Begroting 2018


10 november 2017

Voorzitter,
Zelfkritiek is een probaat middel tegen depressies. Een overheid die zelfkritisch is kan veel problemen voorkomen, financieel en ecologisch.

Dan is het logisch dat wij als fractie ook zelfkritisch zijn. Hebben we niet genoeg gewaarschuwd voor de gevaren van intensieve veehouderij? Hebben we te weinig aandacht gehad voor de Brabantse natuur? Hebben we wel genoeg moties ingediend of niet genoeg vragen gesteld? Klaarblijkelijk niet en waarschijnlijk wordt er van onze fractie verwacht om er een schepje bovenop te doen? Dan zeggen wij “ja, terechte kritiek”.

Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB)
Onze fractie heeft al veel over Brabant Uitnodigend Groen (BrUG) gezegd tijdens de behandeling van de Burap. Om realisatie van het NNB in 2027 af te ronden, moet het huidige tempo op zijn minst worden verviervoudigd. Samenwerking met manifestpartners – die in feite financieel niets toevoegen totdat er natuur gerealiseerd is – en met gemeentes levert bijna geen resultaat. Alle partijen zijn bang om financieel risico te lopen en terecht. Ondernemers zien terecht geen verdienmodellen in de natuur en stellen daarom investeringen en projecten uit.

Natuur hoort niet in een verdienmodel. Natuur hoort in úw portefeuille met de bijbehorende regisseursrol. Laten we de verantwoordelijkheid en onze zorgplicht voor natuur weer terugnemen. Goede kwaliteit van natuur en landschap is, randvoorwaardelijk voor economische ontwikkeling, dat moet u toch aanspreken.

En dat het niet goed gaat met de natuur is onmiskenbaar. Onbegrijpelijk dat de SP er geen zin voor over heeft.

Ecologische VerbindingZone’s (EVZ)
Deze maand ontvangen PS een voorstel voor een aangepaste Businesscase wat betreft verwerven en inrichting van het Natuur Netwerk Brabant, zoals ecologische verbindingszones. Businesscase case is een typerende term voor dit college: het verzilveren van de natuur. Er staat dat de opdracht in kwantitatieve zin wordt aangepast. Daar schrikken wij toch wel van.

College: Betekent dat dat u van plan bent om de ambities en doelen naar beneden bij te stellen? Zo nee, wat betekent dit dan? En kunt u ons toezeggen dat er geen hectare van onze natuur netwerk doelstelling af gaat en dus dat er niet wordt en dat er niet wordt beknibbeld op natuurdoeltypen?

En begin december ontvangen wij een voorstel voor de noodzakelijke versnelling voor de realisatie van de restantopgave voor 2027. Betekent dit, college, versnelling nadat de doelstelling naar beneden zijn bijgesteld, of toch niet? En wat is uw inschatting van wat momenteel het tekort is in het natuurbudget?

Veehouderij
De Partij voor de Dieren is en blijft tegen intensieve veehouderij, megastallen en mestvergisters. Het nieuwe beleid voor veehouderij steunen we daarom niet.

Partijen die denken dat het huidige beleid werkt, krijgen van ons een winstwaarschuwing. Niet alleen van de PvdD, maar ook van BrabantAdvies en Livestock Research.

Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)
Voor 2018 staat weer een Actualisatie Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij gepland. BrabantAdvies was in de vorige periode van mening dat de BZV het vigerende systeem in stand houdt en het niet zorgt voor fundamentele systeemwijzigingen of werkelijke innovatie. De BZV stimuleert kort gezegd niet de ontwikkeling van het wezenlijk nieuwe en daar is de BZV toch voor bedoeld. Bent u van mening dat dit wel is bewerkstelligd met de vaststelling van de BZV versie 2.0 en zo ja, hoe dan?

Endotoxinen
Livestock Research heeft in 2016 onderzoek gedaan naar endotoxinen in de veehouderij.[1] De belangrijkste bronnen van fijnstof in varkensstallen zijn mest en huidschilfers.

De verspreidingsberekeningen van Livestock Research wezen uit dat er teveel endotoxinen in een cirkel van maximaal 200 meter rond varkensbedrijven kunnen voorkomen, bij pluimvee wordt de cirkel groter. Binnen die cirkel kunnen omwonenden gezondheidsklachten ervaren door de endotoxinen.

Stel je nu eens voor als je woont in een gebied waarin aan één weg van 1500 meter vijf megastallen staan. En daar komt dan binnenkort een zesde bij. Wat voor risico’s levert dat op voor de gezondheid van mensen? Dat hebben wij hier aan de hand, in Brabant. Namelijk in Nijnsel.

We vragen het college met klem er voor te zorgen dat die zesde megastal er niet bij komt! Bent u bereid om op eigen initiatief of met de gemeente Meijerijstad kritisch te kijken naar de cumulatieve waarde van endotoxinen in het gebied rond de Lieshoutseweg in Nijnsel?

Dit is helaas geen uitzondering in Brabant en met het op 7 juli vastgestelde megastalbevorderende beleid zullen we het nog veel vaker gaan zien. We hebben geen idee van wat een dergelijk grote opstapeling van endotoxinen kan doen in een gebied en er zijn wettelijk gezien nog geen normen voor. We hebben hier in Noord-Brabant de mogelijkheid om regels te stellen die strekken ten behoeve van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.

College, kunt u het volgende aan ons toezeggen: Bent u bereid om als eerste provincie van Nederland met ons een streep in het zand, of in de mest, te trekken en maatwerk te leveren bij vergunningaanvragen die cumulatieve endotoxine-uitstoot tot gevolg hebben?

Voorzitter, we gaan toe naar onze moties en ons amendement.

Motie Voorbeeldfunctie plantaardige provincie
We zijn bezig met een transitie naar een duurzame veehouderij, maar dat is eigenlijk vrij paradoxaal. Zoals uw college zelf ook erkent, is het de transitie naar een plantaardig eetpatroon dat het grootste verduurzamende effect heeft. Een duurzame veehouderij is dus een zo klein mogelijke veehouderij. Vooraanstaande ondernemers en wetenschappers weten het al: de toekomst is plantaardig!

De Partij voor de Dieren begrijpt heel goed dat de producerende kant van een markt niet in haar eentje de verduurzamingstaak op zich kan nemen.

Als provincie hebben we een voorbeeldfunctie. Onze mes en vork zijn instrumenten voor innovatie. Als we geloofwaardig willen zijn, moeten we keuzes maken die stroken met ons beleid van de transitie naar een duurzame en biologische landbouw in Brabant.
“Practice what you preach.”

Als de provincie haar voedselinkoop, o.a. voor het restaurant, structureel plantaardiger doet, oefenen we positieve invloed uit op de markt. Met onze voorbeeldfunctie dragen we bij aan verduurzaming van consumentgedrag en kunnen we onze partners stimuleren hierin mee te gaan. En we laten onze medewerkers en gasten kennis maken met duurzame alternatieven op dierlijk voedsel.

We dienen een motie in waarmee we GS vragen een plantaardige slag te slaan bij de volgende aanbesteding van de catering en om bij de huidige aanbesteding, indien mogelijk, al een voorschot te nemen. Zo gek is dat niet – de provincie Gelderland doet dit al en heeft de groene eiwittransitie opgenomen in haar Uitvoeringsagenda Circulaire Economie.

Motie Biologische landbouwgrond als structuur in de Verordening ruimte
In het pakket van Ondersteunende maatregelen transitie veehouderij is gelukkig een behoorlijk bedrag gereserveerd voor omschakeling naar wat uw college ‘natuur-inclusieve’ landbouw noemt. Wat ons betreft is biologisch de norm voor natuur-inclusief. Biologische landbouw heeft positieve effecten op vele verschillende provinciale thema's, zoals circulaire economie, biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit en het mestoverschot.

Het aanbod van biologisch voedsel blijft in Brabant echter achter bij de vraag. Er is een aantal knelpunten voor de omschakeling naar biologisch. Eén daarvan is de beschikbaarheid van grond.

De pachtregeling van het GOB lijkt op de korte termijn dus wel aardig voor bioboeren, maar onder de streep is het niet voldoende, doordat de gronden door omschakeling naar biologisch sneller geschikt zijn voor het natuurdoel. De bioboeren mogen dan weer op zoek naar nieuwe grond. Als we onze landbouwsector echt willen verduurzamen moeten we de bioboeren en de reguliere boeren die willen omschakelen ook echt helpen.

We dienen daarom een motie in waarmee we GS vragen te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om in de Verordening ruimte een aparte structuur op te nemen voor biologische landbouw. Een structuur exclusief bedoeld voor bioboeren, waar langdurig geboerd kan worden. Met een eigen structuur zouden biologische landbouwgronden ook beter beschermd kunnen worden tegen invloeden van intensieve landbouw, zoals pesticiden.

Amendement opvang inheemse dieren
In 2013 is de Subsidieregeling opvang inheemse dieren Noord-Brabant van start gegaan en dat is een groot succes geweest. Met de middelen die hiermee ter beschikking zijn gesteld zijn de opvangcentra opgeknapt, waardoor de vele vrijwilligers op een degelijke manier gewonde vogels en zoogdieren kunnen opvangen, verzorgen en in veel gevallen weer kunnen terug zetten in de natuur. Ik raad u allen van harte aan eens te gaan kijken bij een van de opvangcentra, om met eigen ogen te zien hoe gemotiveerd hier de zorgplicht in praktijk wordt gebracht, die wij wettelijk gezien eigenlijk allemaal dragen.

Alle burgers en overheden hebben een wettelijke zorgplicht om gewonde dieren te helpen. Maar alleen door het rijk erkende opvangcentra mogen deze dieren onder zich houden. Burgers mogen dat niet – zij mogen dieren naar een opvangcentrum brengen.

De provincie is tegenwoordig het bevoegd gezag voor het verlenen van vergunningen aan deze opvangcentra. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de provincie die zorgplicht faciliteert, door een steentje bij te dragen aan de lopende kosten van de centra. De provincie is tenslotte verantwoordelijk voor de Brabantse natuur, waar de dieren deel van uitmaken.

En de provincie heeft geld beschikbaar in het potje voor natuur! De laatste jaren wordt er jaarlijks gemiddeld meer dan 250.000 euro teruggestort vanuit het Faunafonds, doordat wilde dieren minder landbouwschade veroorzaken dan is begroot. Het lijkt ons niet meer dan terecht dat die meevallers, geld dat oorspronkelijk is bestemd voor natuur, alsnog worden besteed aan natuur. In de vorm van opvang van inheemse dieren.

Wij dienen hiertoe een amendement in.

Dank u wel.