekelstaart, muntjak, nijlgans, verwilderde Amerikaanse nerts, verwilderde duif, damhert en wild zwijn.

Daarnaast hebben wij deze bestaande toestemmingen, naast de uitbreiding met de wasbeer en de wasbeerhond, uitgebreid met enkele diersoorten voor zover het gaat om ontsnapte of verwilderde exemplaren. Het gaat hierbij om: moeflon, edelhert, hangbuikzwijn en boerengans.


2. Graag ontvangen wij van uw college een notitie waarin u Provinciale Staten informeert over uw overwegingen aangaande het besluit toestemming te verlenen voor afschot van wasberen en de andere diersoorten.

Antwoord:
Onze overwegingen vindt u in ons besluit ‘Opdracht ex. artikel 3.18 van de Wet natuurbescherming voor de bestrijding van bepaalde invasieve exoten en verwilderde dieren Noord-Brabant’ van 11 juni jl. In ons besluit is ook een uitgebreide algemene en artikelsgewijze toelichting opgenomen.


3. Is er voorafgaand aan het besluit overleg geweest met onafhankelijke roofdierspecialisten, zoals Bureau Mulder? Zo ja, met welke specialisten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Wij hebben ons besluit genomen mede op advies van het breed samengesteld bestuur van de Faunabeheereenheid Noord-Brabant waarin de nodige deskundigheid aanwezig is. Daarnaast hebben wij in ons besluit diverse voorschriften opgenomen, waaronder specifieke voorschriften voor het zorgvuldig gebruik van vangmiddelen en het gebruik van het geweer. In aanvulling hierop hebben wij geen aanleiding gezien overleg te voeren met roofdierspecialisten.


4. Heeft u overwogen om, net als de provincie Limburg, niet tot afschot over te gaan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Wasberen en wasbeerhonden staan op de Europese lijst van invasieve exoten. Wij zijn (wettelijk) verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen tegen deze invasieve exoten en te voorkomen dat deze zich in Noord-Brabant vestigen. Anders dan in Limburg, is in Noord-Brabant slechts sprake van hooguit enkele waarnemingen van zwervende wasberen en wasbeerhonden. Omdat het zwervende exemplaren betreft en deze zich niet of nauwelijks laten vangen, is afschot een effectieve maatregel om te voorkomen dat deze invasieve exoten zich in de toekomst in Noord-Brabant vestigen.


5. Bent u bereid de toestemming voor afschot van wasberen en wasbeerhonden voorlopig te herroepen, in ieder geval tot er voor Provinciale Staten meer duidelijkheid is?

Antwoord:
Nee. Gelet op ons antwoord op vraag 4 zijn wij niet voornemens ons besluit voorlopig te herroepen. Wel zijn wij, in het licht van de in uw staten op 14 juni jl. bij de stemming over motie M16-2019 ‘Inzetten op diervriendelijke vangmethoden wasbeer’ uitgesproken wens dat GS nagaan of en welke mogelijkheden er zijn voor opvang, bereid hierover een externe deskundige te bevragen en uw staten over de uitkomsten hiervan te informeren. Wij verwachten dit aan het einde van het derde kwartaal van 2019 te kunnen doen.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA